Zonder Deng is Taiwan in gevaar

China heeft de ambassade van de Verenigde Staten in Peking laten weten dat het ondanks zijn militaire activiteiten in de Straat van Taiwan niet van plan is Taiwan aan te vallen. Maar Taiwanese zakenlieden aan de Chinese zijde van de zee-engte zijn daar niet zo gerust op.

XIAMEN, 16 MAART. Het zijn niet de eindeloze doffe knallen van het militaire geschut voor de kust van Xiamen die de jonge Taiwanese zakenman Wu zorgen baren. Nee, het is de gezondheid van China's opperste leider in ruste, Deng Xiaoping, die hem ongerust maakt. “Als Deng op dit moment zou komen te overlijden is het afgelopen met president Jiang Zemin en dat kan rampzalige gevolgen hebben”, zegt Wu, die niet met zijn volledige naam in de krant wil. “Zonder de steun van Deng is Jiang nergens en de kans levensgroot dat het leger kan doen wat het maar wil - Taiwan veroveren bijvoorbeeld.”

Het zijn spannende weken voor Wu en zijn collega's. Niet dat de zaken anders lopen dan anders - integendeel, Taiwanese bedrijven wordt in de economische zone in en rond de havenstad Xiamen, de grootste stad van de provincie Fujian, geen haarbreed in de weg gelegd. Maar de ontwikkelingen van de afgelopen weken, waarin China, bij het naderen van de eerste Taiwanese presidentsverkiezingen eind volgende week, herhaaldelijk heeft gedreigd met militair ingrijpen, houden de gemoederen van de grote Taiwanese zakengemeenschap in Xiamen dag en nacht bezig.

“Gisteren ben ik wezen tennissen met zeven Taiwanese vrienden. Dat doen we zo nu en dan. Dan bespreken we zaken. Maar de afgelopen tijd hebben we alleen over de politieke situatie gepraat. Samen proberen we in te schatten wat de risico's zijn. Vooralsnog zijn we niet gealarmeerd. We wachten rustig af.”

Maar aan de hand van de frequente bezoeken van overheidsfunctionarissen heeft Wu inmiddels wel begrepen dat het plaatselijke gemeentebestuur ongerust is. “Vanmorgen waren hier ambtenaren van het departement voor Propaganda. Ze informeerden heel omzichtig en beleefd of de gespannen verhoudingen geen invloed hebben op het functioneren van ons bedrijf en verzekerden ons herhaaldelijk dat er geen oorlog zal komen.”

Wu vertelt dat alle Taiwanese bedrijven in Xiamen de afgelopen dagen bezoek kregen van overheidsfunctionarissen. “Dat gebeurt tijdens iedere crisis. Na de raketproeven in de zomer en de militaire oefeningen in november kwamen ze ook langs.” Volgens Wu is het plaatselijke bestuur “als de dood” dat de Taiwanese zakenlieden besluiten te vertrekken. “Dat is ook wel begrijpelijk, want als alle Taiwanezen Xiamen zouden verlaten dan verdwijnt hier zeventig procent van de bedrijven. Onze aanwezigheid brengt zeer veel geld in het laatje.”

Pagina 5: Vertrouwen van ondernemers in China geschaad

Wu en zijn tennisvrienden, allen managers van grote Taiwanese ondernemingen in Xiamen, zijn er van overtuigd dat het regionaal bestuur van Fujian in conflict is met de centrale regering in Peking. “Zij vinden evenals wij dat het conflict rond Taiwan de economische ontwikkelingen in gevaar brengt. Alleen kunnen zij dat niet met zoveel woorden zeggen.”

Een functionaris van de plaatselijke organisatie voor contacten met landgenoten uit Taiwan, een officiële overheidsinstantie, is uiterst terughoudend, maar wil na een verplichte inleiding (“Taiwan is een onlosmakelijk deel van het China” en “de soevereiniteit van China is in het geding”) wel toegeven dat de militaire oefeningen in de Straat van Taiwan nadelig zijn voor het economisch vertrouwen in de provincie. “Het staat zonder meer vast dat de gespannen situatie nadelige gevolgen zal hebben. Het is het beleid van de provincie Fujian Taiwanese bedrijven aan te trekken en hoewel ik de gevolgen nog niet kan overzien, is het zeer waarschijnlijk dat Taiwanese bedrijven die op het punt staan naar het vaste land te verhuizen dat voorlopig zullen uitstellen”, aldus de functionaris.

Een Taiwanese zakenman die lid is van de Taiwanese handelsassociatie in Xiamen, bevestigt dat vermoeden. De manager van een succesvol bedrijf met 1.500 werknemers, die evenals Wu anoniem wenst te blijven, weet dat vier Taiwanese bedrijven hun plannen voor het opzetten van ondernemingen in Fujian hebben vertraagd in afwachting van hetgeen te gebeuren staat. “Dat heb ik de Chinese ambtenaren tijdens hun bezoek aan mijn bedrijf deze week ook verteld. Toen ze vertrokken waren ze zichtbaar bezorgd.” Zelf vindt hij de angst bij de Taiwanese ondernemers lichtelijk “overdreven”. “Dit is juist een prachtige tijd om te investeren. Zo heb ik geruime tijd getracht een stuk land te kopen voor de uitbreiding van mijn fabriek en uitgerekend deze week is dat gelukt. De Chinese autoriteiten rennen harder dan ooit tevoren.” Volgens de manager is alle drukte over de 'Taiwan-crisis' dan ook zwaar overdreven en eerder een produkt van de Taiwanese en Westerse media dan het resultaat van de Chinese dreigementen.

Die gedachte lijkt bevestigd te worden in de straten van Xiamen. Daar is het business as usual en herinneren alleen de kanonschoten die dag en nacht hoorbaar zijn, aan de nabijheid van het Chinese leger. Nergens zijn militairen zichtbaar en in de smalle straten van de drukke havenstad heerst dezelfde koopwoede als alle dagen.

“Oorlog?”, zegt een Chinese garnalenvisser honend, “van z'n levensdagen niet. In Taiwan wonen onze bloedbroeders, daar gaan we heus niet mee vechten.” De visser wijst in de richting van het Taiwanese eiland Quemoy dat twee kilometer verderop ligt en duidelijk zichtbaar is vanuit Xiamen. “Onlangs is daar een waterleiding naar toe gelegd omdat er een watertekort was op Jinmen [de Chinese naam voor Quemoy, red.], dat doe je toch niet als je elkaars vijanden bent?”

Anderen in Xiamen zeggen eveneens te geloven dat de kans op oorlog niet aanwezig is. Ze voegen er echter stuk voor stuk aan toe dat het hun volledig koud laat wanneer het er wel van mocht komen. En de meesten zeggen ook geen enkel bezwaar te zien in dat geval dienst te nemen in het volksbevrijdingsleger want, aldus een restauranthouder, “voor je land moet je wat over hebben”. Maar volgens de restauranthouder hoeft de bevolking van Xiamen zich geen zorgen te maken. “In Taiwan zijn ze slechter af dan hier. En zelfs al zou het uit de hand lopen, China is zo groot, dat blijft ook zonder Fujian wel overeind.”

Ook de Taiwanese studenten in Xiamen geloven niet dat er een oorlog zal komen, maar zenuwachtig zijn ze wel. Een twintigjarige studente uit de Taiwanese hoofdstad, Taipei, die in Xiamen Japans studeert, faxt dagelijks met haar bezorgde ouders en heeft in overleg met hen besloten naar Singapore te vluchten als het zover mocht komen. “Dat leek hun de veiligste plek waar ik relatief gemakkelijk naar toe kan”, verklaart ze haar keuze.

De studente vindt het “jammer” dat er zo'n gespannen situatie heerst want met haar Chinese studiegenoten kan ze het goed vinden. “We praten niet zo vaak over politiek, maar ik merk dat we respect hebben voorelkaar. Het is toch ook een vreemde kwestie. In feite is Taiwan allang onafhankelijk, alleen kun je het zo niet noemen zonder China razend te maken. Nou, dan doen we dat toch niet?”