DE WERKENDE KEEPER OOGST PAS LAAT

Hij is de minst gepasseerde keeper in het betaalde voetbal. Als Ronald Waterreus (25) morgenavond tegen Barcelona zijn doel schoon houdt, is PSV verzekerd van een halve-finaleplaats in het UEFA-cuptoernooi. Een Limburger in Brabant, een buitenbeentje in het voetbalmilieu, een laatbloeier onder de lat.

Lijdzaam kijkt hij toe hoe zijn ploeggenoten de mooiste kansen om zeep helpen. Zelf heeft Ronald Waterreus weinig te doen. Het is zo'n wedstrijd die een doelman zo snel mogelijk vergeet. “Een paar huis-tuin-en-keuken-ballen, meer zat er niet bij vanavond. Als je die makkelijke ballen niet pakt, kun je maar beter weer bij de amateurs gaan keepen.”, zegt Ronald Waterreus na de 0-0 tegen FC Utrecht.

Hij valt niet op door fraaie reddingen en toch is het aardig om naar de doelman van PSV te kijken. De breedgeschouderde sportman met de opvallend dikke dijen, hij trapt weer met beide benen en gooit de bal tot over de middenlijn. Zijn lange haar hangt bijna ouderwets in de nek, wat hem bij de supporters van de tegenpartij tot een dankbaar object heeft gemaakt. Zoveel 'matjes' lopen er niet meer op het voetbalveld.

“Ik heb dankzij moedertje natuur toevallig een mooiere haardos dan de meeste jonens op de tribune”, zegt hij quasi nonchalant. De humor verdwijnt sneller dan het opvallende kapsel. “Ik vind racisme verschrikkelijk, maar wat is er eigenlijk erger: voor zwarte uitgemaakt worden of voor seropositieve of transseksuele? Het is me regelmatig overkomen. Ik moet me inhouden om niet te reageren. Je gelooft soms je oren niet in een stadion. Hé lekker wijf hoor ik al niet eens meer.”

Aan het schelden en spugen achter het doel zal hij waarschijnlijk nooit gewend raken, maar de schoonheid van het spel vergoedt veel. Hij noemt zichzelf bevoorrecht. Anderhalf uur trainen per dag, een goed salaris, lekker golfen met collega's: je kunt het slechter treffen. Aangezien hij zichtbaar geniet van de verworvenheden van een profvoetballer wordt hem wel eens lankmoedigheid verweten. Hij is het daar niet mee eens. De mensen moesten eens weten hoeveel Waterreus heeft afgezien om te slagen als keeper. Eerst bij Roda, nu bij PSV.

Zeventien jaar was hij al, toen het voetbalveld lonkte. Een rugblessure dwong de veelbelovende wielrenner naar een andere sport uit te kijken. In zijn geboortedorp Lemiers, in de buurt van Vaals, was fietsen toch al geen normale bezigheid voor een gezonde jongen. “Het was een schande als je niet voetbalde, maar daar trok ik me dus lekker niks van aan. Bovendien had ik veel talent als wielrenner. Het kwam me allemaal aanwaaien. Ik won bijna alles wat er te winnen viel. Ja, ook van Danny Nelissen. Die kwam er als junior echt niet aan te pas tegen deze jongen. Zonder mezelf nu de hemel in te prijzen, want zo zit ik dus niet in elkaar.”

Hij vertelt over zijn afkomst. Een kind van een metselaar is niet arrogant. Het was hard werken in het Zuidlimburgse Lemiers. Ronald Waterreus heeft het verlies van zijn vorig jaar overleden vader goed verwerkt. Hij is dankbaar voor diens advies om alles recht voor zijn raap te zeggen. En toch met twee woorden spreken, klonk er dan achteraan.

De dood van zijn vader leerde hem relativeren. Toen hij twee weken geleden bij een persconferentie in Barcelona werd geconfronteerd met vragen over de bekerwedstrijd, sprak hij de aanwezige journalisten bijna vermanend toe. Een dag daarvoor had hij op de televisie een bus met passagiers zien ontploffen in Tel Aviv. “Laten we het daar eens over hebben”, antwoordde de gewezen Atheneum-leerling.

Sommigen noemen hem een vreemde vogel, anderen ontdekken een intelligente ondertoon bij de man die het zuidelijke accent heeft verhaspeld met een raspende stem. Hij praat over zaken die de gemiddelde Nederlandse voetbalprof niet interesseren. Hij praat over de fascinatie voor het betere slagwerk. In het Eindhovens Dagblad stond Watereus vorige week als drummer afgebeeld. Hij houdt van hardrock en “voor een partijtje drummen kunnen ze me 's nachts wakker maken”, vertelde hij op dezelfde pagina.

Hij werd keeper omdat zijn leeftijdgenoten beter konden voetballen. Gelukkig maar. De amateur van Lemiersia en RKVVM kreeg een jaar na zijn eerste jeugdwedstrijd een contract aangeboden bij Roda JC. Heel langzaam werd hij klaargestoomd voor het eerste elftal. In Kerkrade leerde hij ballen rapen voor assistent-trainer Willy van der Kuylen. De dropkick die hij bij PSV bijna wekelijks laat zien, heeft hij bij Roda onder de knie gekregen. Hij had de zware leerschool die een laatbloeier nodig heeft. Urenlang dook hij in de blubber. Hij moest en zou zich waarmaken.

“Ik heb alle bomen rond het trainingsveld wel een keer omver geschoten, zo slecht trapte ik in het begin. Maar Jan Reker (de trainer) had geduld met me. Hij lachte zich in het begin rot om mijn stijl. Ze konden bij Roda wel vijftien betere keepers krijgen en toch kozen ze voor mij. Ik kon nog veel bijleren omdat ik zo laat begonnen was, dachten ze bij Roda. Niet slecht gedacht, toch?”

Nog steeds is hij geen volmaakte keeper. Voor de winterstop speelde hij een paar mindere wedstrijden. In de uitwedstrijd tegen Barcelona ging hij volgens sommige criticasters niet vrijuit bij de twee tegendoelpunten. De beelden laten zien dat Waterreus nauwelijks blaam treft. Het geluk ontbrak die avond en zonder geluk is elke keeper een gewone sterveling, zegt zijn voorganger die zelf regelmatig een engeltje op de lat zag zitten.

Volgens Hans van Breukelen is Waterreus geen supertalent maar een doelman die, net als hijzelf, keihard heeft moeten trainen om zijn huidige niveau te bereiken. “Ronald is vrij allround en kan in alle opzichten alleen nog maar beter worden. Als keeper moet je zo min mogelijk fouten maken en hij heeft in anderhalf jaar tijd bij PSV geen grote fouten gemaakt. Dan heb je het dus heel goed gedaan. Wat mij betreft is hij zonder meer de derde keeper van Nederland.”

Over het quasi zelfbewuste voorkomen van zijn opvolger heeft Van Breukelen een genuanceerde mening. “De mensen vinden hem ongrijpbaar, de ene keer noemt hij alles bij de naam, de andere keer zwijgt hij als het graf. Hij is veel slimmer dan de meeste voetballers, ook slimmer dan ik zei de gek. Misschien dat de mensen hem daarom arrogant vinden overkomen. Ik ben het daar dus helemaal niet mee eens.”

Waterreus is in de voetsporen van Van Breukelen getreden, hoewel Stanley Menzo aanvankelijk de voorkeur kreeg bij PSV. Na diens blessure in het najaar van 1994 werd de beoogde tweede man de eerste keus. De onderlinge relatie is er alleen maar stroever van geworden. Beide keepers praten zo min mogelijk met elkaar en wensen in de pers geen woord vuil te maken aan de kille verstandhouding.

In het trainingskamp in Oisterwijk zullen Menzo en Waterreus vanavond geen hotelkamer delen, hoewel dat bij keepers gebruikelijk is. Voor de aftrap tegen Barcelona zal de reserve de vaste waarde wel inschieten. Het blijft een raar en ook wel een beetje pijnlijk gezicht. De gelouterde, verbitterde Amsterdammer die losse flodders afvuurt op zijn vrij onervaren en zeer ongeremde Limburgse kwelgeest.

Die kwelgeest, dat is Ronald Waterreus. Hij laat zich niet gauw meer uit het doel verdrijven. Niet door Menzo en zeker niet door de supporters die zijn haardos belachelijk maken. Hij is nog lang niet uitgeleerd, zegt hij ten overvloede.