Benackova: triomfen in Andrea Chénier

Concert: Andrea Chénier van U. Giordano door Radio Symfonie Orkest en Groot Omroepkoor o.l.v. Kees Bakels. Gehoord: 16/3 Concertgebouw Amsterdam. Radio-uitz.: 23/3 19.30 uur Radio 4.

Vlak voor de honderdste verjaardag van de première van Andrea Chénier op 28 maart 1896 in de Milanese Scala klonk het werk van Giordano weer eens in Amsterdam in de Matinee op de vrije zaterdag, dertig jaar nadat intendant Maurice Huisman van de Nederlandse Opera Andrea Chénier hier liet uitvoeren met een geheel Italiaanse cast: o.a. Renato Bruson als Gérard.

Andrea Chénier, een opera over de dood onder de guillotine van de jonge Franse dichter tijdens de Terreur-fase van de Franse Revolutie in 1794, kreeg onder leiding van Kees Bakels een fantastisch gezongen en gespeelde uitvoering: weer eens een ouderwetse, met enorm enthousiasme begroete Matinee met een groot aandeel voor Nederlandse zangers.

De Russische Maria Guleghina, die op het laatste moment de rol van Maddalena had afgezegd omdat ze liever in de Scala zong, werd vervangen door de Slowaakse Gabriela Benackova. Deze zong hier tussen 1975 en 1984 enkele malen bij de Nederlandse Opera (Katja Kabanova, Jenufa en Manon Lescaut) en maakte toen al enorme indruk. Nu, zoveel jaren later, leek Benackova in présence, overtuigende dramatiek en diepgaande interpretatie alleen nog maar verder gegroeid. En haar krachtig stralende stem heeft intussen niets geleden: ze zingt buitengewoon riant zonder een spoor van vibrato. Zegde altijd maar iedereen af en waren er altijd maar zúlke vervangers!

De tragische titelrol - Chénier had nog gered kunnen worden door Robespierre, die zelf drie dagen later werd onthoofd! - kreeg een merkwaardige vertolking. De Bulgaar Kaludi Kaludov heeft fysiek de onverstoorbare uitstraling van een wiskundeleraar, maar zijn strot herbergt een tenorstem met een fraai timbre, zij het zonder enige variatie in expressie. Hij kan zijn stem wel moeiteloos aanzwengelen tot bijna-orkaankracht en dat epateerde.

Henk Poort overtuigde na een wat weinig volumineus begin heel redelijk in de forse rol van Gérard, die hij met dramatische sonoriteit zong. Hebe Dijkstra excelleerde in een heel persoonlijk vertolkte rol van de gravin. Maarten Koningsberger en Henk van Heijnsbergen waren uitstekend in de rollen van Fléville en Roucher. Geert Smits droeg flink bij aan het half-theatrale karakter van de uitvoering, door als de sans-culotte Mathieu veel heen en weer te lopen op trappen en over de bovengang, de Marseillaise zingend in la-la-la.

Verrassend was het optreden van Cora Canne Meijer, voor het eerst sinds tien jaar op het operapodium: van de kleine rol van de blinde Madelon maakte zij het maximale.