Haagse straten vergen meer onderhoud

Het plaveisel in Den Haag vertoont gaten en bulten. De schadeclaims wegens ongelukken nemen toe.

DEN HAAG, 16 MAART. De toestand van het wegennet in Den Haag is zorgelijk. Ietwat mismoedig lopen C. Kruyt en G. Hofman in de omgeving van het stadhuis aan het Spui en wijzen naar plaatsen die schreeuwen om een nieuwe deklaag.

Vlak voor het stadhuis, aan de Turfmarkt, lopen diepe scheuren in het asfalt. Automobilisten wippen op hun stoel als ze over de provisorisch opgevulde gaten rijden. Even verderop ligt de Boomsluiterskade, die volgens de beide ambtenaren van de afdeling stedelijke structuren de kroon spant. We treffen een landschap van losliggende, verzakte en ver uiteen gelegen klinkers aan, de rioleringsputten steken er bovenuit.

“Moskou aan zee”, zo omschrijft Kruyt de stad als het gaat om de kwaliteit van het plaveisel, dat in de Russische hoofdstad kennelijk ook te wensen overlaat. Iedere twee jaar worden in Den Haag de wegen geïnspecteerd volgens de principes van 'rationeel wegbeheer'. Bij deze inspectie wordt gewerkt volgens de normen van de Stichting Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en Verkeerstechniek (CROW).

De kwaliteit blijkt de afgelopen twee jaar snel verminderd. In de wijk Escamp is een kleine 35 procent van de wegen in slechte tot zeer slechte staat. Twee jaar geleden was hier nog maar 15 procent van de wegen aan onderhoud toe. In de stadsdelen Scheveningen en Centrum is nu 20 procent van de straten slecht tot zeer slecht.

Van onderhoud komt het meestal niet. Den Haag heeft jaarlijks slechts tien miljoen gulden beschikbaar. Daar kwam in het kader van de aanvraag voor de artikel 12-status vijf miljoen bij. Volgens de gemeente is jaarlijks dertig miljoen gulden nodig. Plus nog eens 35 miljoen voor achterstallig onderhoud. Volgens de normen is onderhoud van plaveisel eens in de twintig jaar nodig, in Den Haag gebeurt dat eens in de veertig jaar. Voor spoedgevallen rukt een ploeg uit, die binnen drie dagen na de melding een gevaarlijk punt repareert.

De afgelopen twee jaar is het aantal claims van burgers die de gemeente aansprakelijk stellen voor een ongeluk op de wegen toegenomen tot enkele tientallen per jaar. “Er zitten veel fake-claims bij”, zegt directeur S. van Driel van de gemeentelijke dienst stadsbeheer. “Bij sommige foto's die de mensen maken van de bewuste weggedeelten, denk ik: dat win je nooit.”

Behalve met geldgebrek kampt Den Haag ook met de omstandigheid dat de residentie als groene stad bekend staat en dat wil blijven. In geen enkele grote Nederlandse stad staan zoveel bomen langs de straat als in Den Haag: 75.000 in totaal. Veel bomen veroorzaken problemen doordat de wortels omhoog groeien en het erboven gelegen wegdek beschadigen. Vooral in het zuidwesten van Den Haag staan veel bomen, geplant op smalle stroken om de veertig jaar geleden aangelegde wijken een zo groen mogelijk aanzien te geven. “Bomen zijn heilig verklaard en Hagenaars zijn er bijzonder aan gehecht”, zegt Kruyt. Van rigoureus kappen kan dan ook geen sprake zijn, waarschuwt Van Driel. “De identiteit van Den Haag als groene stad is in het geding.”

In een rapport over de aanvraag van de artikel 12-status stelde het ministerie van Binnenlandse Zaken onlangs dat hoewel er jarenlang te weinig geld aan onderhoud is besteed, de Haagse straten toch niet aan achterstallig onderhoud lijden. De gemeente acht deze conclusie “volstrekt onjuist en bovendien in strijd met de directe waarneming van de Haagse burgers”. De methode van het rijk om bij het meten van de kwaliteit van de wegen een gemiddelde te berekenen, is volgens het Haagse bestuur “niet zinvol”. Van Driel: “De kwaliteit van wegen kan gemiddeld wel acceptabel zijn, maar dat betekent niet dat er op sommige plaatsen geen onderhoud nodig is.”

De slechte bestrating doet ook het imago van Den Haag geen goed. Moeten daarom strategisch gelegen straten met voorrang worden onderhouden ten koste van straten waar toeristen toch nooit komen? Het Lange Voorhout wordt vaak genoemd als het meest typerende stukje Den Haag, maar het wordt ook ontsierd door talloze kuilen. Nee, zeggen de ambtenaren Kruyt en Hofman onverbiddelijk, we besteden de inspectie van de wegen bewust uit zodat objectief wordt vastgesteld welke straten er het slechtst aan toe zijn. Kruyt: “De veiligheid van de burgers staat voorop.”