Volendam mist geld en bezieling; Zelfs op de training treffen de spelers van de hekkesluiter van de eredivisie geen doel

FC Volendam bezet sinds twee weken de laatste plaats in de eredivisie. De Noord-Hollandse club heeft weinig geld, waardoor de selectie flink aan kwaliteit heeft ingeboet. Maar er is meer aan de hand. “Op de training is er geen beleving en geschreeuw.”

VOLENDAM, 16 MAART. In Volendam mag de lente beginnen. Want zolang er ijs in de haven ligt, stelt het leven in het IJsselmeerdorp weinig voor. De Zeedijk is slechts het domein voor noeste arbeiders, het plaatselijke museum is dicht en de bewoners blijven zo veel mogelijk binnen. Het weerspiegelt zich allemaal in de plaatselijke FC. De voetbaltrots bengelt troosteloos onderaan in de eredivisie en het verdriet daarover is aanzienlijk. 'Het andere oranje' is momenteel een beetje flets.

De wens dat er dit weekend verandering in de situatie komt is groot, de mogelijkheid daarop evenredig klein. Morgen komt Ajax immers op bezoek en niemand van de 18.000 inwoners die in een stunt gelooft. In de komende weken moet er daarentegen wel gewonnen worden en daarom trok de club onlangs met Marcel Valk, Jerry Simons en Dejan Govedarica drie nieuwe krachten aan. Voorlopig is er weinig veranderd. Ook mét het drietal verloor Volendam al weer twee wedstrijden.

Het kan hard gaan. Vorig seizoen stond Volendam nog in de bekerfinale en draaide de ploeg mee in de middenmoot. In de zomer verloor de club veel spelers, er kwam weinig kwaliteit voor in de plaats. Een kwestie van financiën, want de hoofdsponsor ging failliet en het geld dat er nog was, werd aangewend voor de verbouwing van het stadion. Twee tribunes zijn inmiddels gereed. De Volendammer is trots op de nieuwe accommodatie, dat wel, maar met alleen goede zitplaatsen pak je geen punten. En daarom winnen de zorgen het van de trots.

Jan Plat, de uitbater van het supportershome, zegt er liever niet veel over. Hij staart voor zich uit, alsof hij zich probeert te herinneren hoe het leven in de eerste divisie ook weer was. “Als je onderaan staat, komen ze ineens van alle kanten naar je toe”, mompelt hij. Voor hem ligt een uitgave van Voetbal International met een verhaal over zijn club. 'Volendam heeft te lang zitten slapen' staat er boven en op de foto houdt trainer Bert Jacobs zijn handen voor zijn gezicht. “Dan krijg je zulke verhalen, dat is toch droevig.”

Op het trainingsveld is geen tijd om te piekeren. De spelers oefenen op afwerken. Daar is alle reden voor, want in 23 wedstrijden scoorde de ploeg pas zestien keer. Slechts drie daarvan werden gemaakt door de basisspelers van afgelopen zaterdag tegen De Graafschap. Volendam kreeg genoeg kansen maar verloor met 1-0. Ook op de training vliegen de ballen alle kanten op, maar Jacobs geeft weinig kritiek. Na een paar minuten schiet Samardzic er eindelijk een bal in. Er gingen twaalf missers aan vooraf.

Nieuweling Jerry Simons is verbaasd: “Bij elke club waar ik gespeeld heb, is herrie bij dit soort oefeningen. Hier is het stil. Overal wordt gedold en worden weddenschappen afgesloten over het aantal doelpunten dat je maakt.” Hij probeert wat meer enthousiasme los te weken bij de rest, eigenlijk tegen beter weten in. “Ach”, zegt hij later “ik weet ook wel dat het niet zo plezierig is als je onderaan staat. Maar normaal is er bij een afwerkoefening veel beleving en geschreeuw. Het valt me op dat dat hier niet is.”

Het zijn woorden die Edwin Zoetebier graag hoort. De doelman is één van de vier echte Volendammers die het eerste elftal nog rijk is. Het contingent Joegoslaven is net zo groot. “De tijd dat autochtonen alleen voor FC Volendam uit willen komen, is voorbij”, meent hij. 'Zoete' zal dan ook vertrekken als zich een betere club meldt. “Ik mis het fanatisme bij sommigen. In deze situatie moet je echt alles uit jezelf halen. We moeten beseffen dat we het uur U al lang gepasseerd zijn.”

De mensen die zich bij de club betrokken voelen, beseffen dat in ieder geval maar al te goed. Naarmate de club er slechter voorstaat, worden ze minder tolerant. Als de terreinknecht van de amateurtak langsloopt, spreekt hij een bestuurslid van de supportersvereniging aan over het vervoer naar uitwedstrijden. Slecht geregeld, luidt de boodschap en hij geeft de oorzaak haarfijn aan. “We hebben geen supportersvereniging. Een bingoclub is het en alcoholisten hebben ze ook.” Het bestuurslid zucht. “Die man heeft overal kritiek op.” En met de hand op zijn hart: “Maar geloof me, het zit mij ook heel hoog hoor, dat het zo slecht gaat.”

De woorden worden gesproken door de mensen waar de club het van moet hebben. Volendam leeft bij de gratie van vrijwilligers. Zelfs het bestuur bestaat uit part-timers die graag wat vrije tijd in de club steken. Op 1 februari werd oud-burgemeester Wim Westendorp aangesteld als voorzitter. Hij is vorig jaar met pensioen gegaan, maar heeft nog wel de leiding over de landelijke EHBO. Niet iemand die daardoor vaak bij de club te vinden is. In Volendam is dat geen probleem. Westendorp: “Ik ben niet meer in staat om de hele dag in de weer te zijn. Daarom zijn de taken bij ons goed verdeeld. Dat is wel goed, ik wil niet te veel macht hebben. Dan word ik tenminste ook geen Jorien van den Herik.”

Het grootste probleem blijft het geld. Een hogere begroting betekent nog altijd betere spelers. Tot half februari had Volendam de Poolse huurling Bociek in de selectie, maar die mocht terug naar zijn club. Jacobs: “Bociek kon goed een bal vasthouden, maar er was bij ons geen aansluiting. Nu hebben we Govedarica die daar voor kan zorgen maar zijn we Bociek weer kwijt. Geld voor allebei hadden we niet. We hopen nu maar dat het met deze spits wel klikt. Zo blijf je spelers inpassen tijdens de competitie, in een fase dat we daar geen tijd voor hebben. Maar ik geef het niet op. Twee jaar geleden maakte ik bij RKC hetzelfde mee en we bleven er toch in. Maar als dat met Volendam ook gebeurt, ga ik me volgend seizoen écht druk maken. Dan wil ik met een fatsoenlijk elftal de eredivisie in, want dit mag nooit meer gebeuren.”