Catalanen openen gesprek over regering Spanje; Conservatieven lijken bereid tot verregaande concessies

MADRID, 18 MAART. De eerste stap naar een nieuwe regering in Spanje is gezet. De conservatieve lijsttrekker José María Aznar van de Partido Popular (PP) en de Catalaanse nationalist Jordi Pujol hebben gisteren onverwachts vier uur lang met elkaar gesproken op een zorgvuldig geheim gehouden plek in Madrid. De besprekingen tussen de politieke leiders werd van beide zijden als “zeer hartelijk” omschreven. Tot nog toe hebben de Catalanen zich zeer terughoudend opgesteld ten opzichte van de PP.

Hoewel er nog geen concrete resultaten bekend zijn gemaakt, betekent het gesprek volgens veel politieke waarnemers dat de onderhandelingen over de vorming van een nieuwe regering aanmerkelijk verder gevorderd zijn dan tot dusver werd aangenomen. Gedurende het gesprek tussen Aznar - de winnaar van de begin deze maand gehouden verkiezingen - en Pujol, wiens steun noodzakelijk is voor de vorming van een regering, zijn een aantal onderwerpen aan de orde gekomen, waaronder de Europese economische en monetaire unie en de autonomie van de Spaanse regio's.

Spanje is in afwachting van de prijs die de Partido Popular van Aznar zal moeten betalen om de steun van de Catalaanse nationalisten te verwerven. Niemand twijfelt er aan dat die prijs hoog is, want er moet een en ander afgerekend worden. Twee weken geleden nog, in het goed bekeken programma rond de verkiezingsuitslagen dat de Spaanse staatstelevisie bracht, kon de Catalaanse leider zelf zien en horen hoe aanhangers van de Partido Popular hem massaal voor “een dwerg” uitmaakten, die eerst maar eens Spaans moest leren spreken.

De stemming lijkt inmiddels danig omgeslagen. “Ik ben er absoluut van overtuigd dat we betrouwbare partners kunnen zijn voor het welzijn van Catalonië en Spanje”, zo verklaarde Aznar in het eerste interview dat hij na de verkiezingen heeft gegeven. Zonder de steun van Pujol kan Aznar de vorming van een regering wel vergeten. Dat was ook het geval met de nu demissionaire minderheidsregering van Felipe González. Maar waar de socialistische partij van González altijd oog had voor de autonomie-wensen in Baskenland en Catalonië, joeg de Partido Popular onder Aznar de lokaal-nationalistische partijen voortdurend de gordijnen in. Het proces van verzelfstandiging van Spanjes regio's is inmiddels ver genoeg gegaan, meende de PP. Het werd tijd dat de centrale regeringsmacht in Madrid de touwtjes weer eens wat strakker aantrok.

De bijtende aanvallen op de persoon van Pujol, die volgens de PP de centrale Spaanse staat afperste in ruil voor zijn gedoogsteun aan de regering van González, maakte de zaken er niet beter op. Tachtig procent van de Catalaanse achterban van de partij CiU van Pujol voelt niets voor een pact met de PP, zo zei hij afgelopen week. De Catalaanse nationalisten verwachten op zijn minst een gebaar van Aznar, iets van excuses bijvoorbeeld. Maar in plaats daarvan gaf de Aznar tot dusver geen krimp. “Met het beeld van een pluriform Spanje dat ik heb is er voldoende ruimte voor een overeenkomst met de nationalisten”, aldus de conservatieve leider deze week zelfverzekerd.

Ondanks al het wapengekletter voor de buitenwacht wordt het alternatief van opnieuw verkiezingen na de zomer - vooralsnog de enige mogelijkheid als de gesprekken mislukken - door beide partijen als weinig aantrekkelijk beschouwd. En dus zit er niets ander op om concessies te doen. In een vraaggesprek met het conservatieve dagbald ABC zei PP-onderhanderlaar Rodrigo Rato dat zijn partij in principe bereid is om autonome regio's als Catalonië en Baskenland een grotere financiële vrijheid te gunnen. Daarbij werd zelfs de mogelijkheid geopperd om tot dertig procent van de inkomstenbelasting door lokale overheden te laten innen.

De martelgang waarop de regeringsformatie kan uitdraaien heeft inmiddels tot de eerste ruzies binnen de Partido Popular geleid. De messen worden geslepen om af te rekenen met de denktank van jonge en vooral ambitieuze mannen die partijleider Aznar hebben bijgestaan in zijn verkiezingsstrijd. Zij worden verantwoordelijk gehouden voor de onvoorzichtige toon in de verkiezingscampagne om alvast uit te gaan van de volledige overwinning.

De bereidheid om de nationalisten tegemoet te komen staat in fel contrast tot de sentimenten die er onder de PP-aanhang leven en de nieuwe oppositiekringen lieten dan ook niet na zout in de wonden te wrijven. Woordvoerders van de socialistische partij spraken de afgelopen dagen hun “verbazing” uit over de mogelijk vergaande overdracht van bevoegdheden aan de regio's. Er werd zelfs op gewezen dat de PP de grondwettelijke grenzen van Spanjes politiek ten aanzien van autonomie dreigt te overschrijden en de samenhang van Spanje als natie in gevaar dreigt te komen. Tot nog toe waren dat juist de stokpaardjes van de Partido Popular.

Terwijl José María Aznar aldus een voorproefje krijgt van de moeilijke tijden die hem te wachten staan, speelde Felipe González de afgelopen dagen de rol van oudere staatsman. De demissionaire premier, zichtbaar ontspannen na de opmerkelijk goede resultaten voor zijn partij bij de verkiezingen, spoorde zijn conservatieve rivaal aan tot de vorming van een regering en beloofde een “geordende” machtsoverdracht.

Tijdens een partijfeestje dat gisteren werd gegeven vanwege de socialistsiche verkiezingszege in de regio Andalusië, voorspelde González echter dat Aznar uiteindelijk opgezadeld wordt met een vleugellamme regeringscoalitie. “We zullen de komende twee, drie jaar een regering zien die niet in staat is besluiten te nemen.”, aldus González. “We beginnen nu alvast met de campagne voor de volgende verkiezingen. We zullen de meerderheid terugwinnen.”