Oekaze Israel sluit Palestijnen én buitenlanders op in Gaza; Gevangen 'expats' boos op Peres

“Ik word nog eens een gevaar voor de veiligheid van Israel!” Dat is militante taal voor Diana Mackintosh, een keurige mevrouw met een kasjmier vest die Engelse lessen organiseert in de British Council in Gaza.

Maar Diana is boos op Israel, net als de andere buitenlanders die in Gaza en de Westelijke Jordaanoever werken. Sinds de eerste van vier bommen in Israel ontplofte, op 25 februari, zitten zij namelijk opgesloten. Gisteren besloot Israel weliswaar dat zij er nu uit mogen, maar dat lost weinig op, want dan mogen zij niet meer terug. Alleen 'expats' met een diplomatiek paspoort of een Israelische perskaart mogen erdoor. Diana stuurde deze week 53 handtekeningen naar premier Peres, maar daar heeft zij niets op gehoord. Dus organiseerde zij gisteravond in de VN-Beachclub crisisberaad. De Beachclub, een wat mottige bar aan het strand, is de favoriete hang out van veel expats - het is de enige plek in Gaza waar alcohol wordt geschonken. “Ik stel voor”, roept Diana achter haar gin-tonic, al onze consuls hierheen te halen, een nieuwe brief naar Peres sturen, en als dat niet helpt een demonstratie aan de grens met Israel. Iedereen mee eens?”

Alle ontwikkelingswerkers knikken. Na drie weken opsluiting hebben zij er genoeg van. “Ik moet naar de bank in Israel om mijn Palestijnse werknemers te betalen”, zegt een Brit die voor een liefdadigheidsinstelling werkt. “Ik moest het vliegtuig halen van Tel Aviv naar Frankfurt”, zegt de vertegenwoordigster van de Europese Unie in Gaza, “en zelfs toen zij het ticket zagen, lieten de Israelische soldaten me niet door”. Er zijn mensen die niet verder kunnen met hun werk omdat zij niet naar donorvergaderingen in Jeruzalem kunnen. Omdat er geen post wordt bezorgd hier, heeft iedereen postbussen in Israel - nu die bussen vol raken, stuurt het postkantoor alles terug naar de afzenders. Een Zwitser die naar Europa wilde, dacht slim te zijn. Omdat Gaza ook aan Egypte grenst, besloot hij niet vanuit Tel Aviv te vliegen maar vanuit Kairo. Maar aan de Egyptische grens kreeg hij te horen dat hij een visum nodig had. Waar hij dat visum moest halen? “In Tel Aviv, meneer.”

Het merkwaardige is dat niemand precies weet waarom zij vast zitten. Bij alle vorige sluitingen van Gaza en Westelijke Jordaanoever waren het enkel de Palestijnen die in hun vrijheid werden belemmerd. De Israelische autoriteiten geven geen verklaring voor deze gijzeling, behalve dat het een 'veiligheidsmaatregel' is, een oekaze die direct uit Peres' kantoor afkomstig is. “Het kan een maand duren, maar ook twee”, zegt Avi Lechman, een Israelische majoor aan de grens tussen Israel en Gaza.

“Peres wil ons uit Gaza hebben”, oppert een Ierse arts in de Beachclub die met verhit hoofd aantekeningen maakt van de vakbond-achtige vergadering, “door de buitenlandse hulp af te snijden, wil Peres Palestijnen extra straffen”. Die theorie klopt niet, want ze staat haaks op de officiële Israelische politiek. Iedere minister of onderminister die Israel aandoet, hoort van Peres dat de donorlanden meer moeten doen om de Palestijnen te helpen. Peres gelooft dat economische ontwikkelingen hen minder vatbaar maakt voor islamitisch extremisme. Hoewel dat idee omstreden is, gelooft hij er sinds de recente bomaanslagen niet minder in. Woensdag, op de anti-terrorismetop in Sharm el-Sheikh, heeft hij herhaald dat de donoren niet genoeg doen voor de Palestijnen.

Waarschijnlijker is dat Israel met deze maatregel poogt vele honderden Palestijnen met buitenlandse paspoorten uit Israel te weren. Dit zijn mensen die na een lang verblijf in (al dan niet vrijwillige) ballingschap onlangs zijn teruggekeerd naar hun homeland. Als zij een verblijfsvergunning aanvragen in Israel, raken zij net als de andere Palestijnen hun bewegingsvrijheid kwijt. Dus verblijven zij, zoals veel echte 'expats', op een toeristenvisum in Gaza of de Westelijke Jordaanoever. Na drie maanden, als het visum verloopt, reizen zij naar Egypte of Jordanië en keren dan terug op een nieuw visum. De man die laatst in Jeruzalem op een bushalte inreed, was een Palestijn met een Amerikaans paspoort.

Of dit de reden is dat Israelische soldaten enige honderden buitenlanders in Gaza en de Westoever opgesloten houden (onder wie, in Gaza, ongeveer tien Nederlanders), dan rest de vraag: waarom komen zij er niet openlijk voor uit? Dat, beamen sommige boze 'expats' in de Beachclub, is het grootste mysterie. Het past niet bij Israel. Israelische werkgevers zullen nooit zeggen dat ze geen Palestijn in dienst nemen omdat hij 'niet gekwalificeerd is', zoals hun Europese collega's wel eens doen als zij een Turk afwijzen. De Israeli's zeggen: “Ik wil geen Palestijn, want die steekt een mes in mijn rug.” In Israelische kranten schrijven mensen gewoon dat Arabieren het land uit moeten. Zij zijn niet bang om van discriminatie te worden beschuldigd - hun eerlijkheid mag hard zijn, zij is wel verfrissend. Dat Israel nu alle buitenlanders treft, terwijl zij alleen de Palestijnse buitenlanders wil treffen, kan dus niet voortkomen uit angst om voor het oog van de wereld te discrimineren. “Het probleem”, denkt een buitenlander, “is veel meer dat Israel niet over de 'echtheid' van, zeg, een Brits paspoort kan beslissen. Stel, een Israelische soldaat krijgt twee mannen met een Brits paspoort bij zijn checkpoint. De ene is donker en heet Mohammed, de ander heet George en heeft blond stekeltjeshaar. Zij zijn allebei in Engeland geboren. Mag hij de ene stoppen en de andere doorlaten? Nee, want dan krijgt hij de Britse ambassade over zich heen: wij, soldaat, beslissen over wie de echte Brit is en wie niet.”

Dat belooft dus weinig goeds voor de 'sit-ins' die de boze Diana Mackintosh wil organiseren. Om van haar hoop op hulp van de Europese en de Amerikaanse consuls maar niet te spreken.