Zangles in Toneelfabriek

Voorstelling: Zangles, door Toneelgroep Amsterdam. Tekst en spel: Hugo Koolschijn; regie: Gijs de Lange. Vormgeving: Paul Gallis; licht: Henk Bergsma. Gezien: 14/3 in De Toneelfabriek, Transformatorhuis Toneelgroep Amsterdam. T/m 23/3 aldaar. Res. 020-5237800.

Een solovoorstelling hoeft niet per se saai te zijn - als de acteur het publiek maar weet te bespelen. Hugo Koolschijn, zo blijkt uit zijn zelfgeschreven solo Zangles, is zo'n acteur naar wie je ademloos kijkt en luistert. Dwars tegen de heersende modes in toont hij nog eerbied voor ouderwets-ambachtelijke vaardigheden als verstaanbaarheid, inlevingsvermogen en een expressieve doch subtiele mimiek.

In zijn zeer autobiografisch aandoende tekst komen vileine collega-acteurs voorbij en dweperige toneelliefhebbers ('je spel... was heel rijk aan aan aan eigenheid'), maar gelukkig blijft het niet bij ijdele bespiegelingen over het toneelspelerswereldje. En gelukkig gaat Zangles niet alleen over Hugo Koolschijn zelf. Nee, Zangles gaat vooral over het universele verschijnsel angst. Koolschijns vermoedelijke alter ego in de voorstelling, een acteur van bijna middelbare leeftijd, heeft vliegangst, podiumangst, vrouwenangst en duizend-en-een andere angsten; hij is in de bloei van zijn leven maar kan er niet van genieten. Tegenover deze nog vrij jonge somberaar zet Koolschijn een oude man die juist overloopt van levensvreugde. Operaties, botbreuken, gedeeltelijke invaliditeit en het ineenschrompelen van zijn leefwereld tot een huiskamer met een aquarium en een ficus erin: al die ellende incasseert deze bejaarde met een heroïsche blijmoedigheid. Zijn geheim? Hij is de angst voorbij. 'Angst is een zonde en ook zonde van de tijd', vindt hij.

Koolschijn voorkomt dat de wijsheid van de oude man een kleffe levensles wordt door fris en energiek te spelen, in een meestal flink opgeschroefd tempo. Bovendien voorziet hij de oude zanger van een geaffecteerde dictie die aanvankelijk een beetje irriteert. Pas later slaat die irritatie om in ontroering, want het is wrang en prachtig om te zien hoe zo'n lichamelijk wrak elke gedachte extreem zorgvuldig formuleert, alsof hij zo controle over zijn steeds meer door de dood geregeerde bestaan kan uitoefenen.

In het hele verhaal over de vriendschap tussen een acteur en zijn oude zangleraar wordt de glimmende vleugel op het achtertoneel maar één keer aangeraakt. De zangleraar ontwringt, in de allerlaatste scène, een aarzelende toonladder aan de toetsen; tot meer is hij amper nog in staat. Maar dat geeft niet, want een toonladder in C, zegt hij, verschaft volmaakte rust.

Even simpel als deze slotscène is het toneelbeeld van Paul Gallis. Een boven de speelvloer zwevende lichtbak in de vorm van een vlieger is in de grote ruimte de enige blikvanger. Samen met Hugo Koolschijn zelf natuurlijk, die blauwe gympen en een wit t-shirt draagt en die alleen een stoel nodig heeft om zich aan vast te houden. Zingen doet men niet in Zangles; dat gebeurt pas na afloop in de foyer. Acteurs en andere leden van Toneelgroep Amsterdam, begeleid door het huiscombo MOOK'M, brengen daar hun favoriete song, in de hoop dat het publiek gaat dansen.