Gergjev poetst opera op als museumstuk

Voorstelling: Prins Igor van A. Borodin door Kirov Opera. Gezien: 16/3 AT&T Theater Den Haag. Herhaling: 19/3.

Prins Igor van Borodin is in handen van Valery Gergjev na 106 jaar nog steeds een 'work in progress'. De conventionele uitvoeringsversie van de opera werd na Borodins dood (1887) in elkaar gezet door Rimski-Korsakov en Glazoenov op basis van hele en half-klare delen en schetsen, waarbij soms weinig van Borodin overbleef en zijn manuscripten deels verloren gingen.

Prins Igor ging in 1890 in première in het St. Petersburgse Mariinski-theater, waar nu de Kirov Opera van Gergjev zetelt. Gergjev liet op basis van de oude versie en een piano-uittreksel van Pavel Lamm een nieuwe editie maken, met een veranderde volgorde en een deels nieuwe orkestratie van Joeri Falik. Die versie staat op een Philips-cd, maar wat de Kirov Opera nu van Prins Igor in Den Haag laat zien wijkt daarvan weer af. De proloog en vier bedrijven met vijf scènes zijn hier omgezet in een proloog met drie bedrijven en zes scènes. En de ouverture wordt nu na de proloog gespeeld!

De praktische voordelen zijn tweeërlei: de volgorde van de scènes is logischer en tijdens de ouverture kan het toneelbeeld worden gechangeerd. Om die toneelbeelden gaat het voor een groot deel in deze voorstelling: de decors zijn deels nog historisch, inmiddels gerestaureerd en vanwege de nieuwe indeling is de voorstelling deels voorzien van een nieuwe mise-en-scène. De choreografie van de fameuze opzwepende Polowetzer dansen is nog steeds die van Mikhail Fokine. Het gaat hier om een reconstructie van een pronkstuk uit het Russische opera-museum, waarvan Gergjev de behoedzaam opererende conservator is: hij schoont het rommelig geworden werk op om het weer te laten glanzen.

En glanzen doet deze Prins Igor, die ons terugbrengt naar de tijd van Diaghilev. Al is er wel eens een taai kwartiertje met een erg lange monoloog, de voorstelling als geheel biedt zeer ruim vocaal, instrumentaal en visueel spektakel doordat elk scène uitmondt in een magnifiek geënsceneerd tableau-vivant. Het zijn hier zelden vertoonde relieken van een bij ons geheel verdwenen theater-traditie. Het is fascinerend om te zien hoe die slotbeelden langzaamaan onder je ogen ontstaan uit de beweging van zangers, koorleden, dansers en figuranten om ten slotte te eindigen in een pathetisch moment van stilstand: een reusachtig driedimensionaal schilderij, archetypische opera à la Russe.