De toestand

De discussie over het Nationaal Monument op de Dam is eigenlijk alweer afgelopen: geen issue, heeft de openbare mening beslist, in dat geruisloos, ongrijpbaar proces waarvan niemand het geheim kent. De piloon staat nu helemaal in de steigers met een schutting eromheen en die wordt weer beschermd door een hek. Het is de enige schutting in Amsterdam zonder reclame of graffiti. Zelfs toen het nog kon - het hek is pas later gekomen - heeft niemand er wild op geplakt of er zijn spuitbus op gericht. Werden de graffitisten weerhouden door hun nationaal gevoel, of hebben ze intuïtief geweten dat hier een schutting was neergezet om een non-issue?

Wat zijn op het ogenblik dan wel de issues? De leraren die zich aan de leerlingen vergrijpen? De drugs en Chirac? De hogesnelheidstrein en het groene hart? De heren Jongbloed en Braakhekke? Bolkestein? Je kunt je een gezelschap van met hun tijd meelevende mensen voorstellen die elkaar de ene naam na de andere toewerpen. Dibbets! Sorgdrager! Chirac! Braakhekke! Frits Bolkestein! Guido de Brès! Adriaan van Dis! Nog een paar issue-namen. Geen schiet zodanig wortel dat er een gesprek wil ontstaan. Dan zegt iemand: “Weet je dat er plannen zijn voor een televisiestation dat 24 uur per dag het weerbericht uitzendt, met niets anders dan al het nieuws over het weer?” De belangstelling leeft op. Daar blijkt sterke behoefte aan te zijn. De adverteerders zien er veel in. Al gauw komt het gesprek op de vraag wie de beste weerman is: John Bernard, Harry Otten, die jongen die op zijn best is als hij zeer diepe depressies aankondigt, Reinier van den Berg, of die van het NOS-journaal, hoe heet die - een aardige man, geen kwaad bij, die man met zo'n pak aan. Allen martelen hun geheugen af. Geen geanimeerder gezelschap dan het gezelschap dat zich zijn geheugen afmartelt. “Ik ga even mijn moeder bellen!” roept de meest gekwelde. Hij komt terug uit de telefooncel, glans van triomf op zijn gezicht. “Erwin Kroll!” Iedereen is opgelucht maar wordt toch ook een beetje gehinderd door zelfverwijt en twijfel. Je leest zoveel tegenwoordig over het verval van het geheugen. Van het weer komt het gesprek op het geheugen. Conclusie: de echte issues van vandaag zijn het weer en de sterkte van het geheugen.

Ik kom nog even terug op het Nationaal Monument. Moet het, zoals J.L. Heldring heeft geopperd, worden verplaatst naar het Museumplein? Er zit iets in. De Dam is wel het nationale plein maar het heeft iets ingeklemds. Het Damrak had een allee kunnen zijn, zou het nog kunnen worden maar dan moet al het gepruts aan de westelijke kant worden opgeruimd. Er staan voorbeelden van kloeke architectuur die nu ondergaan in de aaneenschakeling van koek en zopie die de toeristenindustrie er heeft veroorzaakt. Door zo'n hervorming zou ook de Beurs (handhaaft zich steeds beter) de overkant krijgen die het gebouw verdient. Maar ik kan er wel donder op zeggen dat er niets van komt.

En weet J.L. Heldring wat er op het Museumplein gaande is? Mocht dat zo zijn, dan is hij de enige. Omwonenden krijgen regelmatig post van de Deelraad Zuid waarin sprake is van boomverplantingen, en van actiegroepen die een referendum willen om zich tegen de boomverplantingen uit te spreken. Intussen wordt voor het Concertgebouw een diepe sleuf gegraven. Om een reden die ik hieronder zal verklaren doet dit graafwerk me telkens denken aan de bange maanden voorafgaande aan de tiende mei 1940. Aan de achterkant van het Rijksmuseum is een reeks hoge, vierkante gele poorten aangebracht en er staat een vrachtauto op een stellage. Mijn vertrouwde makker en ik zagen het uit de verte. “Ook voorbereidingen tot een diep graafwerk,” veronderstelde ik. “Het lijkt me eerder kunst,” zei hij, en hij had gelijk.

Dus: het Nationaal Monument op het Museumplein? Op zichzelf is het geen slecht idee, al rijst dan meteen de vraag: Waar? Precies middenop de 'snelweg' tussen het Museum en het Concertgebouw. Dan zijn we meteen van het gezeur over de 'snelweg' af. Er is ruimte voor de grootste plechtigheden, en misschien zou het ook kunnen voorkomen dat daar weer allerlei daverende kermissen worden ingericht. Bovendien zou dit niet het eerste monument zijn dat verhuisde. In Rotterdam is het Caland Monument met vijver en al naar het Westplein gebracht toen bleek dat het op de Coolsingel in de weg stond. Het Museumplein is bovendien niet minder dan de Dam doordrenkt van vaderlandse geschiedenis. Amsterdam kies! Eén plein voor de kermis en één plein voor het vaderland. Zo moest eens een ezel kiezen tussen hooi en water.

Het graafwerk voor het Concertgebouw deed me denken aan de eerste maanden van 1940 omdat ik toevallig een reeks Polygoon bioscoopjournaals uit die tijd heb gezien. Adembenemend. Er werden schuilkelders gegraven, gasmaskers geknutseld, huzaren galoppeerden met de blanke sabel tegen de vijand die we vanwege de neutraliteit nog niet bij zijn naam mochten noemen. In die strenge winter werd de Waterlinie iedere vroege ochtend weer opengezaagd. Ik zag een ander land. Zoals iedereen wie het vaderland ter harte gaat, heb ik ook weleens mijn ideeën over het nationale plechtigheidswezen. De tiende mei gaat over het algemeen ongemerkt voorbij. Toch is dit de datum in 1940 waarop Nederland met bruut geweld in de rauwe werkelijkheid van de wereld is gegooid. We zouden, dacht ik dan, van deze tiende op z'n minst een soort subgedenkdag moeten maken.

Maar ik weet wel beter: een non-issue.