Jospin werkt aan linkse eenheid èn een sociaal Europa

PARIJS, 18 MAART. “Ik ben de stakingen van december niet vergeten. Die beweging werd afgeschilderd als conservatief en corporatistisch. Maar voor mij was de uitroep van al die post-, telefoon- en treinbeamten positief. Zij zien niet in waarom een modern Europa somber en vol werkloosheid moet zijn. Zij willen Fransen, Europeanen èn wereldburgers zijn, maar wij moeten organiseren dat zij dat kunnen. Europa zal niet liberaal zijn, of het zal niet zijn!”

Met deze woorden besloot Lionel Jospin zaterdag een studiedag die bijna uitgroeide tot een historische bijeenkomst. Het was op zichzelf al een prestatie dat de leider van de Parti Socialiste de kopstukken van links Frankrijk aan één tafel had gekregen om over het gevreesde Europa te praten. Misschien hielp het dat Jospin een nog groter kwaad op de agenda had gezet: de globalisering.

Ook voor links in Frankrijk is Europa een bron van verdeeldheid. De partij heeft onder het veertienjarig presidentschap van François Mitterrand een historisch-bepaalde Europese koers gevaren: de onbetwiste leider wilde mèt Duitsland zorgen dat er nooit meer oorlog kwam op het oude continent. Nadat de partij bij de laatste Kamer-verkiezingen in 1993 werd gereduceerd tot een smaldeel met 53 (van de 577) zetels in de Assemblée Nationale, ging rechts weer regeren, eerst onder de zieke Mitterrand, sinds mei vorig jaar onder de dynamische neo-gaullist Chirac. Vrij spel dus voor socialisten die oppositie willen voeren met Europa.

Het is Jospins verdienste dat hij die oppositie-verlokking heeft weten in te dammen. Hem wordt in commentaren verweten dat hij de eenheid in de verdeelde PS bewaart door nergens veel van te vinden. In de dagelijkse tv-satire Les Guignols de l'Info rijdt hij als de kindervriend Yo-Yo door een bontgekleurd landschap dat het midden houdt tussen Dick Bruna en Postman Pat. Zaterdag bewees hij dat zijn werk sinds zijn eervolle nederlaag bij de presidentsverkiezingen (47,5 procent) is gevorderd.

Niet alleen bespreken de afdelingen van de Parti Socialiste een document dat zich, op een aantal sociale voorwaarden, opstelt achter de economische en monetaire unie. Jospin is er ook in geslaagd de overige groeperingen van 'le peuple de gauche' aan tafel te krijgen. De communist Hue, de nationalistische ex-socialist Chevènement, de Radicaal Baylet, verschillende soorten Groenen, de ex-communist Fiterman, zij zaten er allemaal en werden beleefd gedwongen zich in een niet-demagogische omgeving uit te spreken over de economische realiteiten van vandaag.

Zelfs Robert Hue, de opvolger van de eeuwige Brezjnjevist Marchais, sprak de gedenkwaardige woorden: “Ik ben niet tegen Europa”. Alleen wraakte hij de afschaffing van deviezencontrole, eiste het fiscaal aanpakken van de speculatieve geldstromen in de wereld (tarief 200 procent) en wilde hij iedere verplaatsing van een bedrijf naar lage lonenlanden belasten met een heffing die ten gunste zou komen aan “landen die het nodig hebben”. Verschil moet er zijn.

Ongeduldig trommelend met zijn keurig in het pak gestoken ledematen wachtte de grootste Euro-autoriteit in de Parijse Mutualité zijn beurt af. Jacques Delors, laat na tien jaar Commissie-voorzitterschap in Brussel niet na Frankrijk te wijzen op de onafwendbaarheid van “het lange termijn-project Europa”. Op drie steeds terugkerende Franse zorgen poogde hij geruststellend te antwoorden.

Eén: in het nieuwe Europese verdrag waar de lidstaten van de Europese Unie binnenkort over gaan onderhandelen moeten duidelijk de exclusief nationale competenties worden vastgelegd. Voorbeelden: cultuur, gezondheidszorg, onderwijs en nationale veiligheid. Twee: de 'service public à la française' is niet in strijd met de Europese verdragen. Drie: de regels van de grote internationale instellingen zoals de Wereldbank, de Internationale Arbeidsorganisatie, de Wereld Handelsorganisatie, missen een voor deze tijd geëigende sociale notie. Zij moeten in die zin worden herschreven.

Zo'n dag bestaat uit veel optiek en akoestiek. Michel Rocard kan mooier formuleren dat “het sociale Europa een ruïne is” dan uitleggen hoe dat monument gerenoveerd kan worden. Pierre Mauroy, ook oud-premier, is nog vol van zijn recente reizen voor de Europese socialistische beweging. De Groene met de nietigste aanhang, Noël Mamère - “Ecologie houdt niet op bij vogels en bomen” - heeft de meest complete Europese visie. Zijn Europa is politieker dan het huidige, maar hij is de enige aanwezige die aandringt op een sterker Europees Parlement.

De socialisten dromen van een 'espace de civilisation pour La France dans une Europe-puissance'. Vrij vertaald: een plekje voor Frankrijks eigen gevoel van beschaving in een machtig Europa. Ook Links Frankrijk, in totaal goed voor 16 procent van de parlementaire stemmen, is op zoek naar een Europa dat zo veel mogelijk Frans is, en tegelijk brengt wat in Frankrijk maar beperkt is gelukt.