De levensloop van God

JACK MILES:

God. A Biography

446 blz., Alfred A. Knopf 1995, ƒ 53,20

Op het eerste gezicht lijkt het een vrij dwaze onderneming een biografie van God te schrijven. In een biografie behandel je immers naast iemands levensloop, ook zijn afkomst en zijn sterfbed. In geval van God kun je, zo lijkt het, noch over zijn afkomst, noch over zijn sterfbed iets zinnigs meedelen. Wie waren Gods ouders? Hoe is Hij aan zijn eind gekomen? Twee vragen waarop de biograaf moeilijk antwoord zal kunnen geven.

De schrijver Jack Miles heeft, al zegt hij wel degelijk veel zinnigs over Gods afkomst en levenseinde, ook niet zozeer geprobeerd om een biografie van God te schrijven. Veeleer heeft hij God neergezet als een literaire figuur, als de onbetwiste hoofdpersoon uit een omvangrijke roman. Hij heeft God van alle kanten bekeken zoals je Hamlet zou kunnen bekijken. De omvangrijke roman waaruit Miles zijn ingrediënten gehaald heeft voor het indringende portret van God is het Oude Testament. Niet evenwel het Oude Testament in de vorm zoals wij dat kennen en koesteren, maar het Oude Testament in zijn oorspronkelijke Joodse vorm: de Tanach.

Het verschil tussen het Christelijke Oude Testament en de Joodse bijbel, die Miles consequent de Tanakh noemt, lijkt marginaal. Het betreft slechts de volgorde van de 39 bijbelboeken waaruit het Oude Testament bestaat. In Het Christelijke Oude Testament en de Tanach is de volgorde van de bijbelboeken niet verschillend tot en met 2 Koningen. Daarna volgen in onze bijbel eerst de boeken der Kronieken, dan Ezra, Nehemia, Esther, Job, Psalmen, Spreuken, Prediker, Hooglied, en tenslotte de profeten. In de Tanach volgen na de boeken der Koningen eerst de profeten van Jesaja tot Maleachi, en daarna pas de Psalmen, Spreuken, Job, Hooglied, Ruth, Klaagliederen, Prediker, Esther, Daniël, Ezra, Nehemia, en de twee boeken der Kronieken.

Keer op keer benadrukt Miles hoe belangrijk het verschil is van de volgorde der bijbelboeken en hoeveel logischer de Tanach is opgebouwd. De Tanach eindigt met de boeken der Kronieken waarin slechts gerecapituleerd wordt wat al in de boeken der Koningen staat, maar daarvoor bevindt zich het echte einde van de biografie van God: het boek Daniël waarin God, bijvoorbeeld in Daniël 7 vers 9, als volgt wordt getypeerd: “Terwijl ik bleef toekijken, werden tronen opgesteld, en een Oude van dagen zette Zich neder”. In het bijbelboek Daniël, kortom, blijkt God hoogbejaard te zijn. En in het bijbelboek Esther wordt hij zelfs helemaal niet meer genoemd. Daarin is hij al dood.

Onstuimig

In zijn biografie schetst Miles nu het beeld van God zoals zich dat van zijn afkomst en jeugd af in Genesis ontvouwt tot aan zijn ouderdom in Daniël en zijn einde in Esther. Gods afkomst schetst Miles aldus: “De God die het oude Israël aanbad ontstond als een fusie van een aantal goden die een nomadisch volk tijdens zijn zwerftochten tegenkwam”. Hij verwijst vervolgens naar de indrukwekkende boeken van William Albright: Yahweh and the Gods of Canaan, Frank Cross: Canaanite Myth and Hebrew Epic en Mark Smith: The Early History of God.

In zijn jeugd is God blijkens het bijbelboek Genesis een wat onstuimige, onbezonnen figuur, of zoals Miles zegt: een man met een onbedachtzaam zelfvertrouwen, met opdringerige tot agressieve gewoontes (“a man of unreflective self-confidence, intrusive-to-aggressive habits”), die opmerkelijk snel spijt heeft van zijn daden en die geobsedeerd wordt door de voortplanting. In zijn omgang met mensen leert Hij echter door schade en schande manieren, en wordt Hij wat hanteerbaarder. Is God in Genesis nog geheel vervuld van zijn aan mensen toegedacht talrijk nageslacht, vanaf het bijbelboek Exodus ontpopt Hij zich als een krijger (warrior). “Als wij”, zegt Miles, “gedwongen werden beknopt te zeggen wie God is en waar de bijbel over gaat, dan zou het antwoord zijn: God is een krijger, en de bijbel gaat over overwinnen”. God de krijger, blijkens het boek Leviticus “obsessed with the physical manifestations of reproductive fertility: nocturnal emission, menstruation, and the variety of permitted and forbidden sexual couplings” zoals Miles opmerkt, krijgt eerst wat vriendelijker trekken in Deuteronomium. Pas in 2 Samuel 7 refereert God voor het eerst aan zichzelf als een vader, terwijl Hij zichzelf pas in Jesaja 6 voor het eerst presenteert als Koning. In het boek Job treedt Hij voor de laatste maal, omhuld door een onweersbui, sprekend op. Daarna wordt alleen nog over Hem gesproken, is Hij niet meer handelend en sprekend zelf op het toneel aanwezig.

Er zijn nog tal van andere trekken van God die wij als vanzelfsprekend aan Hem toedichten, maar die pas heel laat in de Tanach opduiken. “De notie dat God ondoorgrondelijk is en een verheven mysterie en niet te begrijpen door gewone mensen, hoewel een maatstaf voor het algemeen aanvaarde, populaire begrip van God, is volledig afwezig in de bijbelse presentatie van Hem voor het boek Jesaja”, merkt Miles op.

Slager

Deze biografie van God van de voormalige jezuïet Jack Miles is een fascinerend, magistraal, meesterlijk, diepzinnig, groots boek. Miles heeft het boek, zoals hij in zijn voorwoord zegt, “zeker niet geschreven tegen de Here God als voorwerp van religieus geloof”. Ofschoon Miles niet schroomt om te zeggen waar het op staat (hij noemt God 'een slager', zegt naar aanleiding van Job “hij heeft vanwege een gril een rechtvaardig mens onderworpen aan foltering” en merkt in zijn voorwoord al op: “Veel van wat de bijbel zegt over God is zelden onderwerp van prediking omdat het, te precies geanalyseerd, een schandaal blijkt”) is het toch bepaald een eerbiedig boek, al blijkt dat misschien niet uit mijn lichtelijk partijdige samenvatting.

De grote kracht ervan ligt in de wijze waarop Miles beschrijft hoe het beeld van God zich in de bijbel ontvouwt, ontplooit, hoe God in de omgang met mensen in het algemeen, en met zijn uitverkoren volk in het bijzonder, langzaam completer, vollediger, humaner, liefdevoller wordt, beschaving leert. Dat klinkt wellicht enigszins blasfemisch, maar Miles heeft dat zeker niet zo bedoeld, Miles heeft willen laten zien dat je als je het Oude Testament rustig van begin tot eind leest, leert zien dat het beeld van God, zoals wij dat zelfs als we ongelovig zijn geworden, nog altijd koesteren, allerminst overeenstemt met het beeld van de wordende, zich ontplooiende God dat de Tanach schetst. God 'leert' van zijn fouten, God wordt wijzer, God handelt impulsief en onbezonnen en heeft berouw - het is allemaal in het Oude Testament te vinden, zij het ondergesneeuwd door dat beeld van God als een alwijze, almachtige, onaantastbare, ondoorgrondelijke Vader in de Hemel.

Het diepzinnigste gedeelte uit deze biografie van God is misschien wel het lange hoofdstuk over het boek Job. Dat hoofdstuk herinnert enigszins aan de wijze waarop Meir Shalev in zijn onlangs in het Nederlands vertaalde boek Tanach achsjav (De bijbel nu) het bijbelboek Job behandelde. Beide auteurs komen ook onafhankelijk van elkaar tot dezelfde conclusie, door Miles aldus verwoord: “Daar de overwinning behaald is door God op zijn slechtst, met God namelijk als het speelkameraadje van de duivel, verkeert die overwinning paradoxaal in een nederlaag voor God”. Shalev verwoordt die conclusie als volgt: “God kan ons niet afschepen met de smoesjes die hij Job vanuit het onweer verkoopt. Ook wij hebben recht op een uitleg en het spijt ons hier ondubbelzinnig te moeten vaststellen dat we die niet hebben gekregen.'

Leg je het verrukkelijke boek van Shalev naast dit magistrale boek van Miles dan stel je vast dat, naast verbluffende overeenkomsten, Miles veelomvattender, diepzinniger, grootser is, maar ook dat Shalev iets heeft wat Miles helaas mist: nuchtere humor. Niettemin heb ik dit boek van Miles ademloos gelezen. Het is haast ongelofelijk dat iemand, over een boek waarmee je zo vertrouwd bent, zo verrassend veel nieuwe gezichtspunten weet aan te dragen. Het enige wat eraan schort is dat Miles in een begrijpelijke zucht naar volledigheid ook Hooglied, Spreuken, Prediker en Ruth behandelt. Dat zijn bijbelboeken die, vanwege het feit dat God er amper in voorkomt, nauwelijks materiaal leveren voor deze biografie van God.