Gladstone

Aan het eind van een inspannende, met lastige wetgeving en moeizame compromissen gevulde werkweek trok William Ewart Gladstone geen joggingschoenen aan om zijn stress eruit te lopen, maar ontspande hij zich door bomen te kappen. Hij was een reus in de politiek van de negentiende eeuw, die zowel in spierkracht als intellectueel met kop en schouders boven zijn ambtgenoten uitstak. Op een korte onderbreking na was hij meer dan zestig jaar een onvermoeibaar Member of Parliament, die kort voor zijn tweeëntachtigste verjaardag nog een eik velde (zijn laatste) en op zijn drieëntachtigste opnieuw minister-president werd, de oudste die Engeland ooit had gekend. Zijn biograaf Roy Jenkins noemt Gladstone's laatste jaren met milde welwillendheid de langste avondschemer in de politieke historie.

In de loop van zijn leven las Gladstone 20.000 boeken. Hij verslond dagelijks The Times, las elke avond de drukproeven van de belangrijkste redevoeringen die de volgende dag in de Hansard gedrukt zouden worden, had in de weekends nog genoeg energie om vreemde talen te leren en vond in verloren uren nog de tijd om 69 jaar lang een dagboek bij te houden. En dat was nog niet alles. Hij beheerste het oud-Grieks en Latijn en vertaalde tot op hoge leeftijd Horatius. Zijn Frans was uitstekend, hij weerde zich behoorlijk in het Duits, hij kon zich in het Italiaans redden en hij wierp zich op zijn zesenzeventigste nog eens op de studie van het Noors. Gladstone draaide zijn hand niet om voor theologie, telde de kardinalen Manning en Newman onder zijn vrienden en was een groot liefhebber van poëzie.

William Gladstone had niet alleen toegewijde vrienden, maar ook verklaarde vijanden. Benjamin Disraeli was er een van, Joseph Chamberlain een andere. Koningin Victoria mocht hem evenmin, in het bijzonder omdat hij voor geboortebeperking was en in het algemeen omdat hij zich minder aan haar stoorde dan Disraeli. Maar er bestaat geen enkele twijfel dat Gladstone de grootste politieke figuur van zijn tijd was. Op zijn zesentwintigste jaar werd hij al dienaar van de kroon (kleinste categorie), op zijn vijfendertigste minister met de status van lid van het kabinet (onder Peel). Zeven keer werd hem de portefeuille van financiën toevertrouwd en vier keer het premierschap. In die laatste functie gaf hij twaalf jaar leiding aan liberale kabinetten. De allerlaatste begroting die hij in het Lagerhuis indiende is de geschiedenis ingegaan als het 'alcoholische budget'. De belangrijkste belastingen die daarin aanhangig werden gemaakt betroffen de verhoging van een bier-accijns en de verlaging van een accijns op tafelwijnen. Naar de gewoonte van zijn tijd verzette Gladstone zich in zijn verkiezingstoespraken energiek tegen het verhogen van de belastingen, maar in de praktijk verhoogde hij ze niettemin keer op keer. Bij zijn definitieve vertrek enkele jaren voor het einde van de 19de eeuw had hij de Engelse politiek bevrijd van de greep van de kerk, het liberalisme vorm gegeven, het onderwijs gemoderniseerd, het leger hervormd en de overheidsdienst opengesteld voor de burgerij. Toen hij afscheid nam was het kiesrecht niet langer het privilege van de hogere standen, maar binnen het bereik gebracht van een groot deel van de bevolking. Gladstone mislukte echter in zijn hoogste politieke doel: zijn pogingen om de gekoloniseerde Ieren zelfbestuur te bezorgen. De mislukte strijd om de verwerkelijking van de Home Rule voor Ierland bracht tegelijkertijd zijn eigen liberale partij aan de rand van de afgrond.

The Spectator schreef vorig jaar dat de kolossale Gladstone voor al zijn vele biografen een maat te groot is geweest, maar in Roy Jenkins heeft Gladstone eindelijk zijn ideale biograaf gevonden. Jenkins heeft een prachtige levensbeschrijving van de Reus van Hawarden (“the people's William”) geproduceerd, die geschreven is in een gemakkelijk en elegant proza en die van begin tot eind onderhoudend en vermakelijk is. Omvangrijke biografieën bevatten bijna altijd overbodige stukken, te lang uitgesponnen episodes of vervelende uitweidingen, maar dit 630 pagina's tellende boek verveelt nergens. Jenkins heeft niet alleen een groot deel van zijn professionele leven in de Engelse politiek gesleten (Lagerhuislid voor Labour, minister van binnenlandse zaken en van financiën, voorzitter van de Europese Commissie en Hogerhuislid voor de afgesplitste socialisten), maar ook al een aantal biografieën op zijn naam gebracht (Balfour, Dilke, Asquith, Truman, Baldwin), die stuk voor stuk eerste klas werk zijn en ook allemaal even goed geschreven.

Jenkins heeft Gladstone met het inlevingsvermogen van de vakgenoot beschreven - met sympathie en bewondering, maar niet al te veel. 'Knocked down by a cab' wordt ironisch afgewisseld met 'knocked down by a cow' en als de grote man zich tussen de mensen begeeft voor wier kiesrecht hij opkomt en hij pijnlijk wordt geraakt door een oud brood dat hem uit het volk naar zijn hoofd wordt gesmeten, meldt Jenkins lakoniek: 'Eye-injury from a woman assailant'.

De politieke en psychologische greep die Roy Jenkins op de materie heeft, stelt hem tot een wezenlijke doordringing van Gladstone's premierschap in staat. Daarom is zijn biografie (Roy Jenkins: Gladstone, uitg. Macmillan, 1995) tegelijkertijd het beste boek over de geschiedenis van het Engelse liberalisme in de vorige eeuw. Met als kostelijke toegift een geslaagde psycho-historie van Gladstone's reddingswerk onder de Londense prostituees en een mooie verhandeling over zijn deugdzame verhouding tot tal andere vrouwen die hem het hof maakten dan wel het hoofd op hol brachten.