Hollands Dagboek

Maarten Gischler (1962) woont sinds juni 1994 met zijn Nederlandse vriendin in Gaza stad. Deze week verhuist hij naar Jeruzalem. Hij werkt voor IWACO, Adviesbureau voor Water en Milieu. In Gaza was Gischler projectmanager van het Gaza Environmental Profile, een project dat de Palestijnse Autoriteit (PA) assisteert bij het opbouwen van een directoraat milieubeheer (EPD) in het Ministerie van Planning en Internationale Samenwerking. Het project wordt gefinancierd door het Nederlandse Ministerie van Ontwikkelingssamenwerking.

Woensdag 6 maart

Om acht uur naar het ministerie, om de hoek. Het wordt mijn laatste week in Gaza want op 16 maart vertrekken we naar Jeruzalem, waar ik ga werken in een regionaal samenwerkingsproject tussen de Palestijnse, Israelische en Jordaanse 'Water Authorities'. 'Insja'Allah' moet ik er aan toe voegen; als god het wil. Want een week vooruit denken is eigenlijk te veel in deze regio. En of het met die 'samenwerking' veel wordt is voorlopig ook maar afwachten na de laatste serie bomaanslagen. Maar goed, de realiteit is mijn doe-lijstje: laatste kwartaalrapport, vergadering zandafgraving, eindrapport waterbeheer en verhuizing. En de ochtend begint natuurlijk met lopende zaken. Later Salah aan de telefoon. Hij zit thuis omdat de grens dichtzit. Vorige week maandag zou de toegang tot Israel waar hij werkt, weer opengaan. Maar na de bommen zal het nog wel maanden duren. Hij is uitermate somber over de toekomst, en is dus helemaal in de stemming voor het “feestje voor gedeprimeerden”, morgenavond bij Basil.

Om 11 uur meldt iemand dat alle laboratoria van de Islamitische Universiteit kort en klein zijn geslagen. De televisie was erbij om deze actie van de Palestijnse politie vast te leggen. Niemand gelooft dat er ook maar één bom minder om zal afgaan in Israel. Maar het oogt resoluut. Dit is de retoriek van deze regio. EPD heeft veel contact met deze universiteit want de studenten en docenten bezoeken dagelijks onze milieubibliotheek; een van de successen van ons project. Een Noorse collega meldt dat we 'vast' zitten. Alleen diplomaten komen nog de grens naar Israel over, zegt hij. Ik bel de Israelische legerpost en krijg inderdaad te horen dat de grens voor 'toeristen' dichtzit: “could be one month, could be two” zegt de soldaat die opneemt. “Have a nice holiday!”. Dit betekent ook dat het weinig zin heeft dat mijn collega Jan Manschot, van Euroconsult, die na volgende week mijn baan overneemt, vrijdag naar Tel Aviv komt.

Een enorme donderbui barst los. De elektriciteitsvoorziening houdt het drie minuten. Dan valt het licht uit. Het betekent 's avonds diner bij kaarslicht, een goed decor om met mijn vriendin de 'toestand' te bespreken. Wat later brand ik mij ongenadig aan de gaslamp, waarna ik de rest van de avond wat aanklungel met mijn hand in een bakje ijs.

Donderdag

Het giet en stormt nog steeds. In ons appartement op 200 meter van de zee is het een oorverdovend lawaai. De zee is schitterend. Op drie honderd meter uit de kust beginnen de golven al te breken. Ontbijt met het laatste restje muesli.

Op het ministerie doet de elektriciteit het gelukkig wel. Maak een rondje door het kantoor en peil de stemming. Assad, de bibliothecaris, vertelt over z'n broer, die 40 is en tien kinderen heeft. Een ideaal profiel voor een baan in Israel. Zo iemand blaast zichzelf niet zo snel op weten de Israeli en hij is dan ook werktuigbouwkundige in een fabriek in Tel Aviv. Nu zit-ie natuurlijk thuis. Maar als de grens opengaat is hij meestal een van de eersten die Israel weer in mogen. Jihad, de agronoom, vertelt dat groente en fruit eigenlijk geen prijs meer hebben op de lokale markt. Voor een shekel (50 cent) kun je zoveel meenemen als je maar kunt tillen. Tien kilo, twintig, pakt u maar! De markt is overspoeld nu de export naar of via Israel volledig is geblokkeerd. Boeren gaan failliet.

Om negen uur komt Mohamed, de Directeur Generaal van EPD binnen. Hij is gisterenmiddag teruggekomen van een seminar in Egypte. We nemen wat lopende zaken door. Hij heeft mijn eindrapport over waterbeheer bijna uit en is er zeer over te spreken. Dat is leuk.

Ik bel met Jan die nu nog in Nederland zit en stel hem voor dat hij niet via Tel Aviv maar via Cairo reist. Hij kan dan met de taxi door de Sinaï naar Gaza. De grens tussen Gaza en Egypte is wel open voor 'toeristen'.

Om half twaalf is er een vergadering met de werkgroep zandgroeves. Zand is zo'n beetje het enige mineraal dat in Gaza wordt gewonnen. Vroeger was Gaza een en al duin, maar daar is in de laatste decennia weinig van overgebleven. Lukraak zijn de duinen afgegraven. Wat overblijft is een gatenkaas. De meeste gaten verworden uiteindelijk tot vuilnisbelt. We zien dit als een groot milieuprobleem en de werkgroep gaat hier wat aan doen.

Om drie uur vertrekt de EPD-staf naar huis. Ik maak mijn kwartaalrapport zo goed als af en besteed nog twee uur aan een onaf hoofdstuk in mijn water-rapport.

Weekend! Het begint met het feestje voor gedeprimeerden bij Basil. De genodigden zijn dertigers, meest gegoede Palestijnen die lang in het buitenland hebben gewoond en een paar buitenlanders. We zien elkaar vaak op dit soort feestjes. In de regel beginnen ze als een borrel en eindigen ze met Arabische disco en zang. Maar deze avond is het niet zo uitbundig als anders. De 'closure' beheerst elk gesprek. Het dansen komt niet echt van de grond en ook het gezang van Fawaz, de troubadour die zijn liederen altijd ter plekke verzint, is niet zo spontaan als anders. Hij bezingt het lam dat we net hebben verorberd en waar nu alleen nog een karkas van over is. Maar dan is ook zijn inspiratie uitgeput. Als de meeste gasten zijn vertrokken, trekt Basil een heel bijzondere fles open, een fluweelzachte whisky. De avond eindigt in mineur. “Gaza gaat sombere jaren tegemoet”, zegt Khaled. “Er is geen hoop meer”. Ach, in Tsjetsjenië is het pas echt 'scheisse' zegt een ander. “Er is geen God in Gaza. Zelfs Hij kan er met die closure niet in...”

Vrijdag

Slapen heerlijk uit tot 11 uur. We bespreken wat we morgenavond zullen koken. Dan hebben we namelijk twaalf vrienden uitgenodigd voor een afscheidsdiner. We laten ons inspireren door wat we nog in de ijskast hebben. Voor de verhuizing moet toch immers de diepvries leeg. We komen de deur niet uit en brengen de dag lezend en schrijvend door. We luisteren naar de Israelische 'radio 4'. Een geweldige klassieke zender. Sinds onze cd-speler het heeft begeven - gesneuveld onder het stof en het wisselende voltage - is dit ons favoriete kanaal. We wisselen het af met een van de weinige cassettebandjes die we in huis hebben en draaien wel vijf keer een strijkkwartet dat ik een paar weken geleden heb opgenomen.

Zaterdag

Het begin van een nieuwe week. Het eerst wat ik op kantoor hoor is, dat nu ook de kustwateren voor Gaza zijn afgesloten. De omsingeling is vrijwel volledig. Alle vissers zijn aan de ketting gelegd en een Israelische oorlogsbodem vaart langs de kust. Geen vis dus vandaag. De visgronden voor de kust van Gaza zijn vrij schraal. Maar de kwaliteit van de vis is uitmuntend. Begin de werkdag met de laatste hand aan mijn voortgangsrapport. Bespreek met Jihad een aantal prijsopgaven die hij heeft ontvangen uit Israel. Komende maand starten we met demonstratieprojecten onder boeren, om hun gebruik van meststoffen en irrigatiewater te reduceren. Het huidige gebruik van meststoffen veroorzaakt enorme nitraatvervuiling in het grondwater. We hebben twee boeren bereid gevonden om mee te doen en kunnen nu dus de benodigde meetinstrumenten aanschaffen. Onvermijdelijk eindigt de discussie met de vraag: “Hoe krijgen we de spullen in godsnaam Gaza in?”

Labeeb meldt dat hij het Israelische laboratorium net aan de telefoon heeft gehad over analyseresultaten van watermonsters. De resultaten zijn inderdaad klaar. Maar de hele staf van het lab is zo van slag vanwege de bomaanslagen dat we nog maar even geduld moeten hebben.

Gauw naar huis om mijn aandeel te leveren in de voorbereiding van ons afscheidsdiner: kippenlevertjes, Italiaanse peperonata, en een gigantisch stuk rundvlees. Om acht uur komen onze vrienden, met z'n dertienen. Ik heb mijn drie meter lange werktafel ontruimd. Want dat is de enige tafel waar we met zoveel mensen aan kunnen zitten. Aan het einde van de avond, onder het gepruttel en gerook van de waterpijpen en een glaasje cognac wordt er gespeeched. Ik spreek onze vrienden toe en zij ons. Ik leg uit hoezeer wij hebben genoten van de afgelopen anderhalf jaar in Gaza en hoe blij en trots we zijn dat we zulke goede vrienden hebben getroffen. Palestijnen, Duitsers en ook Nederlanders. Werkelijk, we zijn hier in een warm nest terechtgekomen. We zullen de rest van ons leven 'ambassadeurs' zijn voor Gaza. Khaled, die een ware meester van het woord is, houdt een hartverwarmend betoog. Om half drie rollen we ons bed in.

Zondag

Om kwart over acht prijs ik me gelukkig dat ik voor het slapen gaan flink wat water heb gedronken. De kater valt mee! Zondag is gewoon een werkdag. Op kantoor draag ik een aantal van mijn files over aan de Palestijnse staf. Sami, die zich bezighoudt met ruimtelijke ordeningszaken, heeft zijn baard afgeschoren. Dezer dagen is het maar beter om niet te worden aangezien voor een aanhanger van Hamas. Voor je het weet heb je een overvalwagen voor de deur staan, en wordt je huis afgebroken, of word je uit de auto gehaald. In scheldpartijen op straat maken mensen elkaar niet meer uit voor het traditionele 'ezel' of 'hond', maar is nu '(vuile) Hamas(-lijer)' favoriet.

Maandag

's Morgens met Iyad, de office manager, naar de verhuizer. Nou, hij vindt het wel wat optimistisch, komend weekend verhuizen. Of ik soms niet weet dat de grens dichtzit. Maar goed, buitenlanders, ze kunnen het krijgen zoals ze het hebben willen. Als ik straks maar niet bij hem aankom dat ik mijn spullen de grens niet over krijg. Ik ga terug naar kantoor. Maak afspraken met de staf om morgen met hen de werkprogramma's te bespreken van de verschillende deelprojecten die er in EPD worden uitgevoerd. Dit ter inleiding van collega Jan die inderdaad 's middags via Egypte Gaza bereikt. Zijn eerste indruk van Gaza is dat het niet tegenvalt. Beetje een 'stoffig stadje'. Het vrij riante guesthouse waar hij in zal logeren is ook een meevaller. In Gaza wordt zeer goed gebouwd. Het is zo'n beetje het enige waar Palestijnen in durven te investeren. Drink 's avonds met hem een biertje in de UN-beachclub en vertel hem in grote lijnen hoe het project er uit ziet, de organisatie van EPD, enzovoort. Daarna eten we wat bij ons.

Dinsdag

Ik maak met Jan een ronde door het kantoor en alle stafleden vertellen kort waar ze mee bezig zijn. Om kwart voor twaalf gaat mijn wekkertje af. Ik heb nog drie kwartier om mijn afscheidspraatje voor te bereiden.

De staf roept dat ze eerst het slechte nieuws willen horen, dus ik begin met de zwaktes. Naast het onduidelijke mandaat van EPD, noem ik het probleem van teamwork. Gebrek aan respect voor elkaar, flexibiliteit, en bereidheid om toe te leveren aan anderen. Het slaat behoorlijk in. Bij de sterktes zitten de meesten te glunderen: het vermogen om nieuwe ideeën op te pakken, de kansen die jonge medewerkers krijgen om verantwoordelijkheden naar zich toe te trekken. We sluiten af met een discussie en als laatste is er HET CADEAU: een aardewerken pot, goudgeverfd, waar nog twee kleinere aardewerken potjes, ook goudgeverfd, met een touw, al evenzeer goudgeverfd aan zijn vastgeknoopt. Ik ben geroerd.

Woensdag 13 maart

Mijn een na laatste werkdag. Veel vergaderen over het werkprogramma. Zandgroeves, het ruimtelijke ordeningsplan voor de kuststrook, het informatiecentrum. En daar tussendoor nog wat losse einden aan elkaar knopen. Die zijn er nog maar al te veel. Lamis heeft inmiddels een soort vaandel boven mijn bureau gehangen met 'Don't forget EPD'. Dat zal ik niet snel doen. Het zijn twee razend interessante jaren geweest, een spoedcursus staatsinrichting in een 'stoffige strook'. Ik zit nog tot heel laat op kantoor, papier te versnipperen en op te ruimen. Planning is nooit mijn sterkste punt geweest. Dat wordt zeker nachtbraken. Albert faxt uit Jordanië dat we ons van het aspect 'samenwerking' in mijn nieuwe project niet al te veel voor moeten stellen. We zien wel. Insja'allah zaterdag naar Jeruzalem.