Spartaanse toestanden

N.M. KENNELL:

The Gymnasium of Virtue. Education and culture in ancient Sparta

241 blz., geïll., University of North Carolina Press 1995, ƒ 100,10

Harding, tucht, soberheid, dat zijn zo de trefwoorden die het begrip 'Spartaans' oproept en dan vooral in de combinatie 'Spartaanse opvoeding'. We weten allemaal wat dat is, tenminste dat denken we. Want was Sparta in het klassieke Griekenland niet de staat die eeuwenlang onoverwinnelijk was, waarvan de soldaten zich nooit van een eenmaal ingenomen post terugtrokken of zich overgaven, maar liever stierven zoals de driehonderd helden van Thermopylae - en was dat niet het evidente resultaat van de even beruchte als bewonderde staatsopvoeding die met alle ontberingen de jeugd tot toonbeelden van moed en uithoudingsvermogen maakte? In de oudheid zelf dacht men er in elk geval zo over, tenminste van de vierde eeuw v.C. af, en steeds sterker naarmate de tijd verstreek. Dat laatste is op zichzelf al interessant, want het betekent dat de bewondering alleen maar toenam, hoewel het 'onoverwinnelijke' Sparta langzamerhand tot een onbeduidende toeristenplaats verviel. Het fascinerende van Sparta is juist die beeldvorming, die zo sterk op de geesten elders inwerkte dat men alle bizarre en niet zelden wrede gebruiken van de Spartaanse opvoeding accepteerde en bewonderde. Over die beeldvorming zowel in de oudheid als in de moderne tijd (waarin Sparta bewonderaars vond onder zowel communisten als fascisten) zijn voortreffelijke boeken geschreven. Het boek van oudhistoricus Nigel Kennell is het eerste dat duidelijk maakt hoezeer die beeldvorming ook in Sparta zelf werkte. In de ban van het eigen verleden of van wat men daarvoor hield ging men met verdubbelde ijver voort de jeugd te trainen en te harden, ook al was enige veronderstelde noodzaak daartoe verdwenen, aangezien Sparta in de tweede eeuw v.C. ingebed raakte in het Romeinse Rijk en toen uiteraard geen eigen leger meer bezat waarvoor het zijn jeugd zou moeten klaarstomen. De Spartaanse opvoeding kreeg zo haar 'volmaakte' vorm pas in de Hellenistische en Romeinse tijd en nièt in de klassieke periode, toen Sparta politiek en militair nog iets voorstelde. Men kan het een schoolvoorbeeld noemen van de macht van ideeën.

Zwepen

Dit alles wordt goed geïllustreerd door de cultus van Artemis Orthia, een godin die een centrale plaats innam in de organisatie van de Spartaanse staatsopvoeding. In de bloeitijd van Sparta (zesde tot vierde eeuw v.C.) had hier een ritueel plaats waarbij de jongens (waarschijnlijk in de late tienerleeftijd) in twee partijen waren verdeeld. De ene had tot taak kazen, die als offerande op het altaar van de godin lagen, te stelen, en de andere moest met zwepen die 'diefstal' verhinderen. De oorsprong en precieze betekenis van dit ritueel is niet duidelijk en evenmin weten we iets naders over de organisatie en de regels van deze geïnstitutionaliseerde vechtpartij. Maar dat het er hard aan toe ging, is wel zeker. Plato noemt het ritueel goedkeurend onder de 'heilzame beproevingen' die de Spartaanse jeugd had te doorstaan.

In later tijd, van de eerste eeuw v.C. af, vernemen we echter heel andere berichten. De kazen zijn verdwenen en er is ook geen sprake meer van twee partijen. In plaats daarvan moeten alle jongens van een bepaalde leeftijd op de feestdag van de godin (waarschijnlijk ergens in mei of juni) in groepen plaats nemen voor het heiligdom. Zij staan met opgeheven armen, geheel naakt, tegen het altaar aan, waar zij onder de ogen van het publiek tot bloedens toe gegeseld worden. Het is de nadrukkelijke bedoeling dat hun bloed op het altaar vloeit. Het is ook de bedoeling dat zij geen kik geven. Ouders en familieleden moedigen hen aan.

Ook hier weten we niet wat de regels precies waren, hoelang de geseling duurde bijvoorbeeld. Maar jaarlijks werd de moedigste aangewezen, die zich 'overwinnaar bij het altaar' mocht noemen en een ere-inscriptie mocht plaatsen. In de vroege tweede eeuw na C. beweert Plutarchus, die als zovelen Sparta bewonderde, dat hij zelf jongens op die manier had zien sterven, of - volgens Kennell een betere vertaling van zijn woorden - bijna had zien sterven. In elk geval was de reputatie van dit bloedige schouwspel in de Romeinse keizertijd groot. In de derde eeuw werd er voor het gemak van de toeristen zelfs een stenen theatertje gebouwd en nog in de vierde eeuw werd de 'zweepslagenwedkamp' jaarlijks gehouden.

Beproeving

Wat hier volgens Kennell aan de hand was, is typerend voor de hele ontwikkeling die de Spartaanse opvoeding doormaakte. Het element 'beproeving' werd geïsoleerd uit overgeleverde tradities en initiatierituelen en tot de kern van een nieuwe en nagenoeg seculiere organisatie gemaakt. Dit moet bewust gedaan zijn, en wel door één bepaalde hervormer, die in de na-klassieke periode het stelsel van de Spartaanse staatsopvoeding nieuw leven inblies. Daarvoor komt naar de mening van de auteur slechts één man in aanmerking: de stoïcijnse filosoof Sphairos, een leerling van Zeno, de stichter van de Stoa, en een man van wie wij weten dat hij in de derde eeuw in Sparta op uitnodiging van koning Kleomenes III als hervormer actief was. De door hem georganiseerde Agogè of staatsopvoeding draagt alle kenmerken van een geïdealiseerd verleden, van eigentijdse opvoedingstheorieën èn van filosofische, in het bijzonder stoïcijnse ideeën over de mogelijkheden van een opleiding tot 'deugd' en 'deugdzaamheid'. Weinig filosofen in de geschiedenis zullen hun maatschappij-visie met zoveel succes en voor zo'n lange tijd gerealiseerd hebben als deze Sphairos (van wiens geschriften over Sparta wij overigens slechts één karig fragment bezitten).

Daarmee heeft Kennell een onthullend boek geschreven en aannemelijk gemaakt hoe weinig van alle berichten in onze bronnen over de Spartaanse opvoeding op de klassieke tijd teruggaat en hoeveel daarvan het werk is van een latere periode, die het eigen verleden manipuleerde en onder het mom van oeroude tradities allerlei vernieuwingen invoerde (zoals het ingewikkelde systeem van de jaarklassen waarin de jongens ingedeeld waren). Dit boek is zo ook een eerherstel voor de historisch-kritische methode, die primair de bronnen in hun historische context analyseert en weinig opheeft met een vergelijkende aanpak. Antropologisch vergelijkingsmateriaal op het gebied van collectieve opvoedings- en initiatiegebruiken (vooral uit Afrika) is lange tijd in de mode geweest, maar draagt volgens de auteur niet bij tot een beter begrip van de Spartaanse toestanden. Dat is een nogal krasse stellingname en waarschijnlijk ook een tikje overdreven. Maar dat neemt niet weg dat met dit boek ons inzicht sterk is vergroot, niet alleen in de geschiedenis van het zowel aantrekkelijke als afstotende Sparta, maar ook in de kracht van bepaalde, door het verleden geïnspireerde maatschappij-vormende ideeën.