'Politiek leider CDA blijft in parlement'

DEN HAAG, 18 MAART. De lijsttrekker van het CDA bij de volgende verkiezingen moet bij eventuele regeringsdeelname geen lid worden van het kabinet maar in de Tweede Kamer zitting nemen. De politiek leider van het CDA kan het gedachtengoed van zijn partij beter uitdragen in het parlement dan in het kabinet.

Dit zegt L. van Leeuwen, fractievoorzitter van het CDA in de Eerste Kamer. Van Leeuwen bepleit deze constructie, die een breuk vormt met de CDA-traditie om de lijsttrekker als kandidaat-premier naar voren te schuiven, al enige tijd binnen zijn partij.

Zijn collega uit de Tweede Kamer, E. Heerma, staat positief tegenover het voorstel. Heerma, een van de kandidaten voor het lijsttrekkerschap, noemt het “een boeiende en reële optie”.

De uitspraken in CDA-kring komen na de uitlating van VVD-leider Bolkestein, afgelopen zaterdag in deze krant, over het politiek leiderschap binnen de VVD. Bolkestein zei dat ook na de volgende verkiezingen de politiek leider van de VVD in de Tweede Kamer zitting zal nemen, zelfs als hijzelf zitting neemt in het kabinet. In dat laatste geval zou Bolkestein dus afstand doen van het leiderschap van zijn partij.

Ook bij D66 gaan stemmen op om na de volgende Tweede-Kamerverkiezingen de politiek leider buiten het kabinet te houden. E. Schuyer, voorzitter van de Eerste Kamerfractie van D66, zegt desgevraagd: “Het is een aantrekkelijke positie om de politiek leider in de Kamer te hebben. Je ziet dat Bolkestein er goed in slaagt om het gedachtengoed van de VVD voor het voetlicht te krijgen. Als Van Mierlo had geweten welk succes Bolkestein daarmee zou hebben, zou hij in 1994 misschien besloten hebben ook in de Kamer te blijven.” D66-leider Van Mierlo is nu vice-premier en minister van Buitenlandse Zaken.

Pagina 3: Wallage: beste mensen juist in kabinet

CDA-senator L. van Leeuwen wijst er op dat zijn voorstel de politiek leider van het CDA vanuit het parlement te laten opereren aansluit bij een traditie. “Ik heb mijn politieke opvoeding gehad ten tijde van Oud, Romme, Tilanus en Schouten. Dat waren schoolvoorbeelden van politiek leiders die het vertikten in het kabinet te gaan zitten. Hun positie in de Kamer gaf meer ruimte om hun politieke beweging herkenbaar te houden.”

In eerste instantie moeten niet bestuurders maar mensen met politieke en parlementaire ervaring in aanmerking komen voor het lijsttrekkerschap van het CDA, vindt Van Leeuwen. Lager op de CDA-lijst kunnen wel bestuurlijk ingestelde personen staan om naar het kabinet af te vaardigen. Over ministerskandidaten van buiten de kandidatenlijst moet het CDA tijdens de verkiezingscampagne zoveel mogelijk open kaart spelen tegenover de kiezer, vindt Van Leeuwen.

Binnen de PvdA is de animo om in de toekomst de politiek leider in het parlement zitting te laten nemen, zeer gering. De tweede man van de PvdA, fractievoorzitter J. Wallage, wijst op de monistische traditie binnen zijn partij waarbij de partijleider zitting neemt in het kabinet. Volgens hem vergroot dat de bestuurlijke kracht van de regering. Wallage: “Zeker in tijden van driepartijenkabinetten komt het de effectiviteit van de coalitie ten goede als de beste mensen in het kabinet zitting nemen.” Bovendien hoeft een fractievoorzitter geen politiek leider te zijn om het gedachtegoed van de partij uit te dragen, vindt Wallage.

J. van den Berg, fractievoorzitter van de PvdA in de Eerste Kamer, relativeert de opmerking van Bolkestein. “Hij kan nu wel zeggen dat een ander politiek leider van de VVD wordt als hij premier wordt, maar Bolkestein gaat daar niet over. Het politiek leiderschap is geen officiële functie. Die kristalliseert zich uit in onder andere de media. Als Bolkestein premier wordt, blijft hij de facto politiek leider van de VVD.”