Geheimen kunnen het leven van kinderen verwoesten; Zakdoekje leggen, niemand zeggen

Soms gebeurt het op school, soms thuis. Kinderen maken soms dingen mee, waarover ze niet kunnen of durven praten. Het kan om een gejatte zak snoep zijn, een leraar die te ver ging of een vriendje dat thuis niet gewenst is. Hoe leven kinderen met hun geheimen? Verstopte problemen, verstopte kinderen.

Als jongen van dertien zag Harold Dercksz hoe zijn moeder samen met het kindermeisje en een huisvriend op een nacht in de stromende tropische regen een wit ding naar de rivier droegen. Hij hoorde hun gefluister en het zenuwachtige snikken van zijn moeder en toen hij radeloos op zoek ging naar zijn vader en hem nergens kon vinden, wist hij dat het witte Ding het lichaam van zijn vader was geweest. De jongen dacht dat hij de enige was die het gehoord en gezien had en hij sprak er zijn leven lang niet over. Het was zijn geheim, en het geheim bezocht hem tot in zijn ouderdom met beelden van het witte Ding dat door de nacht en de regen heen naar de rivier gedragen werd. Pas toen zijn moeder en haar minnaar, zestig jaar later, stierven, verdween het witte Ding. “Het wendde zich bij de eindbocht van zijn jaren-, jarenlange, eindeloze weg... En het stortte weg, in een afgrond. Het was verdwenen.”

Zo staat het in Van oude mensen de dingen die voorbij gaan van Louis Couperus, het boek over een geheim dat het leven van een paar families beheerst, maar waarover niemand spreekt.

Het geheim beheerste en verwoestte het leven van Harold vanaf het moment dat hij als dertienjarige zag wat er die nacht gebeurde. Niet de moord maar het feit dat hij met niemand ooit kon praten over wat hij toevallig had gezien, bepaalde zijn leven, en veranderde hem van een vrolijke, speelse jongen in een sombere, zwaarmoedige man.

Hoe vaak kinderen zo'n zwaar geheim hun levenlang bij zich dragen, is onbekend. Uiteraard: als ze niets zeggen, weet niemand het. Zoals ook uit Couperus' boek blijkt kunnen verschillende mensen hetzelfde geheim koesteren, zonder het van elkaar te weten. Harold weet dat tenminste drie mensen op de hoogte zijn: zijn moeder, de huisvriend en het kindermeisje, en hij weet ook dat hij hun nooit kan laten merken dat hij het weet. Uit loyaliteit, angst, afweer, discretie, afkeer? Het is allemaal mogelijk, het zijn de redenen die kinderen hebben om de geheimen van volwassenen stil te houden. Een geheim wordt een zwaarder geheim als meer mensen ervan weten.

Maar lang niet ieder kind kan een geheim stilhouden, zelfs niet een geheim dat veel minder zwaar is dan dat van Harold Dercksz. Ze vertellen er iets van aan hun beste vriend, ze schrijven erover in hun dagboek, of ze bellen de Kindertelefoon. Een dagboek zegt niets terug en het kan verstopt worden; de Kindertelefoon is anoniem, niemand kan vanaf de andere kant van de telefoonlijn in actie komen. Ongeveer zo werkt bidden: als je daarin gelooft kun je een geheim kwijt zonder dat iemand je van verraad zal betichten. En alleen het opschrijven en vertellen van iets wat niet openbaar mag worden lucht al op. D oet het er toe of een geheim ernstig is of onbelangrijk? Ieder kind en iedere jongere heeft geheimen, en ze variëren van geheime verliefdheden, geheime verstopplekken in huis of buiten, dagboeken, droomwensen over een carrière als filmster tot spionagespelletjes, waarbij kinderen geheimzinnige complotten op het spoor komen. Dat zijn de aardige geheimen waar volwassenen zich helemaal niet mee moeten bemoeien. Er zijn geen slachtoffers, kinderen zijn niet machteloos bij dat soort geheimen, en de geheimzinnigheid lost zich vanzelf op in de tijd.

Moeten volwassenen zich dan wel bemoeien met een gejatte zak snoep of een gestolen fiets? Of een ander punt: maakt het uit of het om een geheim van het kind zelf gaat of om een geheim van iemand anders? Is een gestolen cd erger of minder erg dan een moeder die met een andere man betrapt wordt of hangt dat af van de omstandigheden, van morele codes, van de omgeving, van sancties die op de openbaarmaking staan?

Gert is dertien jaar en zit in de brugklas van een grote scholengemeenschap in het oosten des lands. Gert weet iets en hij zou er alles voor over hebben als hij het niet wist. Een jongen uit een hogere klas heeft hem een wapen laten zien en verteld dat hij nog zo'n wapen in z'n kastje heeft. Maar Gert mocht het aan niemand vertellen en als hij dat toch deed , zou er iets gebeuren. Wat precies was onduidelijk, maar het zou verschrikkelijk zijn. Gert heeft het verhaal maandenlang stilgehouden, doodsbenauwd. Na een lange schoolvakantie hield hij het niet langer uit en vertelde het wapenverhaal aan een oom. Niet aan z'n ouders, dat zou te gevaarlijk zijn. Die oom zit er nu mee want Gert is opgelucht dat hij het verhaal verteld heeft, maar hij wil niet dat z'n oom iets doet. Het mag nooit uitkomen, dat Gert het geheim heeft doorgekletst.

Gert is bang voor een leeftijdgenoot en heel veel jongeren kennen dit soort situaties. Gegijzeld worden door je broer als je doorvertelt dat hij regelmatig spijbelt. Of de omgekeerde situatie: je vriendin heeft een vriendje waar haar ouders niets van mogen weten. Het hangt van jou af wat er verder gebeurt: je hebt die vriendin in je macht.

Spannende situaties, maar als het om geheimen van volwassenen gaat waar kinderen soms per ongeluk mee te maken krijgen, wordt de situatie lastiger en bedreigender. Geheimen van volwassenen zijn zelden ongevaarlijk. K inderen die door een geheim in het nauw zijn gedreven en er anoniem over willen praten, bellen vaak de Kindertelefoon. Eigenlijk zijn alle onderwerpen waar kinderen moeilijk over praten geheim, zegt Patricia Piekaar, coördinator van de Amsterdamse Kindertelefoon, al gaan niet alle zevenduizend jaarlijkse telefoontjes over verschrikkelijk bedreigende geheimen. Verliefdheden, daar gaat het vaak over, en technische vragen over seks. Het geheim is dan dat de beller wel net doet of hij alles weet van seks en hoe het moet, maar eigenlijk nauwelijks weet hoe het werkt, of seks helemaal niet zo leuk vindt als iedereen altijd zegt. Of kinderen bellen omdat ze zichzelf afvragen of ze homoseksueel zijn. Onzekerheid is een heel belangrijke drijfveer om de Kindertelefoon te bellen. Jongeren bellen vaak over seks en relaties, jongere kinderen bellen het meest over geweld en dwang, over mishandeling en seksueel misbruik.

De mensen achter de telefoon luisteren, ze vragen wat de kinderen zelf denken en willen, ze kijken nergens raar van op en ze raden niets aan, want dat werkt niet. Patricia Piekaar: “Wij zijn de onafhankelijke derde, dat is onze functie. Een kind belt met de wetenschap dat wij niets kunnen doen en niet kunnen ingrijpen. Natuurlijk zou je een kind wel eens door de telefoon heen willen trekken om hem te helpen. Maar dat kan dus niet, je mag al blij zijn dat met zo'n telefoontje de eerste stap gezet is.”

Een stap verder is een gesprek met iemand die jou kan zien en weet wie je bent. Iemand op school bijvoorbeeld, een leraar of lerares. Een school is een vindplaats van geheimen, vooral als het een school is die leerlingen goed begeleidt. Kinderen kunnen alleen praten over hun geheimen, die ontoegankelijke plekken in hun leven, als ze zich veilig voelen, zegt Nelleke Kluver. Ze is conrector van het Haagse Segbroekcollege en decaan van de 260 tweede-klassers van deze middelbare scholengemeenschap. Op haar school wordt veel aandacht besteed aan leerlingbegeleiding, leraren worden bijgeschoold op dit gebied als ze dat willen. Een decaan krijgt regelmatig geheimen te horen, al zijn niet alle problemen waarmee leerlingen te maken hebben pure geheimen. Nelleke Kluver: “Meisjes die een vriendje hebben en daar thuis niet over kunnen praten. Voor thuis is het dan een geheim, maar ze komen hier praten om te overleggen. Er moet dan een oplossing komen die voor beide partijen acceptabel is.” Zo'n overleg is niet voor alle leerlingen mogelijk. Allochtone meisjes moeten hun verkering wel degelijk stil houden. “Met Ali in de stad gezien worden kan niet, laat staan als het niet Ali is, maar Hans. Omdat de familiecontrole heel sterk is, voelen die meisjes zich altijd gecontroleerd. Ze moeten heel voorzichtig manoeuvreren en dat is heel moeilijk.”

Psycholoog Frans Duintjer van de jeugdafdeling van de Amsterdamse RIAGG, afdeling Centrum/Oud-West is het daarmee eens: “Er is wel eens een Hindoestaans meisje hier geweest die een Marokkaans vriendje had. Dat kan niet, dat is eigenlijk onoplosbaar. Bij zo'n ernstig dilemma kan ik niet echt helpen, dat kan de tijd alleen oplossen. Zolang zo'n meisje op school zit, valt ze onder het gezag van haar ouders.”

Duintjes heeft regelmatig te maken met geheimen, al komen kinderen zelden bij een RIAGG binnen met de mededeling dat ze een geheim hebben. Ze komen met klachten en als er dan gevraagd wordt wie op de hoogte zijn van die klachten en wie er zouden kunnen helpen, blijkt vaak dat ze het helemaal alleen dragen. Dan is er dus wel sprake van een geheim. E r is, zegt Duintjer, een top-4 te maken van de geheimen van jongeren. Hij somt ze op: eetproblemen bij meisjes, gokken bij jongens, geweld in het gezin zoals mishandeling en incest, en gedachten over zelfmoord. Sommige van deze geheimen kunnen heel lang geheim blijven voordat ze aan de oppervlakte komen. “Zelfs eetproblemen blijven vaak lang een geheim. Meisjes met vreetbuien die daarna kotsen en laxeermiddelen gebruiken, praten er heel vaak niet over en de omgeving komt er pas laat achter.” Eetproblemen moeten vaak geheim blijven, zegt Duintjer, omdat meisjes die er aan lijden bang zijn dat ze als het ontdekt wordt, weer ingepakt zullen worden in de wereld waaruit ze nu juist willen ontsnappen, de familie waar ze tegelijkertijd vaak ook zo sterk aan gebonden zijn. Een ingewikkeld geheim dat samenhangt met identiteitsproblemen, net als het typische jongensgeheim: gokken. Ook gokken kan gek genoeg heel lang verborgen blijven. De jongens zijn, net als de afvallende meisjes, heel slim in het verstoppen van hun problemen en het is moeilijk om ze zover te krijgen dat ze hun geheim openbaren, terwijl dat volgens Duintjer nodig is om het probleem erachter op te lossen. “Je kunt je voorstellen hoe moeilijk openbaarmaking is voor een jongen die geloofde dat hij met een beetje geluk steenrijk zou worden en onafhankelijk. Of voor een meisje dat er alles aan deed om de schijn op te houden dat het juist heel goed met haar ging. Vertellen ze hun geheim, dan valt het doek.”

Nelleke Kluver herkent dat. Ze ziet vaak leerlingen die ineens slechte cijfers gaan halen of zich onaangepast gaan gedragen. Er is iets aan de hand, dat is wel duidelijk, maar hoe krijg je dat naar buiten? Soms wil een leerling nog wel iets aan een leraar vertellen, maar moet het geheim blijven voor de ouders. “En ik zal nooit ouders opbellen als een kind het niet wil. Een kind haalt soms zulke slechte cijfers dat ik vind dat de ouders dat moeten weten. Maar die leerling stelt het steeds uit om er thuis over te praten, want er zijn altijd duizend excuses waarom het nu niet verteld kan worden. Een kind kan soms lang rondlopen met een geheim en als je hoort wat er soms thuis gebeurt als ze het wel vertellen, is dat ook te begrijpen. Ouders die slaan of die streng straffen voor een slecht rapport, ook als zo'n kind echt niet beter kan leren. Ouders maken zich er vaker druk om dat hun kind het vwo niet kan halen dan het kind zelf.”

Wat er bij kinderen thuis gebeurt, is vaak het allergrootste geheim. Kindermishandeling en incest zijn geheimen die door minstens twee mensen gedeeld worden en kinderen kunnen verstrikt raken in de geheimhouding die hun door de dader wordt opgelegd, ze zijn betrokken geraakt bij een samenzwering. Het is het soort geheim dat heel moeilijk in de openbaarheid komt. Omdat kinderen zich schamen, zich schuldig voelen, omdat ze bang zijn dat ze niet geloofd worden of op hun kop zullen krijgen. Familiegeheimen zijn de intiemste geheimen en het moeilijkste naar buiten te krijgen.

Niet bekend

Bij al dit soort geheimen spelen volwassenen een beslissende en slechte rol. Familiegeheimen zijn een ramp voor kinderen, ze eisen een verkeerde loyaliteit, ze ontnemen een kind het vertrouwen in de wereld, ze zadelen het op met problemen waarmee het niets te maken heeft, met andermans problemen. En die geheimen woekeren door, zegt Frans Duintjer. “Het is een soort vergif. Kinderen die hun mond hebben leren houden gaan zich op een andere manier gedragen en krijgen daar dan later last van. Als ze volwassen zijn geworden, merken ze dat ze hun jeugd verspeeld hebben, ze hebben meestal weinig erkenning gekregen voor hun loyaliteit en het heeft hun veel verdriet opgeleverd.”

En dan hoop je dus maar dat zulke kinderen ooit, tegen iemand, hun mond opendoen. Of het opschrijven in een brief of een dagboek. M aar een kind kan heel diep in een trechter van zwijgen terechtkomen. Uit angst voor wraak dus, zoals Gert met zijn wetenschap van de wapens die zijn klasgenoot had. Of uit angst voor straf als hun ouders te weten komen dat ze gokken, of dat ze slechte cijfers halen. Of omdat ze zo in zichzelf teruggetrokken zijn dat de buitenwereld niet meer meetelt voor hen.

Sommige kinderen blijven zwijgen, zegt Nelleke Kluver, terwijl je weet dat er iets aan de hand is. “Er is niets ergers dan een kind dat niet wil praten, een kind dat alleen 'ja' of 'nee' zegt. Dan kun je niets anders doen dan goed opletten.”

De machteloosheid van anderen, van andere jongeren, van volwassenen. Soms denken kinderen dan na over de dood. Een kind dat over zelfmoord denkt kan daar heel intens mee bezig zijn zonder dat er iets van zichtbaar wordt aan de buitenkant. Frans Duintjer: “Als ik de intuïtie heb dat zoiets speelt, vraag ik of ze wel eens aan zoiets denken. Dat is de enige manier, want uit zichzelf vertellen ze het niet zomaar. Hoogstens een kleine hint in de trant van 'wat stelt het voor, het is toch allemaal niks'. En dan kun je doorvragen.”

Er is een verhaal van een koning die zijn dienaar een geheim vertelde dat absoluut geheim moest blijven. De dienaar werd ziek van angst dat hij het geheim per ongeluk toch zou vertellen en doodsbang voor de straf die hij dan van de koning zou krijgen. Een wijze man zei hem dat hij heel diep het bos in moest gaan en het geheim aan een boom moest vertellen. Dat heeft hij gedaan, en dat hielp.

Een mooi verhaal om aan kinderen met een geheim te verstellen: vertel je geheim, desnoods aan een boom diep in het bos of aan het riet aan de waterkant, of aan de zee, maar vertel het als een geheim te zwaar is om te verdragen.