Ooit heeft het marxisme de rijken bang gemaakt

Het lange bestand. Zondag, Ned.3, 23.18u.

“De echte kwestie is: zijn al die goede doelen achteraf gezien de moeite waard geweest?”, vraagt Eric Hobsbawm zich af. De Engelse historicus is een van de twee communistische gasten in het eerste deel van Wachten op de barbaren: grenzen van Europa, een vierdelige gespreksserie over het politieke bewustzijn na de val van de Berlijnse muur.

Hobsbawm stelt een actuele historische vraag. Want de historische tragiek van de 20ste eeuw is niet eens zozeer dat er in onze eeuw zo ontzettend veel doden zijn gevallen - al zijn het er afgrijselijk veel. Tragisch is dat er zoveel mensen zijn vermoord en gekleineerd door een ideologie die toch eigenlijk vooral meer beschaving en rechtvaardigheid wilde: het socialisme. Want dat het kwade leidt tot het kwaad, zoals bij het fascisme, dat valt nog te snappen en te bestrijden - maar wanneer ooit leidden goede bedoelingen tot zo'n doodslag en onderdrukking als in de Sovjetunie en in de volksrepubliek China? Toch niet in het christendom, in de Franse Revolutie of bij de Assyriërs? De actualiteit van dit falen van goede bedoelingen is dat het waarschijnlijk een belangrijke reden is voor de huidige twijfel aan de 'maakbaarheid van de samenleving', voor de wanhoop aan werkelijke verbetering van de wereld.

In de eerste van de vier gesprekken, geleid door politiek denker en columnist Paul Scheffer, draait het zondag om de precaire terugblik van twee intelligente communisten. Hobsbawms lidmaatschap van de Britse Communistische Partij begon in de turbulente jaren dertig en eindigde een paar jaar geleden, met de opheffing van de partij. De andere gast, de jarenlange leider van de Oost-Duitse spionagedienst Markus Wolf, werd ook al in de jaren dertig communist. Zijn twee 'politieke vaderlanden', de Sovjetunie en de DDR, zijn inmiddels opgeheven. “Als levensbalans is het niet geweldig”, aldus Wolf.

Omdat beide communisten hun gedachtengoed ondanks alles niet hebben opgegeven is Het lange bestand een reis in een tijdmachine geworden, vol vervlogen passies, maar ook met valide intellectuele verdedigingen. Waarbij opvalt dat niet morele, maar historische rechtvaardiging het denken bepaalt. “Of alles de moeite waard is geweest is voor de Sovjetunie een open vraag”, aldus Hobsbawm. “Er is gigantisch veel bereikt. Zonder hen zaten we nu niet hier. Maar de kosten waren enorm.” Een 'open vraag' - verder wil Hobsbawm niet gaan. Want hij is ervan overtuigd dat zonder het communisme en de Sovjetunie het fascisme nooit verslagen zou zijn. De slag om Stalingrad is niet alleen door Russische vaderlandsliefde gewonnen, legt hij uit. “Want in de Eerste Wereldoorlog werd tsaristisch Rusland wel vrij gemakkelijk verslagen door de Duitsers, dus het communisme moet een verschil hebben gemaakt.”

De socialistische cq. communistische ideologie verdedigt Hobsbawm zonder reserve: “Wij hebben rijken en de regeringen bang gemaakt dat als ze niets zouden doen ze alles zouden verliezen.” Dat is dus overgebleven als historische rechtvaardiging van het ooit zo trotse marxisme: het bang maken van de rijken. Maar een onaannemelijke rechtvaardiging is het niet.

Volgende week, in 'De vijand in de spiegel', komen de Amerikaan Francis Fukuyama en de Fransman Jean-Marie Guéhenno praten over de huidige wereld zònder communistische barbaren.