Groei buitenlands beheer van Nederlands kapitaal

AMSTERDAM, 16 MAART. Nederlandse pensioenfondsen hebben het geld dat zij door buitenlandse vermogensbeheerders laten beleggen de laatste twee jaar verdubbeld tot 42 miljard gulden. De buitenlandse vermogensbeheerders penetreren steeds dieper in het beheer van de pensioenbesparingen in Nederland, een markt die volgens experts op vier na de grootste ter wereld is.

De cijfers over de opmars van de buitenlandse fund managers komen naar voren uit een onderzoek van MeesConsult en Bureau Bosch naar de Nederlandse markt voor beheer van pensioengelden. “Deze trend zal zich doorzetten”, zegt directeur drs R. Hoeks van MeesConsult. “Nederlandse pensioenfondsen gaan steeds meer in aandelen beleggen en daarvoor komen zij bij buitenlandse vermogensbeheerders terecht. Opnieuw een verdubbeling van het bedrag in de komende jaren lijkt mij heel veel.”

Aan het onderzoek deden 51 vermogensbeheerders mee, die samen bijna 216 miljard gulden beheren. In totaal hadden de pensioenfondsen op de peildatum van het onderzoek, medio 1995, een belegd vermogen van circa 500 miljard gulden. Dat bedrag wordt voor 43 procent door buitenstaanders belegd, zoals externe vermogensbeheerders. Het merendeel wordt nog geïnvesteerd door beleggers die bij pensioenfonden zelf in dienst zijn. Het marktaandeel van de buitenlandse beheerders is de afgelopen twee jaar gestegen van 14 procent naar 19 procent, zo blijkt uit het onderzoek.

“Buitenlanders hebben niet alleen geprofiteerd van de groei van de vermogens van de pensioenfondsen, maar zij hebben zeker ook een deel van de bestaande partijen afgesnoept”, zegt Hoeks.

Hij verklaart de groei van de buitenlandse fund managers uit de grotere variëteit van beleggingsstijlen die zij aanbieden, de over het algemeen hogere resultaten op de beleggingen en de betere rapportage aan de pensioenfondsen. Dat de buitenlandse beheerders ook duurder zijn, blijkt voor de Nederlandse opdrachtgevers geen probleem te zijn.

Opmerkelijk in het overzicht is de stagnatie bij de Rotterdamse vermogensbeheerder Robeco, die gelijk is gebleven in het aantal pensioenfondsen (28) en het beheerde vermogen (5,1 miljard gulden). Robeco kampt de afgelopen jaren met tegenvallende beleggingsresultaten bij zijn belangrijkste beursgenoteerde aandelenfondsen.

De grootste buitenlandse vermogensbeheerders zijn twee Amerikaanse managers die gespecialiseerd zijn in aandelenbeleggingen die een trouwe kopie zijn van de beursindex in een land of een regio. Het gaat om Wells Fargo, die 13 miljard gulden beheert voor 11 Nederlandse pensioenfondsen, en State Street, die 5,6 miljard gulden belegt voor 16 grote beleggers.

De drie grootste beheerders zijn overigens allemaal Nederlandse firma's. Nummer een staat PVF, de verzelfstandige vermogensbeheerders van de GAK fondsen, met 35 miljard beheerd vermogen en 24 klanten. ING is tweede met 23 miljard vermogen van 412 klanten, terwijl Schootse Poort, de verzelfstandigde fund manager van de Philips Pensioenfondsen op een derde plaats staat met bijna 23 miljard gulden en 7 klanten.

Pensioenfondsen die voor andere pensioenfondsen geld beheren is een nieuwe trend. “Pensioenfondsen zoeken manieren om efficiënter te werken en geld te verdienen”, zo zegt co-auteur drs F. Bosch. “Waarom dan niet het bestaande team beleggers op de commerciële vermogensbeheermarkt introduceren bij andere pensioenfondsen onder het motto: wij komen uit jouw kring en weten wat jouw behoeftes zijn.”

Nu de buitenlandse beheerders steeds vastere voet aan de grond krijgen, openen zij tevens vaker Nederlandse kantoren om de markt met lokale managers te bewerken. Zo heeft de Amerikaanse manager Fidelity, een van de sterke groeiers, sinds enkele jaren in Nederland een vestiging. Fidelity verviervoudigde het beheerde vermogen naar 2 miljard gulden.