'Arts heeft chronisch vermoeide patiënt niets te bieden'

UTRECHT, 18 MAART. Nederlandse huisartsen krijgen per jaar drie miljoen mensen in de spreekkamer die klagen over vermoeidheid. In 93 procent van de gevallen kan de arts niets vinden. Niettemin lijden twintigduizend mensen aan de ziekte ME, ook wel chronische vermoeidheid genoemd. Ook is er een grote toename van mensen die met een burn-out in de WAO terechtkomen. Wat is hier aan de hand? 'Ziek is de mode' luidde de titel van een debat dat gisteren door De Salon in Utrecht aan dit vraagstuk werd gewijd.

Het feit dat voor kwalen als ME, whiplash en burn-out nog geen aanwijsbare medische oorzaken bestaan, roept vragen op, zowel bij de patiënt als bij diens omgeving. Is het lichamelijk, psychisch of aanstellerij? Is er sprake van modeziektes, zoals toen een aantal jaren geleden plotseling half Nederland aan hyperventilatie leed? Moet een arts de aandoening van zijn patiënt erkennen als hij er geen medische oorzaak voor vindt? Mensen verlangen altijd erkenning voor hun leed, en afgezien daarvan kan erkenning ook nog het verschil betekenen tussen WAO en bijstand.

“Wat heeft u mensen met chronische vermoeidheid eigenlijk te bieden?”, vraagt presentator Paul Schnabel, hoogleraar geestelijke gezondheidszorg, aan huisarts Siep Thomas, een van de vier leden van het forum.

“Niets”, erkent Thomas ruiterlijk. Hij hoopt van het publiek te vernemen waarom dat eigenlijk van hem wordt verwacht. “Waarom eist men van de medische stand erkenning van dingen die wij niet begrijpen, niet kunnen meten en waaraan wij niets kunnen doen wat tot genezing leidt?” Vage klachten zijn er volgens Thomas altijd geweest, maar de manier waarop artsen er mee omgaan is onder druk van de samenleving veranderd. Vroeger verleenden ze met alle plezier een 'ziekte-etiket' aan hun patiënt - 'Waarom niet, als dat u kan helpen' - maar nu zijn de kosten van dit beleid te hoog geworden.

Tegenover de moeheidsexplosie staan artsen die veel scherpere criteria hanteren dan een paar jaar geleden. Mensen worden minder snel helemaal afgekeurd en belanden minder makkelijk in de WAO. Volgens Ruurd van der Brugge, arbeidsdeskundige bij het GAK in Utrecht, is dit terecht. “Veel mensen die ziek zijn kunnen nog wel werken, zij het minder hard.” Maar juist die verlaagde produktiviteit is iets wat door Nederlanders nauwelijks geaccepteerd wordt. Bij steeds meer werkgevers ziet Van der Brugge “de angst ontstaan om mensen aan te nemen die ooit iets hebben gehad”. En ook patiënten zelf denken zo.

Volgens Jozien Bensing, hoogleraar klinische psychologie en directeur van het Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg, heeft het bij vermoeidheidsklachten geen zin om eindeloos te zoeken naar een oorzaak. Daardoor komt er steeds meer op het spel te staan en krijgen arts en patiënt uiteindelijk beiden het gevoel te falen. “Het is heel vervelend om steeds weer bij de dokter vandaan te komen met de boodschap dat hij niets kon vinden.” Het zou beter zijn, vindt Bensing, als mensen zouden accepteren dat ze moe zijn, en dat ze leren daarmee om te gaan.

Achter in de zaal zit een man die sinds vier jaar lijdt aan ME. Hij beschrijft hoe uitputtend het is om te blijven zoeken naar een oorzaak van de kwaal, steeds te hopen dat die is gevonden, tevergeefs te wachten op genezing. Maar hoe zwaar dat ook is, accepteren dat er geen vindbare oorzaak is, is zo mogelijk nog moeilijker. “Als je ziek bent moet je je schuldig voelen, lijkt het. In deze maatschappij is het heel moeilijk om je neer te leggen bij ziekte.”

Ook in het forum zit een ervaringsdeskundige: Anna Bridié, tegenwoordig freelance publiciste, voorheen uitgever. Tot ze zelf overwerkt raakte zag ze overspannen mensen als kneuzen, hun klachten als aanstellerij. Ook bij haar heeft de dokter nooit iets kunnen vinden, toch zit ze al jaren in de WAO. Een therapeute raadde haar aan een schrijfcursus te gaan doen. Dat deed ze, wat resulteerde in het boek Opgejut en uitgeput. De ontdekking dat ze goed kon schrijven en hiermee succes boekte heeft haar gezondheid postitief beïnvloed, meent ze.

De honger naar een medisch etiket voor vage klachten heeft volgens Thomas ook te maken met afkeer van het alternatief. Als er iets is wat mensen niet willen horen van hun dokter is dat: 'het is psychisch', al gauw equivalent van 'het zit tussen de oren'. “Dan word je meteen in de psychotherapie gestopt”, klaagt een vrouw uit het publiek. “Moet je een jaar je jeugd gaan verwerken terwijl je hartstikke veel pijn hebt.” Volgens Bensing zou er meer geld gestoken moeten worden in onderzoek naar de wisselwerking tussen lichaam, geest en sociale omgeving. “Evenveel als in aids-onderzoek!”, roept de ME-patiënt achterin, wat hier en daar in het publiek leidt tot morrende geluiden. Enkele jaren geleden ging Bensing zelf met klachten over moeheid naar de huisarts. Haar kinderen waren klein, ze had een drukke baan en veel bezigheden ernaast. De arts gaf haar een “gouden tip”, zegt ze: “Doe als een soldaat in oorlogstijd: neem rust als het even kan. Als een vergadering niet doorgaat niet meteen iets anders doen, maar even tijd voor een kop koffie. Even vijf minuten je ogen dicht in de bus.” Dat hielp.