Geen ernstige gevolgen debâcle voor leveranciers

ROTTERDAM, 16 MAART. Het wegvallen van Fokker als bouwer van vliegtuigen zal voor het Nederlandse bedrijfsleven niet het domino-effect hebben dat hier en daar is voorspeld. In één belangrijk opzicht was Nederland een minder volledig luchtvaartland dan het gewoonlijk wordt genoemd: er ontwikkelde zich hier nauwelijks een groep van gespecialiseerde toeleveraars aan de vliegtuigfabriek. Wat er aan toeleveraars is gekomen was meestal weinig gespecialiseerd en in vrijwel geen enkel geval is een fatale afhankelijkheid van Fokker ontstaan.

Het onderzoek dat het Studiecentrum voor technologie en beleid van TNO het afgelopen jaar deed naar de betekenis van Fokker voor Nederland, vastgelegd in een gelijknamig rapport (september 1995), toonde aan dat Fokker in 1991 in totaal voor 2,8 miljard aan goederen en diensten inkocht. Daarvan kwam bijna 70 procent uit het buitenland, Nederland leverde voor 850 miljoen gulden.

Omgerekend naar arbeidsplaatsen betekende dat bij de toenmalige bezetting van Fokker (ruim 12.000 werknemers) ruwweg één werknemer bij de toelevering op één Fokker-werknemer. Die werknemers zijn voor het overgrote deel te vinden in wat TNO noemde: de 'algemene toelevering', zonder enige aanpassing aan de vliegtuigbouw als zodanig. Daaronder vallen zeer uiteenlopende bedrijven als de leveranciers van koffie, broodjes en wc-papier, fax- en kopieerapparaten en elektriciteit.

Meer dan de helft van de Nederlandse toelevering was 'algemeen' en nog eens 20 procent bestond uit de levering van goederen of diensten die maar voor een bescheiden deel aan de vliegtuigen werden aangepast. Zoals TNO schrijft: De Nederlandse toeleveraars onderscheiden zich van hun buitenlandse collega's door hun relatief lage specialisatiegraad, een lage kennisintensititeit en een lage toegevoegde waarde.

De volgens TNO-definitie 'gespecialiseerde' en 'zeer gespecialiseerde' toelevering aan Fokker kwam voor maar liefst tachtig procent uit het buitenland. Wat er aan Nederlandse bedrijven voor gespecialiseerde levering in aanmerking kwam trok, stelde de onderzoekers vast, maar in een enkel geval meer dan tien procent van de arbeidsuren uit voor Fokker.

TNO verdeelde de toeleveraars ook nog in primaire en secundaire toeleveraars, dat zijn zij die het 'airframe' en de systeem-toelevering (motoren, onderstellen, avionica) voor hun rekening nemen, en de tertiaire leveranciers. Afgezien van Fokker zelf, Urenco Aerospace (klimaatregeling) en DAF Special Products (onderstellen) waren geen Nederlandse bedrijven actief in de primaire en secundaire toelevering.

Belangrijk in de tertiaire toelevering waren onder meer ondernemingen als Van Riemsdijk (vrachtcontainers), BF Goodrich (brandstofmeetsystemen), Ten Cate Advanced Composites (plastic panelen) en Driessen (vliegtuigkeukens). Een veertigtal kleine gespecialiseerde toeleveraars heeft zich een jaar of twintig verenigd in de Netherlands Aerospace Group (NAG) om via dat voertuig makkelijker toegang te krijgen tot de buitenlandse markt. Juist dat laatste zal nu door het wegvallen van Fokker waarschijnlijk moeilijker worden, noteerde TNO al, de bedrijven moeten het visitekaartje dat levering aan Fokker betekende voortaan missen.