Persson: verzoenen en toch een keuze maken

De 46-jarige minister van financiën, Goran Persson, had aanvankelijk geen enkele behoefte de functie van partijleider en premier te bekleden, net zo min als vele andere leden van de Zweedse SDP.

Hij werd bij gebrek aan andere kandidaten min of meer tot het ambt gedwongen nadat de vorige kandidaat, vice-premier Mona Sahlin, zich vorig jaar haastig had teruggetrokken na beschuldigingen dat zij een creditcard van de overheid voor privé-doeleinden had gebruikt.

De nieuwe leider van de Zweedse Sociaaldemocraten moet de moeizame keus maken tussen het tegen alle protesten in ontmantelen van de Zweedse verzorgingsstaat, óf de verzorgingstaat behouden en daar later een hoge prijs voor betalen. Perssons keuze was al bekend: als minister van financiën ijverde hij sinds 1994 al voor het drastisch terugbrengen van de staatsuitgaven. Als premier zal hij aan de machtige linkervleugel in zijn eigen partij, die de verzorgingsstaat koste wat kost wil behouden, een zware dobber hebben.

Persson werd op zijn zeventiende voorzitter van de jonge sociaal-democraten in zijn woonplaats, en na zijn studie sociologie voorzitter van de SDP in het stadje Katrineholm. In 1979 werd hij in het Zweedse parlement gekozen. In 1989 werd hij minister van onderwijs. Zijn echte politieke succes kwam toen hij in 1994 als minister van financiën pleitte voor saneringen. Het Zweedse bedrijfsleven had gevreesd dat de Sociaaldemocraten massaal het overheidsgeld over de balk zouden gooien en werd door Persson aangenaam verrast.

Persson zal zich als premier vooral op de binnnenlandse politiek gaan concentreren, voor buitenlandse politiek heeft hij nooit veel belangstelling getoond. In een tijd dat Zweden bezig is om de eeuwenlange neutraliteitspolitiek te laten varen, is de nieuwe Zweedse premier op het gebied van de buitenlandse politiek een lichtgewicht. Volgens waarnemers zal Persson de buitenlandse politiek grotendeels overlaten aan zijn minister van buitenlandse zaken, Lena Hjel-Wallen. Persson zal in de twee jaar tot aan de verkiezingen in 1998 zijn handen bovendien vol hebben aan het overleven in eigen land.