Wrevel in Bonn voor reorganisatie van Franse leger

De reorganisatie van het Franse leger heeft geleid tot een venijnig dispuut tussen Frankrijk en Duitsland. In voortdurende consultaties wordt nu geprobeerd de schade te herstellen. Zag Chirac in zijn enthousiasme de geschiedenis over het hoofd?

BONN/PARIJS, 16 MAART. De façade van goede nabuurschap die politici in Bonn en Parijs al jaren met zorg cultiveren, vertoont sinds eind vorige maand een lelijke scheur. Duitsland is verbolgen over de ingrijpende reorganisatie van de Franse strijdkrachten, in Frankrijk overheerst verbazing over zoveel Duits onbegrip en wordt de Duitse wrevel laconiek ter zijde geschoven. Dat blijkt uit een aantal gesprekken met politici en hoge ambtenaren in beide hoofdsteden.

Toen de Franse president, Jacques Chirac, eind vorige maand op de Franse televisie aankondigde het Franse dienstplichtleger te zullen vervangen door een beroepsleger dat overal ter wereld ingezet kan worden ten behoeve van crisisbestrijding, raakte hij daarmee in Bonn een open zenuw. En voor het eerst sinds jaren wordt het ongenoegen, tot grote verrassing van buitenlandse diplomaten in Bonn, niet met de mantel der liefde bedekt maar gaan Duitse politici openlijk de confrontatie met Frankrijk aan.

In een vraaggesprek met een Duitse krant klaagde minister van defensie Volker Rühe bij voorbeeld dat hij vooraf niet op de hoogte was gesteld van Chiracs plannen, terwijl hij twee dagen eerder nog een ontmoeting had gehad met zijn Franse ambtgenoot, Charles Millon. Topambtenaren op de Franse ministeries van Defensie en Buitenlandse Zaken wijzen er desgevraagd op dat Duitsland voortdurend op de hoogte is gehouden van discussies die in Parijs werden gevoerd, maar dat de uiteindelijke beslissingen op het allerlaatste moment zijn genomen door president Chirac zelf. Rühe was niet beter of slechter geïnformeerd dan de meeste Franse ministers. “Zo gaat dat in Frankrijk.”

Het Duitse ongenoegen geldt niet alleen de presentatie maar ook de inhoud. De Duitse regering wil vasthouden aan de dienstplicht, deels om historische redenen, deels omdat een groot aantal Duitse dienstplichtigen kiest voor sociale dienstplicht en de zorg-sector die arbeidskrachten niet kan missen. Afschaffing van de dienstplicht in Frankrijk zou, zo vreesde Rühe, het debat over de dienstplicht in eigen land opnieuw kunnen aanwakkeren.

Hoe reëel dat gevaar is, blijkt uit uitlatingen, deze week, van Karl Lamers, buitenlandspecialist van de CDU in de Bondsdag, tijdens een ontmoeting met Nederlandse journalisten. “Ik betwijfel dat het concept dienstplicht vol te houden is.” De afkeer tegen de dienst neemt ook in Duitsland toe, aldus Lamers en de moderne defensie heeft steeds meer behoefte aan professionele militairen. “Ik heb zo mijn twijfels.”

Doordat Frankrijk wel op een beroepsleger ten behoeve van crisismanagement overgaat en Duitsland voorlopig vasthoudt aan een dienstplicht-leger dat vooral gericht is op de klassieke verdediging van landsgrenzen, dreigt er een arbeidsdeling in de Europese defensie te ontstaan die Duitsland niet bevalt. Lamers: “Wij zijn er dan voor de landsverdediging en de anderen voor overige taken, waarbij die 'overige' taken juist actueel zijn.”

Daar komt bij dat Duitsland weliswaar ook beschikt over troepen die geschikt zijn om uitgezonden te worden naar een buitenlandse brandhaard, zoals Joegoslavië, maar numeriek ver achter blijft bij Frankrijk.

“Dat betekent dat wij altijd slechts de junior partner zullen zijn en dat kan alleen maar eindigen in ressentiment”, zegt Lamers. “Zo gaat dat niet. Dat heb ik ook in het Elysée gezegd. We moeten samen (over defensie-kwesties) nadenken. De Fransen doen ons hiermee geen plezier.”

Aan Franse zijde wordt het Duitse ongenoegen gebagatelliseerd. Een betrokken ambtenaar: “We praten er voortdurend over met de Duitsers. De reorganisatie in Frankrijk heeft blijkbaar geleid tot een psychologische shock en Duitsland heeft tijd nodig om die te verwerken.”

Franse critici van Chirac zijn van mening dat de immer pragmatische president niet behoedzaam genoeg te werk is gegaan. Pascal Boniface, directeur van het Institut de Relations Internationales et Stratégiques (IRIS): “Chirac is een optimist van geboorte, een man die snel handelt en daarbij weinig begrip toont voor de geschiedenis”.