Minister Wijers geconfronteerd met spelregels bedrijfstak; De vliegtuigmarkt is bedorven

DEN HAAG, 16 MAART. De patiënt is overleden. Familieleden en kennissen hebben zich om het graf verzameld voor het stellen van diagnoses. Hoe heeft het zover kunnen komen? Niet dat het nog veel zin heeft, maar ook minister Wijers (Economische Zaken) doet tijdens zijn persconferentie vrijdagochtend een poging tot analyse van het Fokker-debâcle. “De vliegtuigmarkt is sterk bedorven”, zegt hij.

“Overheden spelen daar nu een grote rol. Grote staten hebben omvangrijke budgetten beschikbaar voor het aanschaffen van defensieapparatuur. De winst die fabrikanten daarop maken kunnen ze gebruiken voor het uit de wind houden van hun civiele activiteiten, zoals de produktie van vliegtuigen”. Verkapte subsidie dus. De bedragen die daarin tegenwoordig omgaan gaan het vermogen van de Nederlandse overheid te boven. “Kon je vroeger met enkele tientallen of honderden miljoenen nog wel eens wat doen, tegenwoordig praat je over miljarden”, aldus Wijers. Volgens de minister van Economische Zaken “is de Nederlandse overheid niet langer in de positie om nog financiële commitments van een dergelijke omvang aan te gaan”. De spelregels in deze industrietak zijn grondig veranderd, heeft hij ondervonden. Je telt alleen nog mee als je groot en sterk bent. “Ik vrees dat het mijn noodlot is”, reageert Wijers met een beteuterd gezicht op de opmerking dat het grootste massaontslag sinds de oorlog onder zijn ministerschap plaatsvindt.

Als de Nederlandse overheid geen blaam treft, wie dan wel? De beheerders van pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen misschien? Zij hebben met elkaar 800 miljard gulden Nederlands spaargeld onder beheer, maar bleken nochthans niet bereid Fokker de helpende hand te bieden? Wijers is wel in hen teleurgesteld, bekent hij, maar wil de financiële giganten niets verwijten. “Directeuren van pensioenfondsen willen nu eenmaal geen risico's lopen door te veel geld in één onderneming te steken”, zegt Wijers schouderophalend.

De banken dan? Valt hen wat te verwijten? Wijers laat blijken het een gemis te vinden dat Nederland niet net als Duitsland financiële instellingen zoals de Deutsche Bank heeft, die bereid zijn grote aandelen in industriële ondernemingen te nemen. Als Nederlandse banken ergens geld in steken, dan doen ze dat volgens Wijers alleen als iemand anders ook heel ver zijn nek uitsteekt. “Ze willen een partij, een ondernemende figuur, waaraan ze zich kunnen ophangen”, zegt hij. Voor zo'n “trekker” is veel te zeggen, aldus Wijers. “Kopers van vliegtuigen gaan relaties voor tien, vijftien of twintig jaar met vliegtuigbouwers aan. Dat doen ze alleen als ze te maken hebben met geloofwaardige partners”. Wankele partners mogen alleen leveren tegen lage, verliesgevende prijzen. “Zonder geloofwaardige partner was het voor Fokker moeilijk om goede marktprijzen te bedingen”, aldus Wijers. Zo'n kapitaalkrachtige partner kon voor Fokker niet gevonden worden. Achtereenvolgens haakten het Canadese Bombardier (“maatje te klein voor Fokker”), het Chinese AVIC (“achtte het opbouwen van een eigen vliegtuigindustrie moeilijk te combineren met acquisities elders”) en het Koreaanse Samsung (gebrek aan daadkracht en ondoorzichtige besluitvorming) af, zonder dat het ooit tot onderhandelingen of zelfs maar het vaststellen van een datum voor onderhandelingen kwam.

Bleef over het zogeheten stand alone scenario, waarbij Fokker na een faillissement zou “doorstarten” met geld van voornamelijk Nederlandse financiële instellingen en de inbreng van een industriële partner. Als kandidaat voor die laatste rol meldde zich machinebouwer Stork. Na Philips is dat de grootste industriële werkverschaffer van Nederland. Wijers is vol lof over het lef dat Stork toonde en vindt dat het concern hiervoor ten onrechte is bestraft door beursanalisten, die de koers van het Storkaandeel meteen omlaag joegen. Dat laatste maakte Stork kopschuw. En eigenlijk ging Fokker de financiële power van het Stork concern ook wel wat te boven, geeft Wijers toe: “Stork is wel een goede onderneming, maar de bedragen waar het bij Fokker om ging waren te groot”.

Wellicht was het niet zo ver gekomen als voormalige Fokker-bestuurders op tijd maatregelen hadden genomen om Fokker “aan te passen aan de omstandigheden”, suggereert Wijers nog. Daarmee hebben alle potentiële schuldigen de revue gepasseerd. Een hoofdschuldige levert de analyse van Wijers niet op. De minister houdt het veilig op de ongrijpbare omstandigheden: de omslag van een verkopers- in een kopersmarkt, waarbij vliegmaatschappijen geen toestellen meer kopen maar leasen. Dat legt een beslag van miljarden gulden op de balansen van vliegtuigbouwers. Ook nieuwe toetreders tot de markt, zoals Boeing, hebben Fokker het leven flink zuur gemaakt. De Golfoorlog, valutaschommelingen, you name it. Wat blijft hangen is het Calimero-complex: “zij zijn groot en wij zijn klein”. Over en sluiten. Maandag geeft Wijers weer een persconferentie: over energie.