Sport en kabel

VOETBAL IS OORLOG, zegt men wel. Het sportkanaal waarmee de KNVB vorige maand vriend en vijand verraste, pakt daarvan een vleug mee. Het belichaamt een breukvlak, zowel in het betaald voetbal als op het gebied van de media. Het betaald voetbal is ongetwijfeld mede geprikkeld deze nieuwe lucratieve exploitatievorm voor de uitzendrechten aan te boren door de geruchtmakende uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen in de zaak-Bosman. Het Hof blies het transfersysteem op. Het traditionele argument dat transferbedragen onontbeerlijk zijn voor de financiële overlevingskansen van de clubs was aardig verbleekt in vergelijking met uitzendrechten als alternatieve bron van inkomsten.

Op zijn beurt heeft het sportkanaal ook in eigen gelederen voor wrijving gezorgd. De twee topclubs Feyenoord en Ajax hebben het recht van de KNVB om over hun wedstrijden te beschikken, aangevochten. De gang naar de rechter is de Rotterdamse club komen te staan op een standje van de internationale voetbalbond FIFA, die vindt dat dergelijke geschillen intern dienen te worden beslecht. Dat is de gebruikelijke reflex van overkoepelende sportorganisaties. De zaak-Bosman leerde echter al dat externe toetsing niet tegen valt te houden wanneer het om zakelijke aspecten van algemene aard gaat. HET IS EEN KLASSIEK rechtsbeginsel dat niemand tegen zijn wil mag worden afgehouden van de gewone rechter. Dat laat alle ruimte op basis van vrijwilligheid kwesties intern af te doen die tot het specifieke karakter van de sport horen. De rechter moet niet het arbiterstenue willen aantrekken, ook al kunnen er met de profsport tegenwoordig grote financiële belangen zijn gemoeid. Het beroep op een eigen speelruimte mag echter niet omslaan in “vijandigheid van de sport tegenover het rechtsverkeer”, zoals de hoogleraar sport en recht Van Staveren heeft gesignaleerd. Algemene normen houden niet halt aan de poort van het voetbalstadion.

Dat laatste geldt overigens evenzeer voor de wereld van de kabeltelevisie, de andere grootheid in de vergelijking waarop het nieuwe sportkanaal is gebaseerd. De kabelnetten hebben zich ontwikkeld als lokale reservaten op basis van een voorkeursrecht voor de gemeenten. De laatste jaren komt de exploitatie steeds meer terecht bij een aantal grote, regionale en commerciële aanbieders. Ook dit gaat gepaard met grensconflicten. Zo woedt er een hele strijd om de decoders (filterapparatuur om individueel kabelgebruik mogelijk te maken), wat betreft de technische standaard en vooral vanwege de toegang tot de consumenteninformatie die deze apparaten kunnen produceren.

Decoders zijn een voorwaarde voor een selectief aanbod van het sportkanaal alleen voor de liefhebbers, die daarvoor dan ook extra betalen. De initiatiefnemers geven de voorkeur aan verspreiding in het standaardpakket tegen een omslag van twee gulden per abonnee. Op dit punt strandde deze week het overleg met de landelijke organisatie van kabelexploitanten Vecai, die bang is voor een precedent. De exploitanten zitten ook in een lastig pakket, want een aantal gemeenten heeft bedongen dat prijsverhogingen van het standaardaanbod zullen uitblijven.

De Nederlandse kabel kent een hoge dekkingsgraad en relatief lage abonnementsprijzen terwijl dat in het buitenland vaak net andersom ligt. Het is een hele omslag van een massa-formule naar apart geprijsde keuzepakketten, maar dat is toch de toekomst. Een sportkanaal vormt ook voor de kabelexploitanten een aantrekkelijk initiatief. Amsterdam heeft al voor opname van het sportkanaal in een pluspakket gekozen. Het belooft een prijzig pakket te worden, zodat het nieuwe kanaal ook daadwerkelijk kan bewijzen wat het waard is.

Het mislukken van het landelijk overleg moet in elk geval niet worden gedramatiseerd. Het duurt nog even voordat de nieuwe voetbalcompetitie begint en dat heeft ongetwijfeld zijn invloed op de onderhandelingen. Er zijn trouwens allerlei tussenmogelijkheden die de kabelprijs van het sportkanaal beïnvloeden, zoals reclame-inkomsten of de doorverkoop van rechten. HET SPORTKANAAL IS nog slechts een voorbode van de strijd om de vraag wie en wat er op de kabel komt. Verruiming van de concurrentieverhoudingen is een eerste vereiste. Onlangs heeft de Tweede Kamer een interimwet aangenomen die de kabelgebonden infrastructuur moet liberaliseren. Daarnaast wordt het reeds bestaande Commissariaat voor de Media een taak toebedacht bij het beslechten van geschillen over de toegang tot kabelnetten. Maar er komt ook een speciaal, onafhankelijk bestuursorgaan voor de infrastructuur. En ook het algemene mededingingsrecht is in stelling gebracht.

De brokstukken van een open kabelbestel rijzen her en der van de grond. De architectuur is echter nog niet goed duidelijk. Voor de kabelconsument blijft de combinatie van sport en kabel voorlopig een lastig te doorgronden spel.