Niemand ontsnapt meer aan de effecten van terrorisme; Dwingen met de doodsklap; 'Honderden aanslagen halen zelden de krant'

Recente bomaanslagen in Israel, Frankrijk en Pakistan zijn volgens terreur-experts de voorbode van een nieuw tijdperk van internationaal terrorisme. Terrorisme wordt onontkoombaar, en dodelijker en heviger dan ooit. Wie de media nog bereiken wil, moet de spectaculairste doodsklap uitdelen. Loont terreur? Over het aanbod dat niemand kan weigeren.

Woensdag 13 maart: negenentwintig wereldleiders op een summit of peacemakers in Egypte - die eigenlijk over terrorisme gaat. Een week eerder: Margaret Thatcher die met opzet in locatie, in kleding en in onderwerpkeuze Winston Churchills historische 'ijzeren gordijn'-toespraak imiteert, door in Fulton (Missouri) de Westerse wereld te waarschuwen dat een nieuw soort terreur op het punt staat van uitbreken: dat van rogue states, losse kanonnen op het wereldtoneel, met aan het hoofd een Gaddafi of een Saddam Hussein, die nog voor het eind van de eeuw de beschikking zullen kunnen hebben over nucleaire wapens. Chemische wapens hebben ze al. En nog eerder: in Israel vallen 60 doden in twee weken door hernieuwde terroristische aanslagen. Het vredesproces dat Israel en de Palestijnen met elkaar moet verzoenen, heeft zwaar te lijden.

Dichterbij, in Londen, exploderen na anderhalf jaar van weer geopende bagagedepots en ongecontroleerde toegang tot de warenhuizen, in korte tijd drie bommen. Hier bezwijkt een vredesproces, dit keer met betrekking tot Noord-Ierland, onder hernieuwde terreur. Vooral het beeld van een uiteengereten rode dubbeldekker, van het soort dat op miljoenen ansichtkaarten met afzender Great Britain is afgebeeld, doet Amerikaanse toeristen als eersten en onmiddellijk thuisblijven. Niet dat ze daar gespaard zullen blijven voor terreur-aanslagen, want de aanslag op het World Trade Center (6 doden, meer dan 1.000 gewonden) en die in Oklahoma (164 slachtoffers) hebben ook de ongereptheid van de Verenigde Staten op dit gebied aangetast. Vluchten kan niet meer. Florence? Daar is het Uffizi-museum opgeblazen. Parijs? Dat wordt na de bomaanslagen op de Métro van afgelopen jaar zo door toeristen gemeden, dat het toch al verlies lijdende Air France doende is klanten uit de omringende landen bijna gratis over te vliegen en voor bijna niets onder te brengen in een veel-sterren-hotel.

Het bewustzijn van het fenomeen terrorisme en daarmee de angst voor nieuwe, nog onvermoede vormen van dit soort geweldsuitoefening, lijkt opeens algemeen. Het invloedrijke weekblad The Economist, dat blijkens zijn ingezonden brieven-rubriek in alle hoeken van de wereld wordt gelezen, wijdde begin maart een omslag en een analyse aan terrorisme, juist op het moment dat bij het grote publiek de afschuw over de aanslagen in Jeruzalem, Ashkelon, Tel Aviv en Londen een nieuw hoogtepunt bereikte. In The Times stelt oud-hoofdredacteur Simon Jenkins cynisch voor 1996 nu al vast uit te roepen tot 'Het Jaar van de Bom'. Terrorisme-'experts' - al of niet als zodanig zelf-benoemd - waarschuwen in respectabele, internationale tijdschriften tegen de toenemende dreiging die valt te verwachten van primair religieus gemotiveerde bommenleggers - en voegen daarmee het hunne toe aan het gevoel dat (de dreiging van) terreur overal en onontkoombaar is. Die omstandigheid roept twee vragen op. Ten eerste: is het waar, dat er meer terrorisme bedreven wordt? En ten tweede: hoe moeten democratische staten zich daartegen teweer stellen?

Nieuw tijdperk

Bruce Hoffman is directeur van het Centrum ter Bestudering van Terrorisme en Politiek Geweld aan St. Andrew's University in Schotland en een internationaal gerespecteerd 'terrorisme-expert'. Hij waarschuwde het Pentagon, drie jaar geleden in een rapport, dat de toename van 'religieus terrorisme' - en dan niet beperkt tot islamitische groepen en het Midden-Oosten - steeds waarschijnlijker wordt. Van elkaar onafhankelijke gebeurtenissen als de aanslagen (door moslim-extremisten uit Algerije) in Frankrijk, de moord (door een joodse extremist) op premier Rabin in Israel en die op Egyptes ambassade in Pakistan (waarschijnlijk door fundamentalistische tegenstanders van het regime in Kairo), zijn volgens Hoffman een voorbode van een nieuw tijdperk van internationaal terrorisme - dodelijker en heviger dan ooit tevoren. Religieuze motivatie is volgens hem de rode draad die de zenuwgas-aanval op de ondergrondse van Tokio, het werk van de Aum Shinriko-sekte, verbindt met bijvoorbeeld de sektarische groepering die in Oklahoma City een kantorenflat volgepakt met mensen opblies of met de Branch Davidian-sekte in Waco, die het geweld uiteindelijk tegen zichzelf richtte.

“Men is veel te veel geneigd geweest terrorisme gemotiveerd door religie te beschouwen als een fenomeen dat beperkt blijft tot het Midden-Oosten en tot fanatieke moslims”, legde Hoffman vorig jaar na het zenuwgas-incident in Tokio aan de International Herald Tribune uit. “Maar dezelfde kenmerken en dezelfde legitimatie van geweld, gebaseerd op een religieus gebod of een theologische doctrine, komt algemeen net zo voor onder christelijke blanke supremacists in de VS. In 1984 waren zij het die van plan waren de watertoevoer van Washington en Chicago te vergiftigen. En toen de FBI binnenviel in het hoofdkwartier van de World Survivalists in Arkansas, in 1985, vond ze een voorraad van zo'n honderd liter cyanide. In die tijd waren alle ogen gericht op mensen als Abu Nidal en Carlos als de gevaarlijkste terroristen ter wereld. En hier had je te maken met groepen die van plan waren de bevolking van hele steden tegelijk uit te roeien.”

Onberekenbare en voor buitenstaanders onmogelijk in hun motivatie te volgen would be-terroristen, “amateurs die zelf niet eens weten dat ze terroristen zijn”, zijn volgens Hoffman de grote bedreiging: ze zijn redelozer en dus gevaarlijker, ze zijn moeilijker bij voorbaat te signaleren en uit te schakelen en de komst van het millennium zal van meer misleide warhoofden dan voorheen geweld praktiserende zeloten maken. De middelen en methoden voor het maken van een bom zijn al lang vrij beschikbaar in ijzerwinkel en boekhandel en wie daaraan niet genoeg heeft, kan op het Internet terecht.

In Nederland is het Prof. dr. A.P. Schmid, hoogleraar maatschappelijke tegenstellingen en hun oplossingen aan de Erasmusuniversiteit in Rotterdam, die de gemakkelijke toegang tot vervaardiging van een vernietigingswapen samenvat met verwijzing naar de aanslag op het World Trade Center in New York: “Zes doden en meer dan 1.000 gewonden, honderden miljoenen schade - en dat door een bom van 14 dollar.”

Propaganda

Op een enkele uitzondering na (de Molukse treinkapingen en gijzelingen, de acties van Ra-Ra) is Nederland tot nu toe betrekkelijk gespaard gebleven voor terroristische acties tegen het heersende bewind. Dat kan te maken hebben met onze elke vorm van dissidentie omarmende samenleving, die geen voedsel bood voor het ontstaan van een Baader-Meinhof-groep. Het kan ook te herleiden zijn tot de bereidheid van de autoriteiten echt te luisteren naar grieven en de betrekkelijke koelheid en grijsheid van het noordelijk temperament. Maar helemaal ontsnappen aan de effecten van terrorisme doet niemand meer. Of het nu de eindeloze veiligheidscontroles op een vliegveld zijn, of de vertragingen met de trein als opnieuw een station gesloten wordt wegens een bomdreiging, dan wel de astronomisch hoge kosten voor preventieve beveiliging en herstel na bomschade die elke belastingbetaler op zijn aanslag terugvindt - iedereen wordt door de effecten van terrorisme aangeraakt. Zo algemeen is het middel geworden, dat de media alleen nog melding maken van de 'interessante' voorvallen: die met véél doden, op cruciale plaatsen, met een directe politieke impact. De honderden aanslagen op, pakweg, Corsica halen zelden de krant. Geen wonder dat terroristen naar steeds spectaculairder acties grijpen, aldus Hoffman.

Schmid: “De media en het publiek staren zich in het algemeen blind op het geweldsaspect van terrorisme, maar eigenlijk is propaganda het doel.”

Niet dat die propaganda van één kant komt. Dr Conor Gearty, hoofd van de Civil Liberties Research Unit en docent rechten, wijst erop dat de termen 'terreur' en 'terrorist' meer en meer door overheden gebruikt worden als een negatief etiket voor elke subversieve tegenstander, die moreel gediskwalificeerd dient te worden: “Als McCarthy nu nog geleefd zou hebben, zou hij het niet hebben over het lidmaatschap van de Communistische Partij, maar alleen maar over moskeeën.”

“Het woord 'terrorist' heeft zo'n negatieve lading, dat het ons verblindt. Het verhindert ons nog werkelijk verder zelf te onderzoeken waaruit die 'terreur' dan wel bestaat. En, nog ernstiger, het verblindt ons ook voor de mate waarin de staat zelf 'terreur' of 'contra-terreur' aanwendt, terwijl de acties van die staat zelf het meest in aanmerking kunnen komen voor de kwalificatie terreur. Het etiket is zo ontzettend gevaarlijk, omdat het automatisch impliceert dat de 'terrorist' altijd fout zit en de 'contra-terrorist' altijd gelijk heeft. Kijk naar de manier waarop in de jaren zeventig de regimes in Zuid-Amerika de grootste wandaden begingen onder de dekmantel van contra-terreur. Zie hoe Israel in de bezette gebieden tekeer ging en ongewapende burgers neerschoot onder het mom van een strijd tegen een bende internationale terroristen die het gehele Westen zou bedreigen. En kijk naar de Zuidafrikaanse regering, die het ANC als 'terroristen' afschilderde. Ik durf te wedden dat als de Indonesische regering erin slaagt de opstandelingen op Oost-Timor het etiket 'terroristen' op te plakken, dat ze de slag dan al half gewonnen heeft.”

Het etiketteren van elk subversief geweld als 'terreur', zegt Gearty, zet historische helden van Willem van Oranje tot George Washington postuum in de hoek van de terroristen. Omgekeerde etikettering, door de Amerikanen, van de bedrijvers van subversief geweld als freedom fighters gaf de contra's in Nicaragua en de Afghanen in hun strijd tegen de Sovjet-troepen een automatische schijn van heiligheid - zolang die voor Amerika nuttig was. Libië is een terrorist state, maar Amerika's bondgenoten Saoedi-Arabië en Israel zijn dat niet. De Islamitische Republiek Iran wordt door Washington aangewezen als de grote boosdoener achter de zelfmoordaanslagen van Hamas. Maar Syrië, dat met evenveel recht betrokkenheid bij terrorisme kan worden verweten, wordt gespaard. Dat moet namelijk nog tot een vredesverdrag met Israel worden gebracht. Evenmin wordt het etiket geplakt op de VS zelf, die toch in 1986 Tripoli bombardeerden. Of op Frankrijk, dat in 1985 in Nieuw Zeeland Greenpeace's schip de Rainbow Warrior liet opblazen. Milieu-activisten zijn tegenwoordig al gauw 'eco-terroristen', succesvolle drug-runners heten 'narco-terroristen' en mensen die supermarkten proberen af te persen door hun voedsel te vergiftigen zijn 'consumer terrorists'.

Corrupt Israel

Dat alles neemt niet weg, dat er genoeg 'echte' terroristen overblijven. Dat zijn degenen die opzettelijk doden, zonder aanzien des persoons, teneinde via beïnvloeding van de publieke opinie een uitkomst te provoceren die hun doel dient. Anders gezegd, door Schmid: “the victim is the skin beaten on the drum to a wider audience”. Daar, waar deze gewelddadige groeperingen ook democratische middelen ter beschikking staan om hun doel te bereiken, verdient hun actie werkelijk de kwalificatie “terreur”: de zogenaamde 'harde kern' van de IRA, de onverzoenlijke extremisten in Hamas. Naar algemene erkenning heeft de democratische staat het recht zich tegen dergelijke terreur met alle - rechtmatige - middelen te verzetten. Maar doet ze dat ook?

De Britse journalist Peter Taylor maakte twee jaar geleden voor de BBC een serie televisieprogramma's getiteld States of Terror. Hierin, en in het gelijknamige boek, probeert hij de vraag te beantwoorden hoe de democratische staat zich tot nu toe heeft geweerd in haar strijd tegen terreur. Hij signaleert veel geposeer (de VS na aanslagen in Libanon: “deze wandaden zullen niet ongestraft blijven” - waarna er nooit meer iets gebeurde) - , veel toegeven aan de eisen van de terroristen (met Frankrijk als de meesteres in hypocrisie), maar vooral ook corruptie van de democratische staat zelf, met als grootste voorbeeld Israel.

Het begin van het tijdperk van 'internationaal terrorisme' wordt algemeen gelegd in 1968 - de eerste Palestijnse kaping van een lijnvliegtuig, tussen Rome en Tel Aviv - als reactie op de vernietigende Arabische nederlaag in de oorlog van 1967. Maar vooral 2 september 1972 staat in ieders geheugen gegrift. Een groep Palestijnen die schuil ging onder de naam 'Zwarte September' drong in München het Olympisch dorp binnen en schoot 11 Israelische atleten dood. Het beeld van een gemaskerde Palestijn, met een automatisch geweer in zijn arm, stond vanaf dat moment symbool voor 'modern' terrorisme. Dr George Habash, leider van het marxistische Volksfront voor de Bevrijding van Palestina, drukte het in een interview met een krant in Beiroet zo uit:

“Een bom in het Witte Huis, een mijn in het Vaticaan, de dood van Mao Zedong, een aardbeving in Parijs zou niet zo tot het bewustzijn van elk mens ter wereld zijn doorgedrongen als de operatie in München dat heeft gedaan. De keuze van de Olympische Spelen was, puur propagandistisch gezien, honderd procent succesvol. Het was alsof de naam 'Palestina' in grote letters geverfd werd op een berg, die vanuit de vier uithoeken van de wereld gezien kan worden.”

Maar de aanslag in München markeert ook het ogenblik dat een staat, Israel, zichzelf tot moordenaar maakt. Het kabinet van Golda Meir besluit de leiders in de PLO die schuilgaan achter Zwarte September, te identificeren en uit te roeien - buiten de grenzen van het eigen territorium. Het is een tactiek die sindsdien is nagevolgd door onder andere Felipe Gonzalez' Spanje in haar strijd tegen de Baskische ETA. En zoals Taylor het uitdrukt: heel wat Britten zouden ongetwijfeld graag hebben dat hun overheid dezelfde middelen, geheime moordaanslagen en deportatie, zou gebruiken tegen de IRA en zijn Loyalistische tegenhangers. De generale voldoening op het 'vasteland' van Groot-Brittannië was althans tastbaar, nadat een militaire elite-eenheid van de SAS in Gibraltar drie ongewapende IRA-leden op missie wist neer te schieten.

De initiatiefnemer tot de Israelische vergeldingsactie voor de aanslag in München, die voerde van Rome en Parijs naar Cyprus en Tunesië en ook een onschuldige het leven kostte, was generaal Aharon Yariv. Ironisch genoeg was Yariv de generaal die al in 1966 een door politieke 'haviken' fel gekritiseerd rapport had geschreven, waarin hij had geconcludeerd dat alleen een politieke oplossing Israel en de Palestijnen in vrede kon doen samenleven.

Een van de fascinerendste confrontaties in States of Terror is die, waar Taylor Yariv confronteert met het feit dat zijn hit-teams wel erg willekeurig lijken te zijn uitgestuurd naar mogelijk 'leidende figuren' die met Zwarte September niets te maken hadden gehad. Dat, zegt Yariv, is omdat voor Israel een terrorist niet alleen iemand is die geweld gebruikt “maar elkeen die geweld steunt en die helpt het mogelijk te maken.” De tegenpartij - die zich in plaats van terrorist vrijheidsstrijder noemt - gebruikt soortgelijke argumenten voor het doden van vrouwen en kinderen: dat zijn immers de moeders van onderdrukkers en de toekomstige onderdrukkers.

Op de vraag aan Yariv of Israel gerechtigd is dit soort tactieken toe te passen en de leidende figuren in het vijandelijke kamp uit te schakelen, zegt Yariv: “Ik zal u maar rechtstreeks zeggen, ik benader dit soort problemen niet van een moreel standpunt, maar - hoe hard dat ook mag klinken - vanuit een kosten-baten-analyse. Ik ben er niet zeker van of het vermoorden van een leidende figuur hier of daar ons nader tot vrede kan brengen. Maar als het overduidelijk is dat je een doodsklap aan je vijand kunt uitdelen die hem naar de onderhandelingstafel zal brengen, dan is het een andere zaak. Maar dat gebeurt niet al te vaak. Als ik erg ongevoelig ben, dan kan ik me afvragen: wat heeft het voor nut deze persoon om te brengen? Brengt dat ons dichterbij de vrede? Brengt het ons dichterbij een betere verstandhouding met de Palestijnen of niet? In de meeste gevallen niet, vermoed ik. Maar in het geval van Zwarte September hadden we geen andere keus en het heeft effect gehad. Is het moreel aanvaardbaar? Daar kun je over van mening verschillen. Is het politiek van levensbelang geweest? Het antwoord daarop is ja.”

Onderhandelen

Blijft de vraag of terrorisme loont. Dr Conor Gearty in Londen zegt dat terroristisch gedrag “nooit die dramatische stijging in populariteit voor de terroristische zaak heeft gebracht, die het ook maar in de verste verte mogelijk zou maken dat de terroristen de macht krijgen”.

“Wanneer dit soort groepen geen hoop meer heeft hun uiteindelijke idealen te bereiken door geweld, dan krijg je altijd de splitsing tussen diegenen die willen gaan deelnemen aan het politieke proces en de kleinere groep die wil blijven doorvechten. De eerste categorie blijft haar hele politieke carrière achtervolgd door zijn terroristisch verleden en de tweede groep raakt in een neerwaartse spiraal naar steeds futieler gewelddadigheden. Beide categorieën hebben gemeen dat ze in feite een mislukking zijn.”

Die categorische uitspraak wordt door weinigen ondersteund en ook gelogenstraft door de feiten. De Britse premier John Major zei dat de gedachte aan onderhandelingen met de IRA “mij misselijk maken bij de gedachte alleen al”. Toch bleek de Britse regering in het geheim met precies diezelfde IRA in bespreking te zijn. Opnieuw Major hield door dik en dun vol dat de IRA/Sinn Fein zich niet een weg naar de onderhandelingstafel kon bombarderen. Desondanks is er na anderhalf jaar uitstel pas sprake van ronde tafel-gesprekken tussen alle partijen in het conflict, nu de IRA haar bommencampagne én heeft hervat én daarvoor Londen als doelwit uitkoos.

Ook Yasser Arafat heeft aangetoond dat met terroristische methoden succes kan worden afgedwongen. Hij is van verfoeide terroristenleider tot internationaal gerespecteerde president van de Palestijnse autonomie geworden. Nog geen Palestijnse staat, maar wel een heel aardig eind op weg. Voorwaarde voor succes is wel dat zo'n organisatie steunt op een massabeweging en die aanhang weet vast te houden. Dat gold voor Arafats organisatie.

Het Witte Huis was via de persoonlijke contacten van een CIA-vertegenwoordiger in Beiroet in het diepste geheim in gesprek met Abu Hassan, het veronderstelde 'meesterbrein' achter München en de rechterhand van Arafat. Amerika was zo al in gesprek met de PLO vóór München - en dat contact bleef, ondanks de Palestijnse aanslag op het Olympisch Dorp, die door de VS in alle toonaarden werd veroordeeld. Peter Taylor in zijn States of Terror stelde de vraag aan een van de CIA's topvertegenwoordigers in die periode: onderhandelden de VS dan met 'terroristen'?

De CIA-man, in Taylors woorden, “moest even nadenken”. “Zo zou je het kunnen noemen,” was zijn antwoord toen. “Maar we hebben hier met allerlei soorten mensen van doen.” De reeks kan worden voortgezet met 'Irangate', waarbij de VS om gijzelaars in Libanon vrij te krijgen bereid bleek Iran raketten te leveren. Of met de Israelische vrijlatingen van Arabische gevangenen: in ruil voor informatie over in Libanon vermiste militairen.

Bruce Hoffman zegt “terrorisme is iets waarmee regeringen tot op zekere hoogte hebben leren leven. Dat is de reden dat terreurdaden steeds spectaculairder en heviger moeten worden om nog effect te bereiken. In de praktijk zie je dat overheden altijd proberen te onderhandelen. De afstand tussen wat ze zeggen, voor publieke consumptie, en wat ze doen, in het geheim, wordt steeds groter. Het is a devil's choice: ze kiezen, ook uit het oogpunt van staatsbelang, liever het gesprek met een Adams of een Mandela en proberen die respectabiliteit te geven, dan dat ze de confrontatie moeten aangaan met de werkelijk harde geweldplegers. Zodra die ook nog kunnen gaan dreigen met nucleaire of chemische wapens, nader je als overheid de horror-line. Het is nog niet gebeurd omdat een bom nog steeds het eenvoudigste middel is. Maar wat dat betreft ben ik dus niet optimistisch.”

Literatuur: Conor Gearty: 'Terror', Uitg. Faber and Faber. Londen 1991; Peter Taylor: 'States of Terror' Uitg. Penguin. Londen 1994; Bruce Hoffman: 'Holy Terror: an act of divine duty' Uit: The World Today, maart 1996

Overzicht aanslagen:

Midden-Oosten

Egypte (moslim-extremistisch: Jihad, Gama'a al-Islamiya, eind jaren '70-)

Algerije (moslim-extremistisch: GIA, AIS, 1992-)

Saoedi Arabië (moslim-extremistisch, 1989-)

Israel (Palestijns-seculier, 1968-; moslim-extremistisch, 1987-; joods-extremistisch, 1981-)

Libanon (divers-seculier, 1975-1994; moslim-extremistisch, 1983-)

Koeweit (moslim-extremistisch, 1983-1987)

Bahrein (moslim-extremistisch/seculier, 1994-)

Jordanië (moslim-extremistisch, Hezb al-Tahrir, 1991-1995)

Syrië (moslim-extremistisch, 1979-1982)

Iran (links-seculier: Mujahedeen-Khalq, 1980-)

Turkije (links-seculier, Dev Sol, Dev Yol, 1970-, separatistisch-seculier, PKK, 1984-; Armeens, Asala, 1975-1985)

Afrika

Sierre Leone (seculier, 1991-)

Azië

Filippijnen (links-seculier, NPA, 1969-; moslim-extremistisch-separatistisch, 1995-)

Japan (links-seculier, Rode Leger, 1970-; religieus-extremistisch, Aum Shinriko, 1995)

India (religieus-sikh-separatistisch, 1984-1992); links-seculier, Naxalieten, 1967-; moslim-extremistisch-separatistisch, Kashmir, 1989-)

Sri Lanka (seculier-separatistisch, Tamil-Tijgers, 1984-)

Pakistan (seculier, Afghaans, jaren '80-; MQM Karachi, 1987-)

Papoea Nieuw Guinea (seculier-separatistisch, Bougainville, 1989-1994)

Latijns Amerika

Colombia (links-seculier, FRAC, M 19, 1966-, narco-terrorisme, jaren '80-)

El Salvador (links-seculier, FMLN, rechts-seculier, 1980-1992)

Nicaragua (links-seculier, Sandinisten, 1974-1979; rechts-seculier, Contras, 1982-1990)

Peru (links-seculier, Sendero Luminosa, eind jaren '60-)

Argentinië (links-seculier, Monteneros, 1970-1985; moslim-extremistisch, 1994)

Uruguay (links-seculier, Tupamaros, 1963-1972)

Bolivia (links-seculier, CNPZ, 1970-1991)

Europa

Groot-Brittannië (seculier IRA, 1969-; UDA, UVF, UFF, 1970-)

Spanje (seculier-separatistisch, ETA 1966-; links-seculier, GRAPO, 1975-1993; seculier-separatistisch, Catalaans, 1970-1991)

Frankrijk (seculier-separatistisch, Corsica, 1965-; Bretagne, 1966-1989; links-seculier, Action Directe, 1979-eind jaren '80; rechts-seculier/anti-moslim, Karel Martel, ± '80-'90; Libanees terrorisme, 1986; moslim-extremistisch, GIA, 1995)

Duitsland (links-seculier RAF, 1968-1995; PKK, 1993-)

Italië (links-seculier, Rode Brigades, 1970-1988; extreem-rechts, 1974-)

Zweden (PKK, 1993-)

België (links-seculier, CCC, 1984-1989)

Nederland (seculier, Molukse acties, 19175-1977; RaRa, 1984-)

Griekenland (links-seculier, 17 November, 1975-)

Oost-Europa

Rusland (seculier-separatistisch, Tsjetjenië, 1995-)

Noord-Amerika

Verenigde Staten (christelijk-extremistisch, anti-abortus, 1977-; extreem-rechts, militia's, 1978-; extreem-links, Symbionees bevrijdingsleger, 1974-1975)

Deze kaart pretendeert geen enkele volledigheid. Er zijn vele grijze overgangsgebieden waarin terrorisme, politiek geweld en criminaliteit in elkaar overlopen: de terreurorganisatie die zich met drugshandel financiert en de bevrijdingsbeweging die zich van terroristische middelen bedient.

Omdat deze kaart voornamelijk uitgaat van terroristische bewegingen die in eigen gebied opereren, ontbreekt het ware internationaal terrorisme: dat van Abu Nidal met zijn dodelijke aanslagen in Europa in de jaren '80 en van de Venezolaan Carlos - de gijzeling van de OPEC-ministers in Wenen. Evenzo de aanslag van Zwarte September tijdens de Olympische Spelen van München in 1972 en die op het Panam-vliegtuig boven Lockerbie in 1988, die aan Libië werd toegeschreven. Om er maar een paar te noemen.