Waarde van Fokkers know-how blijft mysterie

ROTTERDAM, 16 MAART. Het faillissement van Fokker heeft voor de Rabobank een bijzonder aspect. Onbedoeld, zij het waarschijnlijk niet onverwacht, is de vraag actueel geworden wat de werkelijke waarde is van de know-how die Fokker in juli 1994 in de zogeheten technolease-constructie aan de bank verkocht en vervolgens terughuurde. Algemeen is aangenomen dat toen een min of meer symbolische overdracht van kennis van Fokker aan de Rabobank plaatshad die de vliegtuigbouwer netto zo'n 400 miljoen gulden opleverde. Dat de Rabobank als formele eigenaar deze kennis ooit werkelijk te gelde zou gaan maken werd nauwelijks serieus genomen.

Zelfs is nooit helemaal duidelijk geworden wat er nu precies aan kennis in die befaamde 'schoenendoos' was ondergebracht. Omdat bij een identieke transactie tussen Philips en de Rabobank, een jaar eerder, sprake was patenten en royalties is er min of meer stilzwijgend van uitgegaan dat het ook in het geval Fokker voornamelijk octrooien en licenties betrof. Er is gefilosofeerd over de vraag welke formule was bedacht voor de bewaking van de octrooien.

In werkeljkheid, zeggen deskundigen verbonden aan de TU Delft, octrooieren vliegtuigfabrieken verhoudingsgewijs heel weinig kennis. Vooral de kleinere ondernemingen zien op tegen de kosten en moeite van octrooiverdediging. Desgevraagd deelt de Octrooiraad in Rijswijk mee dat nog maar twee van de ongeveer 60 octrooien die Fokker in de loop van de jaren in Nederland aanvroeg geldig zijn.

Er is een octrooi uit 1992 op een bewegingssimulator en één uit 1990 op toepassing van laminaten in gekromde oppervlakken. Fokker Space, de Leidse Fokker-dochter die eind vorig jaar voor de helft in handen kwam van uraniumverrijkinsgfabriek UCN/Urenco, heeft ook nog twee octrooien. Dat is alles.

Dat wil absoluut niet zeggen dat de kennisoverdracht in de technolease-constructie 'symbolisch' was, zegt dr.ir. L. Roos, directeur van het Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling en Ruimtevaart (NIVR) in Delft. Het NIVR beheerde de ontwikkelingsgelden die de overheid in het 'revolving fund' aan Fokker ter beschikking stelde. “Er heeft wel degelijk een serieuze waardering van documenten plaats gevonden.” Maar over de inhoud van de 'doos van Koos' doet hij geen mededelingen. “Bijna niemand weet wat daar in zit”.

Delftse vliegtuigontwerpers kunnen zich wel ruwweg een voorstelling maken van het soort verhandelbare kennis dat in documenten is vast te leggen. Natuurlijk veel informatie over het ontwerpen van de vliegtuigen, inclusief de diverse aannames die in het ontwerpproces noodzakelijkerwijs moeten worden gedaan.

Daarnaast ook, of misschien wel vooral, informatie over de interpretatie van voorschriften, over testprocedures en over het certificatieproces. Voor fabrieken als Boeing, Airbus en McDonnell allemaal van weinig waarde, maar voor een beginnende vliegtuigindustrie in Zuid-Korea, China of Indonesië van onmisbaar belang. “De hemel verhoede dat de Rabobank die kennis werkelijk verkoopt”, zegt een Delftse hoogleraar. Groot is de kans op onbezonnen stappen van de Rabobank niet, want in de technolease-overeenkomst is vastgelegd dat het NIVR toestemming moet geven voor de verkoop van de kennis. En dat is geen formaliteit.

“Maar tot dusver”, zegt Roos van het NIVR, “dachten wij aan een scenario waarin de kennis verkocht zou worden aan een partij die tegelijk de zelfscheppendheid van Fokker zou garanderen.” Dat scenario is vandaag afgeschreven.