De Antillen

IEDERE UITSPRAAK over de Nederlandse Antillen brengt Den Haag in rep en roer. VVD-leider Bolkestein heeft zich afgelopen zaterdag in deze krant in algemene bewoordingen uitgesproken voor een steviger opstelling van Nederland ten aanzien van de Antillen en Aruba. De reacties lieten zich raden. Kamerleden van PvdA en D66 haastten zich om dekking te zoeken achter de 'harde saneringsmaatregelen' die de Antilliaanse regering op het ogenblik zou nemen.

In werkelijkheid hebben de Antillen helemaal geen saneringsprogramma. De onderhandelingen met het Internationale Monetaire Fonds (IMF) zijn vorig jaar begonnen, maar staan stil. Het IMF heeft zijn aanbevelingen klaar en de Antilliaanse regering wil er niet aan. De president van de Antilliaanse centrale bank is onlangs in Washington geweest en heeft daar te horen gekregen dat de vorderingen in Willemstad onvoldoende zijn. Afspraken voor verdere onderhandelingen zijn niet gemaakt.

De Antillen raken ondertussen in snel tempo in grotere financiële problemen. De betalingsbalanssteun die Nederland bereid is te verstrekken als financiering voor het IMF-programma is vooruitgeschoven. De Antillen willen geld voor een sociaal vangnet om de effecten van het aanpassingsprogramma te verzachten. Nederland is wel bereid om daarvoor extra geld beschikbaar te stellen, maar pas als eerst het IMF-programma wordt uitgevoerd. DE ANTILLEN EN ARUBA ontvangen jaarlijks een aanzienlijk bedrag (280 miljoen gulden) ontwikkelingshulp, niettemin kampen de Antillen met een enorm begrotingstekort, waarbij tweederde van de begroting opgaat aan het ambtelijke apparaat. De Antilliaanse overheid kan haar betalingsverplichtingen niet nakomen en de valutareserves van de centrale bank slinken. Voorzichtige pogingen van Nederland orde op zaken te stellen stuiten op wat de Groningse hoogleraar staatsrecht Elsinga de 'knoekoe-politiek' (letterlijk: plattelandspolitiek) heeft genoemd: ambtenaren en politici die de Caraïbische eilanden bezoeken laten zich telkens weer gewillig inkapselen door de lokale bestuurders.

In de betrekkingen met de Antillen en Aruba speelt KABNA, het Kabinet voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken, een sleutelrol. Het is een zwevend mini-departement, waarvoor de ministeriële verantwoordelijkheid in Den Haag formeel ligt bij een van de leden van het kabinet, op het ogenblik de minister van Defensie. De problemen van de Antilliaans-Nederlandse betrekkingen zijn vooral van bestuurskundige en financiële aard en het zou voor de hand liggen om KABNA rechtstreeks onder de minister van Binnenlandse Zaken te brengen. Dat ligt, het laat zich raden, gevoelig in Willemstad. DE FINANCIËLE sanering kan het beste toevertrouwd worden aan het IMF. Daarmee voorkomt Nederland dat het de politiek gevoelige rol moet spelen van toezichthouder op de uitvoering van een aanpassingsprogramma. Pogingen van de Antillen om via de vorig jaar ingestelde Commissie-Van Lennep, die de schulden van de Antillen in kaart heeft gebracht, een gewilliger oor in Nederland te vinden, of om een sociaal noodfonds te financieren nog voordat het IMF-programma begonnen is, moeten worden afgewezen. De opmerking van Bolkestein dat Nederland in het verleden te gemakkelijk is geweest ten opzichte van de Antilliaanse eisen was aardig in de roos. De tijd van pappen en nathouden is voorbij.