Nederland geprezen voor energiebeleid

DEN HAAG, 18 MAART. Nederland loopt met zijn plannen om het milieu beter te beschermen via de energievoorziening voorop, vergeleken bij alle industrielanden verenigd in de OESO (Organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling). Daarmee loopt de regering het risico de economische ontwikkeling te belemmeren, zonder veel aan de oplossing van het probleem van de klimaatbeheersing (beperking broeikasgassen) bij te dragen.

Dit schrijft het Internationaal Energie Agentschap (IEA) te Parijs in een analyse van het Nederlandse energiebeleid die vanmorgen is gepubliceerd.

Minister Wijers (Economische Zaken) wordt door het IEA geprezen voor de “ambitieuze lange-termijndoelen” die hij in december in zijn Derde Energienota ontvouwde om de emissie van broeikasgassen na het jaar 2000 op zijn minst te stabiliseren. “De voorgenomen bijdrage van het Nederlandse energiebeleid aan deze doelen gaat verder dan die van de andere IEA-lidstaten. Nederland moet echter wel beseffen dat het, door af te wijken van no regret-maatregelen zonder dat andere landen hetzelfde doen, het risico loopt zijn economische ontwikkeling te belemmeren zonder veel aan de oplossing van het probleem bij te dragen”, aldus het IEA.

De organisatie doelt op maatregelen die in internationaal overleg worden vastgesteld om de emissies van broeikasgassen (vooral kooldioxyde) zodanig te beperken dat overheden later geen spijt krijgen van de groei die optreedt zonder maatregelen (no-regret). Door een strenger beleid te voeren dan andere landen zou de Nederlandse concurrentiepositie geschaad kunnen worden.

De Nederlandse milieubeweging acht de bijdrage die Wijers via het energiebeleid denkt te leveren aan beperking van de CO-emissies juist onvoldoende, omdat de vorige minister van milieubeheer, Alders, had bekendgemaakt dat Nederland ook na het jaar 2000 deze emissies met 1 à 2 procent per jaar zou moeten verminderen. Studies van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC), waarin Nederland deelneemt, hameren ook op de noodzaak van een verdere beperking.