Scholing naast bemiddeling; Kabinet trekt geld uit voor kennis Fokker

ROTTERDAM/DEN HAAG, 16 MAART.Het kabinet heeft verschillende maatregelen in petto om de gevolgen van het Fokker-faillissement te verzachten. De overheid zal 30 miljoen gulden uittrekken om er voor te zorgen dat de kennis van Fokker wordt gered.

Samen met minister Melkert van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is verder gewerkt aan een pakket van maatregelen dat voorziet in scholing en bemiddeling van ontslagen Fokker-werknemers.

De ondergang van de vliegtuigbouwer heeft tot heftige reacties geleid. Bestuurder P. van Bers van de Industriebond FNV sprak van een buitengewoon zwarte dag voor de medewerkers die de dupe worden van het faillissement. “Ik denk niet dat er ooit nog vliegtuigen in Nederland gebouwd zullen worden”, zei hij. “We hadden dit graag willen voorkomen, maar het heeft niet zo mogen zijn.” Van Bers toonde zich “buitengewoon teleurgesteld” dat dit de uitkomst moest zijn van een proces van jaren waarin Fokker getracht heeft zich overeind te houden. “In Nederland geldt de opvatting dat de markt zijn werk moet doen. Dat is op zichzelf wel juist, maar we betalen er wel een hele hoge tol voor. Ik had graag gezien dat de verantwoordelijken in dit opzicht meer lef hadden getoond.”

“Een groot persoonlijk drama voor het personeel”, oordeelde burgemeester Patijn van Amsterdam. “Een unieke bedrijfstak verdwijnt daarmee uit Nederland.” Voor de regio Amsterdam zijn de gevolgen groot. Fokker behoorde tot de high-techindustrie met een grote uitstraling op andere sectoren in de regio. Het failliet van de vliegtuigbouwer roept bij de burgemeester het beeld op van de teloorgang van de Amsterdamse scheepswerven NDSM en ADM begin jaren tachtig. De gemeente Amsterdam is bereid Fokker-werknemers die een nieuw bedrijf willen oprichten “waar mogelijk” te ondersteunen.

Een tegendraadse reactie komt van prof. dr. S. Cohen, hoogleraar micro-economisch beleid aan de Erasmus-universiteit. Het faillissement van Fokker is niet schadelijk voor het imago van Nederland bij buitenlandse investeerders. De manier waarop de Nederlandse overheid met Fokker omgaat, versterkt juist het beeld van een liberaal land met een open economie.

Het belang van Fokker voor de totale Nederlandse industrie is nogal beperkt doordat de belangrijke toeleveranciers in het buitenland zijn gevestigd. Als gewezen wordt op het belang van Fokker voor kennisinstituten en universiteiten, stelt de hoogleraar daar tegenover dat de overheid ook rechtstreeks, zonder tussenkomst van industrie, kan investeren in kennis. Meerderheidsaandeelhouder DASA reageerde laconiek. “Wij weigeren ons verder verantwoordelijk te voelen voor Fokker”, zei een woordvoerder.