Het geboefte is aan de winnende hand

Ze zijn weggestapt uit een western. Vijf, zes man, wat ouder al en ruim in het vlees, in lange jassen met daarop de onderscheidingstekenen van het gezag. Maar wel uit een film van Sergio Leone dan, waarin de grens tussen gezag en geboefte altijd vaag is.

Dit is niet Sweetwater, dit is station Nieuwmarkt, onder het hart van Amsterdam. De trein, pardon, de metro naar Gaasperplas rolt aan en komt tot stilstand. De vijf of zes controleurs van het vervoerbedrijf maken, als het 'instappen-signaal' klinkt, een beweging naar de wagons toe. Dan stoppen ze en doen met grijnzende gezichten weer een pas achterwaarts. “Dag hufters”, groet Leroy terwijl hij wegrijdt. Hij kent hun trucs. Als hij was uitgestapt, hadden de controleurs hem meteen gepakt. Je mag je immers ook niet op het perron bevinden zonder geldig vervoersbewijs. De kunst is om je niet uit de tent te laten lokken. Een doorgewinterde zwartrijder weet dat.

Het geboefte is aan de winnende hand in dit verhaal. De gemeente maakte vorige week de cijfers bekend van het zwartrijden. Terwijl het aantal controleurs almaar stijgt, is ook het percentage zwartrijders vorig jaar toegenomen. In de metro, in de tram en zelfs in de tram-met-conducteur, waarvan de Amsterdamse politiek toch alle heil en zegen verwacht. Hoe is dat mogelijk?

Een ex-tramcontroleur legt het uit. Het controleurschap is bedoeld als taakverlichting voor de GVB'ers die 'trede vier' in het bedrijf hebben bereikt, de leeftijd van kalmpjes aan. 's Ochtends vroeg wandelt de controleploeg binnen bij de remise Lekstraat, eerst maar eens een bakkie koffie en wat een weertje hè.

Dan gaat de controleur de trams langs die in de remise staan en noteert de wagennummers met de rittijden. Met die gegevens vult hij de dagstaat alvast in. Nu is de dag verder van hen. De een moet nog even de auto naar de garage brengen, een ander gaat thuis klussen. De rest stapt op lijn 4 en laat zich naar het Centraal Station rijden. Achterin deze tram zit een conducteur, dus controle is overbodig.

In de wachtkamer van de spoorwegpolitie is het dan kaarten geblazen, tot het echt tijd wordt om terug te gaan. Dan pakken ze lijn 25 en tikken daar wat passagiers op de schouder. Is het mooi weer, dan stappen ze onderweg even uit voor een ommetje door de Kalverstraat.

De controleurs zijn dus de bad guys, dat is wel zo overzichtelijk. Het GVB zal bij zijn 'plan van aanpak' ook nadrukkelijk “intern in de eigen boezem kijken”, aldus een woordvoerder. Maar is het eerlijk? Zwartrijden met controleploegen bestrijden is nauwelijks effectief. Als zij al een zwartrijder op heterdaad weten te betrappen, geeft-ie gewoon een valse naam op. Vertrouwen de controleurs het niet en nemen ze de passagier mee naar het politiebureau, dan wordt daar keurig proces-verbaal opgemaakt met een afschriftje voor de ijverige controleur. Maar op het bureau van de officier van justitie komt dit misdrijf op de stapel 'niets aan doen'. “Onze chef heeft ons al gezegd niet meer met zwartrijders naar de politie te gaan”, aldus een controleur. “Het kost alleen maar tijd.”

Zij maken onderdeel uit van een gedemoraliseerd apparaat, met een schuld van honderd miljoen gulden, onder toezicht van een gemeente die zich vooral lijkt te generen voor het bedrijf. “Alles rijdt nog”, zei een chauffeur onlangs trots tegen Het Parool en dat is zo ongeveer alles wat je ervan kunt zeggen.

Wie heeft nog de fut om er iets van te maken? Om te 'bezuinigen' kregen de GVB'ers vorig jaar een kerstgratificatie van 100 gulden en mocht in de kantine geen kerstboom worden neergezet. Bij de Stadsreiniging kregen ze het dubbele en een mooi versierde boom. De teugels strak aantrekken, heet dat.