Groot-Brittannie: Necrologie als hoogtepunt in dagelijks leesplezier

LONDEN, 16 MAART. Britse kranten zijn vrijwel allemaal partijdig. Ze zijn cynisch, sensatiebelust en ze grossieren in schijnnieuws. In het buitenland worden ze zwaar overschat. Maar het laatste wat je van Britse kranten kunt zeggen is dat ze saai en kleurloos zijn.

Eenzaam hoogtepunt in het dagelijks leesplezier is de pagina necrologieën. Geen enkele andere pagina wordt met zoveel gevoel voor detail, zoveel literaire verfijndheid, zoveel humor geschreven. De Britten hebben het componeren van een doodsbericht tot kunst verheven. Of het, zoals gisteren in The Daily Telegraph, nou gaat om een barones, een jockey of een wetenschapper, van de necrologieën spat de spot- en levenslust af.

In het verleden ontaardden levensbeschrijvingen van pas verscheiden mensen vaak in heldendichten. De necrologiepagina was de zalvende society-rubriek voor een elite die haar grootsheid graag bevestigd zag, desnoods posthuum. In memoriams waren even voorspelbaar als bombastisch. Elke vrouw was een baken voor haar naasten, elke man een pijler van de maatschappij geweest.

Maar de tijd van klakkeloze lofzang is allang verstreken. Een meer open, democratische samenleving dwong tot een meer open, democratische geschiedschrijving. Al blonken necrologieën nog altijd uit in eufemismen. “Hij was een bourgondiër” of “hij hield van het goede leven” betekende dat de overledene niet van de drank en vrouwen af kon blijven. “Hij worstelde met zijn ouderdom” wilde zeggen dat de dode iedereen in zijn omgeving met zijn onmogelijke gedrag had getiranniseerd.

En ook met de seksuele geaardheid bleven de preutse Britse biografen tobben. Een homoseksueel werd bij voorkeur als “verstokte vrijgezel” omschreven. Twintig jaar geleden ging The Times al ver door in een artikel ter nagedachtenis aan de componist Benjamin Britten gewag te maken “van diens bijzondere relatie” met Peter Pears. In de necrologie van Noel Coward zweeg diezelfde krant het roerige privéleven van de toneelschrijver gemakshalve dood.

Uitgangspunt voor In memoriams bleef dat doden met respect werden bejegend. Schaduwzijden en blunders werden niet verzwegen maar ze konden rekenen op een meedogende, geserreerde, rechtvaardige behandeling. Totdat The Independent en The Daily Telegraph de necrologie tien jaar geleden transformeerden tot een komische zedenschets, minder om te schokken dan om te amuseren. Al paste hun aanpak wel in een tijd waarin ook de laatste heilige huisjes werden afgebroken. Een mensenleven tot anekdotes teruggebracht.

De grote vernieuwer van het genre, Hugh Montgomery-Massingberd, bekende vorig jaar in The Daily Telegraph dat hij de verleiding nooit kon weerstaan om kleurrijke aristocraten op de korrel te nemen. Bij de dood van de derde Lord Moynihan vijf jaar geleden schreef hij dat de man “door zijn karakter en carrière de tegenstanders van overgeërfde titels rijkelijk van munitie had voorzien”. Als diens belangrijkste bezigheden noemde hij “bongo-speler, bordeelhouder, drugssmokkelaar en politie-informant”.

Britse necrologieën onderscheiden zich de laatste jaren vooral door meedogenloze typering en een hang naar het absurde detail. Van Lady Rothermere, echtgenote van de eigenaar van de Daily Mail, werd gezegd dat ze zo dol was op feestjes dat ze zelfs “de opening van een envelop zou hebben bijgewoond”. In een verhaal ter nagedachtenis aan de toneelschrijver William Douglas-Home werd uitgebreid aandacht besteed aan het kunstgebit van zijn moeder “dat uit haar mond schoot toen ze de hand schudde van een generaal”.

Na de necrologie als lofzang is vorige week eindelijk het andere einde van het spectrum bereikt: de necrologie als schotschrift. In het overlijdensbericht van het voormalige kabinetslid Lord Jay, zoals dat door het Britse persbureau PA gecomponeerd werd, komt geen gunstig woord voor. Jay wordt omschreven als “vervelend, sjofel en middelmatig”, als een “nuttig hoewel niet onmisbaar” lid van Harold Wilsons regering. Uitgebreid wordt stilgestaan bij zijn vermeende zuinigheid en schraapzucht. Hij zou boterhammen hebben meegenomen naar buitenlandse conferenties. “Zijn verschijning was zodanig dat hij over de grens werd aangezien voor een zwerver (..) en niet werd herkend als een bezoekend staatsman. Een van zijn pakken werd per ongeluk naar een liefdadigheidsorganisatie gestuurd.”

De familie van Lord Jay heeft hevig verontwaardigd gereageerd op de necrologie. Maar de schrijver vindt dat elk woord en elke komma in het bericht gerechtvaardigd is. Rechtvaardig betekent in dit verband dat Britse kranten tegenwoordig net zo nihilistisch en nietsontziend berichten over de doden als over de levenden.