Hoogleraar Ruijgh: Herodotos had gelijk over Homeros

AMSTERDAM, 18 MAART. De gangbare opvattingen over de Griekse dichter Homeros moeten grondig worden herzien: zijn Ilias en Odyssee zijn namelijk niet, zoals eerder aangenomen, eind achtste of begin zevende eeuw voor Christus geschreven, maar in de negende eeuw voor onze jaartelling.

Volgens de Amsterdamse hoogleraar oud-Griekse taalkunde dr. C.J. Ruijgh heeft Herodotos toch gelijk gehad. Herodotos beweerde al in de vijfde eeuw voor Christus dat Homeros in de negende eeuw moest hebben geleefd.

In zijn afscheidscollege vorige week voor de Universiteit van Amsterdam keerde Ruijgh zich daarom expliciet tegen de moderne, twintigste-eeuwse, opvatting dat er over Homeros bijna niets zinnigs te zeggen is.

Volgens deze hedendaagse interpretaties zijn de historische feiten en biografische details over Homeros, die pas later via de antieke traditie zijn overgeleverd, volledig onbetrouwbaar en ook oncontroleerbaar. Zo wordt er nog altijd getwijfeld aan het eenduidige auteurschap van de Ilias en de Odyssee. In bijna alle handboeken wordt betwijfeld of deze werken door één auteur zijn geschreven.

Maar volgens Ruijgh wijst zijn taalkundig onderzoek erop dat de tot nu toe onbetrouwbare geachten gegevens in hoofdlijnen toch serieus moeten worden genomen. Ruijgh sloot zich in zijn afscheidsrede vrijdag in Amsterdam daarom expliciet aan bij de inmiddels als romantisch afgedane theorie dat Homeros is geboren in Smyrna (Klein-Azië) en heeft gewerkt op het Ionische eiland Chios.

Ook de recente spectaculaire archeologische vondsten op Euboea (een eiland ten noordoosten van Athene), die in de tiende eeuw worden gedateerd en nog door niemand tot nu toe bevredigend zijn geïnterpreteerd, kunnen in de ogen van Ruijgh een belangrijkste plaats krijgen toebedeeld. Op dit al vroeg bloeiende eiland moet Homeros in de negende eeuw voordrachten hebben gehouden die zelfs een definitieve invloed zouden kunnen hebben gehad op de compositie van de Odyssee. “Ik waag mij hiermee aan een speculatieve gedachte”, erkende Ruijgh overigens wel.

Mede op grond van deze conclusies is volgens Ruijgh ook de hypothese gerechtvaardigd dat de invoering van het Griekse alfabet uit Phoenicië twee eeuwen eerder heeft plaatsgehad dan tot nu toe algemeen werd aangenomen.

Met zijn afscheidsrede heeft Ruijgh, die in internationale kring gerenommeerd is, een ongekende wending gegeven aan de reeds generaties aanvaarde theorievorming over de historiciteit van Homeros en de oorsprong van het Grieks.