Koerdisch geweld

ER HEEFT EEN ESCALATIE plaats tussen de Koerdische diaspora in Europa en de Duitse politie. De relschoppers uit het verleden bleken dit weekeinde te zijn omgevormd tot goedgeorganiseerde strijdbenden, bewapend met klein formaat boomstammen. Bovendien schroomden Koerden afkomstig uit Nederland niet bij de grensovergang Bergh-Elten wapenstokken en schilden buit te maken op in elkaar geslagen politie-agenten en ze als trofeeën voor de aanwezige camera's te tonen.

De Duitse politie heeft goede redenen de Koerden af te houden van concentratie op een bepaald punt. Nadat vorige week een Koerdische betoging in Bonn uit de hand was gelopen, was ditmaal Dortmund uitverkoren, maar een rechter had een demonstratieverbod uitgevaardigd. Dat gaf de Duitse ME het instrument in handen om oprukkende Koerden zo ver mogelijk van de stad verwijderd te houden. De grensovergang was daardoor een strategisch punt geworden waarvan de Koerden dankbaar gebruik maakten om alsnog de media te halen.

De Koerden hebben ernstige problemen in praktisch alle landen waarover dit volk is verspreid. Voor een deel komen deze voort uit onderlinge naijver die regelmatig de intensiteit van een burgeroorlog aanneemt. Maar het Koerdisch probleem zoals zich dat in Europa manifesteert is toch in de eerste plaats een projectie van het chronische conflict in Turkije. Het is zelfs niet overdreven te veronderstellen dat de PKK, de Koerdische strijdgroep in Turkije, een belangrijk deel van haar activiteiten naar Europa, en met name naar Duitsland, heeft verlegd. Bovendien biedt de PKK zich, met wisselend succes, aan als verzamelpunt voor leden van de Koerdische diaspora die niet uit Turkije afkomstig zijn. TOT DUSVER WAREN de moeilijkheden die Nederland aan het Koerdische vraagstuk overhield van indirecte aard. Dat hier gelegenheid werd gegeven voor de oprichtingsvergadering van een Koerdisch parlement-in-ballingschap leidde tot een diplomatieke botsing met Ankara. Maar nu Nederland als thuisbasis van bewapende Koerdische betogers een repeterende rol dreigt te gaan vervullen bij grensoverschrijdende gewelddadigheid, ontstaat een bijzondere verantwoordelijkheid. De zo vaak bezongen politiesamenwerking binnen Europees verband heeft hier een kans zich te bewijzen. Wat mogelijk is ter beheersing van de gewelddadigheid van voetbalsupporters kan ook worden aangewend om politieke demonstraties binnen aanvaardbare grenzen te houden.

Dit alles laat onverlet dat het Koerdische vraagstuk speciale politieke aandacht verdient. In de eerste plaats is daar de erkenning dat het gaat om een bevolkingsgroep die onder grote spanning staat en die nagenoeg geen uitlaatklep wordt geboden. Het gaat er om legitieme verlangens te onderscheiden van uitingen van radicaliteit en zelfs misdaad. Den Haag heeft getoond de Koerden ruimte te willen laten. Maar die ruimte wordt mede bepaald door de zelfbeheersing die deze mensen zelf aan de dag leggen. Ook wanneer zij groepsgewijs de landsgrenzen willen passeren.