Oppositie Japan blokkeert parlement

TOKIO, 18 MAART. Sinds 4 maart houden parlementsleden van de Japanse oppositiepartij Shinshinto dag en nacht de wacht voor de vergaderzaal van de begrotingscommissie van het parlement en leggen daarmee het gehele parlementaire proces stil. De eerste dag probeerde premier Ryutaro Hashimoto zich nog een doorgang te forceren maar na enig duw- en trekwerk met parlementsleden moest hij de aftocht blazen. Met deze blokkade gaat de leider van Shinshinto, Ichiro Ozawa, lijnrecht in tegen ideeën die hij de laatste jaren in woord en geschrift heeft verkondigd over de rol van de oppositie. Hoewel hij dat zegt te verfoeien blokkeert een minderheid in het parlement opnieuw een voorstel dat door een meerderheid wordt gesteund.

Shinshinto eist dat de regering het plan intrekt om overheidsgeld te gebruiken voor de sanering van hypotheekbanken en dat een lid van de regerende Liberaal-Democratische Partij voor het parlement getuigt over de vermeende ontvangst van een illegale donatie. Maar de blokkade kan niet los worden gezien van de Ichi-Ryu Oorlog zoals in Japan de machtstrijd tussen Ozawa en premier Ryutaro Hashimoto, die tevens leider is van de Liberaal-Democratische Partij, wordt genoemd. Ooit waren beiden lid van dezelfde factie binnen de LDP. Maar hun ambities leidden tot meer spanning dan de factie kon verdragen. De partij spleet in 1993 in tweeën en Ozawa ging de oppositie in. De machtsstrijd van de twee bepaalt nu het gezicht van de Japanse politiek.

Ozawa ziet zich graag als de hervormer van de Japanse politiek. In 1993 schreef hij een boek met de titel 'Hervormingsplan voor Japan'. Westerse commentatoren onthaalden het werk als “een manifest dat het hart van de problemen van Japan raakt” en een “kaart die de toekomst van Japan aangeeft”. Ozawa schreef destijds over de rol van de oppositie: “Een voorstel dat reeds de steun van een meerderheid van het parlement heeft, wordt gewijzigd om tegemoet te komen aan een oppositie die zich gedraagt als een stel verwende kinderen. De zogeheten unanieme consensus blijkt in werkelijkheid de tirannie van de minderheid te zijn.” Ozawa veroordeelde hiermee de gewoonte in de Japanse politiek om de oppositie niet al te openlijk te brusqueren. Nu Ozawa zelf in de oppositie is beland lijkt ook hij er echter geen moeite mee te hebben zich als 'een verwend kind' te gedragen en een parlementaire minderheid ertoe te bewegen een poging te ondernemen haar wil aan de regering op te leggen.

Voor de eerste eis (het niet gebruiken van belastinggeld voor de sanering van zeven hypotheekbanken) beroept Ozawa zich de afgelopen weken op de 'stem des volks'. Uit opiniepeilingen blijkt immers dat de meerderheid van de bevolking tegen dit gebruik van belastinggeld is. De regering besloot tot de operatie omdat het de lasten voor agrarische coöperaties wil verlichten. Deze hebben veel geld uitstaan bij de hypotheekbanken en de kiezers op het platteland zijn belangrijk voor regeringspartij LDP.

Deze 'stem des volks' lijkt echter een broos argument. Ze geven immers ook aan dat 65 procent van de Japanse bevolking de tactiek van Ozawa afkeurt en dat de steun voor de LDP nog altijd ruim twee maal zo groot is als die voor Shinshinto. Bovendien groeit in de opiniepeilingen de groep gedesillusioneerden en partijlozen onder de kiezers. En terwijl de Japanse politici altijd graag hoog opgaven van het economische succes van hun land, vragen de Japanse banken zich nu af wat de repercussies van de huidige politieke crisis op hen hen zullen zijn. Door de crises van het afgelopen jaar betalen de banken al extra voor leningen op de internationale geldmarkt.

Daarnaast lijkt Shinshinto er op uit te zijn personen te beschadigen. De secretaris-generaal van de LDP, Koichi Kato, lijkt het voornaamste doelwit. Maar de actie 'beschadiging' begon eind februari al tegen de persoon van LDP-premier Ryutaro Hashimoto. Twee parlementsleden van de Shinshinto rakelden toen een schandaal uit 1991 rond de secretaris van Hashimoto nog eens op. Ze probeerden Hashimoto het vuur aan de schenen te leggen maar konden niet meer dan vage vermoedens aandragen. Hashimoto kwam voorlopig ongedeerd uit de discussies te voorschijn.

Voor Koichi Kato is de situatie momenteel penibeler. Shinshinto eist dat Kato als getuige voor het parlement verschijnt wegens een beschuldiging dat hij in 1990 een illegale donatie van 10 miljoen yen (ruim 150 duizend gulden) aannam. Deze beschuldiging werd al langer geuit maar won aan kracht toen een voormalige voorzitter van een steungroep van Kato op 4 maart (de dag dat de Shinshinto zijn blokkade begon) via zijn advokaat liet weten dat hij getuige was geweest van de overhandiging van het geld.

Tot dusver staat de LDP pal achter Kato en weigert op de eisen van Shinshinto in te gaan. Maar Kato wordt gezien als een rijzende ster binnen de partij. Een LDP-parlementariër zei vorige week: “Als Kato ooit premier wil worden dan moet hij voor het parlement zijn naam zuiveren.” Maar een ander lid van deze partij schetst de gevaren daarvan: “Na Kato zullen ze opnieuw fel de aanval op Hashimoto openen. Hashimoto zou dan gedwongen kunnen worden het parlement al dit voorjaar te ontbinden.” De volgende algemene verkiezingen in Japan moeten uiterlijk in 1997 worden gehouden maar Shinshinto wil het liefst zo vroeg mogelijk een stembusstrijd. De LDP wil daarentegen eerst zijn positie verstevigen door een succesvol premierschap van Hashimoto. Hashimoto nam het premierschap pas twee maanden geleden over van de sociaal-democratische coalitiepartner.

De populariteit bij buitenlandse commentatoren van Ozawa's kritiek op de politieke cultuur van zijn land blijkt nog eens in het weekblad The Economist van 9 maart. Het blad geeft Ozawa alle ruimte om zijn standpunten uiteen te zetten en in zijn laatste alinea schrijft Ozawa: “We moeten de stap maken van het nemen van beslissingen met zogenaamde consensus naar de essentie van democratie: meerderheidsbesluiten die door de minderheid worden geaccepteerd met de gedachte in het achterhoofd dat de minderheid van vandaag de meerderheid van morgen kan zijn.” De laatste weken stroken Ozawa's woorden niet met zijn daden.