Goede verkeersleiders kunnen tegen Frans accent

De eigenaar van vliegschool Nice Flight in Eelde zegt dat hij de wereld aankan. Volgens de luchthavendirecteur echter brengt hij met zijn gedrag de vliegveiligheid in gevaar.

EELDE, 16 MAART. Hij ligt in de clinch met bijna alles en iedereen op Eelde. Met de luchthavendirectie, de verkeersleiding, de KLM Luchtvaart School en met bedrijven op het vliegveld. Volgens luchthavendirecteur F. van der Werff tart W. de Nijs, eigenaar van de vliegschool Nice Flight, alle fatsoensnormen. Van der Werff heeft een brandbrief naar de Rijksluchtvaartdienst gestuurd om De Nijs aan te pakken. De directeur zou hem het liefst uit de lucht halen. “We hebben een dik dossier over hem. Het moet maar eens 'over en uit' zijn.”

De Nijs meldt zich bij de verkeersleiding met een Frans accent: “Papa Hôtel”. Of hij noemt zich “Lone Ranger Number One”. Fluitend loopt hij als Fred Flintstone door de gebouwen van vliegveld Eelde. “Ach, je moet toch ergens je levensvreugde vandaan halen”, zegt De Nijs.

De Nijs zou met zijn Flintstone-gefluit de radiofrequentie hebben gestoord, met zijn Franse accent de verkeersleiding sarren, tot ergernis van de verkeerleiding vaak expres vlak voor sluitingstijd met een vliegtuig binnenkomen, als een razende over het vliegveld taxiën en rond geparkeerde vliegtuigen slalommen. Volgens Van der Werff brengt zijn gedrag de vliegveiligheid in gevaar.

Van der Werff heeft per 1 februari de huur van het kantoorgebouw van Nice Flight opgezegd. De Nijs zal per 1 april moeten vertrekken. Aanleiding daarvoor was een “ontoelaatbaar” incident. Op een bureau van een medewerker heeft hij de liefde bedreven met zijn vriendin. Van der Werff: “Dat kan toch echt niet.” De Nijs ontkent dit niet. Hij vindt het alleen overdreven dat hem daarom de huur wordt opgezegd. “Op dat kantoor mocht ik komen en het bureau was niet eens in gebruik.”

De Nijs, begin dertig, gebruind gezicht, met donker leren vliegersjack, omschrijft zich als iemand “die de hele wereld aankan”. “Ik kom uit het westen, heb af en toe wel een arrogante houding. Dat valt kennelijk niet goed hier in die Staphorst-mentaliteit.” Hij runt zijn vliegschool nu anderhalf jaar en het draait volgens hem geweldig. De school is een hobby, hij is er financieel niet afhankelijk van. “Ik heb in de postzegelhandel gezeten.”

Op de vraag waarom hij zich zo gedraagt zegt hij met een brede grijns: “Ik ga natuurlijk niet toegeven dat ik dat doe om ze te sarren.” Enkele verkeersleiders kunnen zijn bloed wel drinken, weet De Nijs. “Als ze niet tegen mijn Franse accent kunnen, zijn ze geen goede verkeersleiders.”

De Nijs werd vorige week vrijdag aangehouden. De radio werd op de grondfrequentie gestoord door iemand die de melodie van Fred Flintstone floot. De marechaussee verdacht De Nijs er van en hield hem aan nadat de verkeersleiding aangifte had gedaan. De Nijs heeft weinig waardering voor de marechaussee. “Mijn vriendin heeft whisky de cel in gesmokkeld. Ik viel heerlijk in slaap.” De Nijs ontkent overigens de radio te hebben gestoord.

Luchthavendirecteur Van der Werff wil zo snel mogelijk van hem af. “Hij is gek, echt gek.” Maar Van der Werff beseft dat het moeilijk wordt hem uit de lucht te houden, omdat De Nijs telkens op het randje balanceert, maar er niet overheen gaat. De Rijksluchtvaartdienst kan zo weinig tegen hem beginnen.

De Nijs heeft een advocaat in de arm genomen om het opzeggen van de huur aan te vechten. Volgens De Nijs wordt een hetze tegen hem gevoerd omdat hij voor veel bedrijven een geduchte concurrent is. “Ik ben goedkoper dan anderen. En ik ga beginnen met een chartervliegtuig, dat bijvoorbeeld in het weekend op de Waddeneilanden gaat vliegen. Dat vinden ze kennelijk niet leuk.” Hij slaat twee keer hard op zijn wang. “Van der Werff is iemand van: als het jeukt, pats”.

In het restaurant van de luchthaven komt De Nijs KLM-instructeur J. Thijssens tegen. Lachend hoort Thijssens de verhalen van De Nijs aan. Hij probeert nog een adviesje: “Jongen, ga drie maanden op vakantie en begin met een schone lei.” En als De Nijs even weg is, fluistert hij: “'t Is een vrije jongen, hè. Het is puur balorigheid. Ik mag hem wel.”