Hun culinaire voorkeur is nogons enige ijkpunt; Geef de burger recht op een rondje Paars Tafelen

Houdt paars van lekker eten ? Drie jaar geleden zou deze vraag alleen bij taalkundigen enige belangstelling gewekt hebben, maar nu, halverwege de rit van het kabinet Kok, staat deze kwestie hoog op de agenda van opiniërend Nederland. Hoe wil minister Wijers de entrecote, hoe al dente zijn de boontjes bij staatssecretaris Kohnstamm, waarmee blust Joris Voorhoeve thuis de jus af ? Wie mee wil doen aan het huidige politieke debat zal deze vragen moeiteloos moeten kunnen beantwoorden. De smaak van de regering is in staatkundig opzicht nu eenmaal buitengewoon relevant geworden. Alle andere ijkpunten, zoals visie, ideologie, integriteit of vakbekwaamheid, zijn in onze postmoderne tijd zo in betekenis uitgesleten dat voor de beoordeling van ons landsbestuur niet veel anders overblijft dan scherp te letten op de culinaire voorkeur. Ook politici zijn tenslotte, om met de aartsvader van het postmodernisme te spreken, wat ze eten.

Het zou daarom de moeite waard zijn als de paarse politieke vernieuwers eens nadachten over de vraag hoe zij de gewone burgers meer kunnen laten delen in wat de ministers zelf lekker vinden. Openheid vóór alles tenslotte, ook keukengeheimen passen niet meer in een volwassen democratie.

Mijn voorstel zou zijn om in samenwerking met de Haagse horeca een project te starten waarmee de culinaire kloof tussen kiezer en politiek op een vanzelfspreklende manier gedicht kan worden. Dat project geven we een leuke naam, 'Paars Tafelen' bijvoorbeeld, en het zou op zeer termijn van start kunnen gaan.

Paars Tafelen houdt het volgende in: gedurende de gehele maand april zullen achtenentwintig gerenommeerde Haagse restaurants een 'paars menu' aanbieden. Dit menu is in ieder restaurant samengesteld door een andere bewindsman- of vrouw, het is hun lievelingseten, en het wordt bereid volgens de receptuur van de politicus zelf.

Welk restaurant welke minister of staatssecretaris op de kaart mag zetten kan bij open inschrijving geregeld worden. Uiteraard zullen de prijzen al naar gelang de politieke bloedgroep uiteenlopen, maar met hier en daar een gerichte subsidie moeten de meeste paarse maaltijden betaalbaar aangeboden kunnen worden. In elk geval zal het menu van de premier zelf in de toeristenmenu-klasse vallen. Iedereen zal dus kunnen aanzitten aan de paarse dis, en van binnenuit kennismaken met zijn favoriete bewindsvoerder. Voor de echte politieke veelvraten is het mogelijk om in die ene maand het hele kabinet af te werken en zo tot een afgewogen oordeel te komen over de kwaliteit van deze regering.

Dit experiment zal in al zijn eenvoud de naoorlogse parlementaire geschiedenis voorgoed veranderen. Voor het eerst erkent een zittende regering dat haar beleid niet alleen op rationele gronden beoordeeld mag worden, maar dat ook smaak en smaakoordelen een belangrijke rol spelen. Beleid en zeker paars beleid, moet dus worden geroken en geproefd. Het kan worden opgediend, uitgeschonken en gesavoureerd. En hoe beter het smaakt, hoe groter het vertrouwen is dat de kiezer de keukenmeesters zal schenken.

Het in democratisch opzicht zo vernieuwende van het 'Paars Tafelen'-project is dat het deze politieke fijnproeverij toegankelijk maakt voor iedere burger. Het voorrecht om met een ambstdrager een vorkje mee te prikken, tot voor kort voorbehouden aan een geselecteerde kring van parlementaire journalisten, die alleen omdat ze van dezelfde reerug gegeten hadden de absolute Haagse wijsheid konden claimen, wordt op een sympathieke manier gespreid onder alle kiezers.

De vraag is of deze nieuwe openheid in de toekomst beperkt moet blijven tot de culinaire smaak. Zou het voor een juist begrip van de politiek niet nodig zijn om ook de andere paarse smaakgebieden voor het publiek toegankelijk te maken? Ik denk dat deze regering, gezien de staatkundige vernieuwingsijver waarmee zij aantrad, daar geen moeite mee zal hebben. En er zijn tal van mogelijkheden om naast het tafelen ook de andere elementen van de paarse life style naar de burgers toe te communiceren.

De literaire voorkeur bijvoorbeeld. Waarom niet iedere maand naast de AKO-toptien ook een Paarse Lijst, waarop we onder andere kunnen zien welke boeken Aad Nuis en Tineke Netelenbos mee naar bed nemen? Zou dat geen belangrijke informatie zijn om hun onderwijsbeleid in het juiste perspectief te plaatsen? Ook zou de kledingsmaak van dit kabinet wat meer geshowd kunnen worden. In samenwerking met modemagazijn De Bijenkorf kan er een Paarse Week georganiseerd worden. Dan is het beste uit de ministeriële garderobes in de gangbare kledingmaten met een speciale korting verkrijgbaar.

Natuurlijk, het is een wat bizarre veronderstelling dat het dragen van hetzelfde broekpak ons dichter bij het verkeersbeleid van mevrouw Jorritsma brengt, maar, aan de andere kant, waarom niet? De absurditeit ervan is niet groter dan die van een tentoonstelling waarop de 'lievelingskunstwerken' van de paarse bewindslieden te zien zijn. Op deze tentoonstelling, die onder de naam 'Kunst van Paars' tot eind april in perscentrum Nieuwspoort in Den Haag loopt, kan de burger zich onderdompelen in de artistieke smaak van onze regering. Samen met hun voorlichters hebben de paarse bewindslieden bedacht dat het voor het publiek heel aardig zou zijn op hun esthetische voorkeuren in alle openheid te tonen.

Wat zijn de favoriete paarse kunstwerken? Door welke lijnen, composities en kleuren laat Robin Linschoten zich inspireren bij zijn delicate beslissingen inzake de ziektewet? Welke kunstenaar of kunstenares wordt door premier Kok bewonderd en waarom? Hoe confronterend zijn de schilderijen die Jo Ritzen thuis heeft hangen? Stuk voor stuk vragen die in ons post-ideologische tijdperk met de dag belangrijker worden voor een goed begrip van waar het in de politiek echt om draait.

Het is dus te hopen dat het project Paars Tafelen ook een serieuze kans krijgt in Den Haag. Want het zou voor burger prettig zijn als hij na zijn artistieke dorst te hebben gelest, de kennismaking met paars op een lager niveau kan voortzetten.