Rassenleer (1)

Steiners boek 'Die Philosophie der Freiheit' is volgens J.D. Imelman (13 maart) “voor niet-antroposofen nog redelijk toegankelijk”. Over dit oordeel kan men twisten, maar in elk geval kan ìk de samenvatting die Imelman ervan geeft niet rijmen met wat ik erin lees. Ik lees erin een analyse hoe het bij het wezen van ieder individueel mens hoort zelfstandig en vrij te kunnen denken. Op welke passages baseert Imelman zijn bewering dat er 'ingewijden' zijn die een betere toegang tot Het Denken hebben? Bij de opmerking over “Steiners versie van de bloed-en-bodem-ideologie” passen twee kritische kanttekeningen. Ten eerste is deze impliciete verwijzing naar de nazi-ideologie strijdig met wat Imelman verderop (terecht) stelt, namelijk dat de nazi's Steiners leer niet vonden passen in hun 'völkisch-rassische Orientierung'. Ten tweede kan men stellen dat de 'Blut und Boden'-ideologie in verkapte vorm (ontdaan van zijn negatieve morele lading) nog steeds voortleeft in het gangbare wetenschappelijk-biologische mensmodel dat de mens typeert als een toevalsprodukt van 'nature' (Blut) en 'nurture' (Boden). De antroposofie overstijgt deze riskante eenzijdigheid nu juist doordat ze als 'wezenskern' van de mens de uit vorige incarnaties stammende 'karmische essentie' ziet die genetische en opvoedingsmogelijkheden gebruikt als middel voor de doelen waarmee zij aan haar thans spelende incarnatie begonnen is.

Het door Imelman genoemde “laatste argument van antroposofen... (namelijk dat) je geen ingewijde bent”, heb ik zelf nog nooit vernomen. Ikzelf noch een ander lid van de Antroposofische Vereniging zal mij als een 'ingewijde' beschouwen. Het hele begrip 'ingewijde' komt in debatten met en tussen antroposofen hoegenaamd niet voor. Imelmans bewering hierover is een verzinsel. “Men (= de antroposofen) ziet mij... als een incarnatie van het kwaad”, suggereert Imelman over zichzelf. Dat valt wel mee; zóveel eer kennen wij Imelman niet toe. Imelman heeft zich gewoon een keer wetenschappelijk incorrect en onbehoorlijk jegens de Vrije Scholen gedragen, namelijk toen hij de strekking van een diagnostisch onderzoek in één concrete situatie dóórtrok als een algemeen argument om de Vrije School als geheel onderuit te halen.