De coach heeft wat met zijn kerels

Henk Gemser, met onderbrekingen 23 jaar schaatstrainer, keerde vorig najaar terug bij de KNSB, nu als coach van de mannenkernploeg allround. De 'kerels' van de 55-jarige Fries staan dit weekeinde in Hamar op het ijs, bij de eerste WK afstanden. Gemser over de gevallen Falko Zandstra, de toekomst van het schaatsen en zijn mooiste dagen.

Natuurlijk, “de jongens” gaan weer voor de eerste plaats. Maar Henk Gemser maakte aan de vooravond van het laatste toernooi van het schaatsseizoen 1995-'96 duidelijk ze niet “super” zijn. Kwestie van vorm, zegt hij in Hamar. Aan de instelling van Gianni Romme, Jeroen Straathof, Martin Hersman en Ids Postma ligt het zeker niet. “Die staat niet ter discussie. Het zijn echte moordenaars.” Een dag nadat Gemser deze woorden heeft gesproken werd Ids Postma wereldkampioen op de 5000 meter en won Gianni Romme op die afstand brons.

Falko Zandstra, wereldkampioen in 1993, slaagde er in een desastreus seizoen niet in zich te plaatsen voor de WK afstanden. Zoals hij ook te langzaam reed om op de EK in zijn woonplaats Heerenveen en de WK allround in Inzell aan de start te kunnen verschijnen. Twee weken geleden liet Zandstra tijdens de wereldbekerwedstrijden in Calgary de laatste kans liggen op een startbewijs voor Hamar. Exit Zandstra.

Kan de 24-jarige schaatser volgend seizoen de mentale veerkracht opbrengen zich door het dal omhoog te worstelen? Gemser, die in termen van “morele herbewapening” spreekt, aarzelt. “Daar ken ik hem niet goed genoeg voor”, zegt hij voorzichtig. “Hij heeft mij niet gedemonstreerd dat hij daar gemakkelijk mee kan omgaan. Hij heeft het er erg moeilijk mee. Want het ging hem in het verleden altijd zo makkelijk af.” Ten opzichte van Zandstra hebben de overige leden van de kernploeg zich behoorlijk gedragen. “Ze hebben geen misbruik van de situatie gemaakt, niet gniffelend geconstateerd dat er een concurrent minder was.”

In de zaak-Zandstra maakt Gemser zich geen verwijten. “Ik heb er alles gedaan. Of ik in staat ben met mijn werkwijze Falko in deze fase zoveel te helpen als hij als sporter behoeft, daar heb ik mijn vraagtekens bij. We zijn on speaking terms, maar ik kom naar Falko toe mijn beperkingen wel tegen.”

Tijdens de wereldbekerwedstrijden in het laatste weekeinde van januari, in het Italiaanse Baselga di Pinè, was het voor Gemser duidelijk dat het dit seizoen niets meer zou worden met Zandstra. “Toen dacht ik, het is voorbij. Ik heb hem erbij gehouden, niet alleen voor hemzelf, maar ook voor de andere jongens. Die moeten ervaren dat niet iedereen zomaar wordt afgeserveerd als er tegenslag is. Die ruimte moet je geven. Anderzijds hebben wij amper ruimte om zo'n terugval van Falko op te vangen en hem met alle zorg een garantie te geven voor een lange-termijnbegeleiding. Dat is smijten met talent.”

Zandstra krijgt van de KNSB tot en met het olympische jaar 1998 een jaarsalaris van 40.000 gulden. Geen vetpot, wel een verschil met de 18.000 gulden die de overige kernploegleden toucheren. Hoewel het in beide gevallen om “onbehoorlijke bedragen” gaat, zegt Gemser, moeten die verschillen straks worden weggewerkt. “Want wie is Falko meer dan Ids, Martin of Gianni?” Namens “de jongens” zal de bondscoach daarover besprekingen met de bond voeren. “Als je ze in de winkel wil houden, kost dat een normaal salaris.”

Gemser heeft collega's, de schaatsbond en enkele nieuw gekozen bestuursleden onlangs verblijd met een notitie over de toekomst van de schaatssport in Nederland. Topsportbeleid, hoe het anders zou moeten. “Een ongevraagd advies, met een constructieve ondertoon.” Gemser merkte hoe hij ongewild het allround-schaatsen hoger aansloeg dan de afstanden, de discipline die juist in het buitenland meer aanzien geniet en waarmee op de Olympische Spelen in Japan medailles te verdienen zijn. In Nederland moet meer het accent komen te liggen op de afstanden, ook financieel, bepleit Gemser. Een wereldkampioen allround moet door de bond beloond worden met 200.000 gulden en een wereldkampioen op een van de afstanden met 150.000, schreef hij in de eerste versie van zijn notitie. “Dan denk ik: Henk, dat is onnozel. Daar heb ik me in moeten corrigeren. Je moet ze op hetzelfde niveau waarderen.”

Bij het nieuw gekozen KNSB-bestuur, dat eind deze maand aantreedt, hoopt Gemser een gewillig oor voor zijn plannen te vinden. Zo moeten de kernploegen weer instituten voor de echte toppers worden. Bij de sprinters is daar volgens Gemser alleen plaats voor Gerard van Velde. “Een kernploeg dient geen leerschool te zijn waar schaatsers nog gevormd moeten worden. Onder die top dient een nationale selectie te worden gecreëerd, en geen B-groep waarover nu wordt gesproken. Dat klinkt hiërarchisch zo degraderend.”

Ook moet de bond keuzes durven maken: bijvoorbeeld door mannen en vrouwen niet op zoveel mogelijk afstanden uit te laten komen. “Het is niet onfatsoenlijk om Van Velde alleen voor twee 500 meters naar Calgary te sturen. Dat geldt ook voor de andere jongens. Maar dan wordt er gezegd dat die reis niet rendeert. Toch zul je het zo moeten doen als we dat brede aanbod aan kwaliteit dat we hebben internationaal in de race willen houden. Zo krijg je specialisten.”

Nee, dan de Japanners. Die hoeven niet op de kleintjes te letten. Zij kwamen in de voorbereiding op het schaatsseizoen enkele maanden met ruim 160 man naar Calgary. Schril contrast met Gerard van Velde, die op hetzelfde snelle ijs trainde en de kosten zelf moest betalen. “De Japanners krijgen veel geld uit individuele sponsoring. Noem het maar fabrieksploegen. Daar weet overigens de ene coach amper hoe de werkwijze van de ander is. Boven die ploegen zit een overkoepelende organisatie, als bindmiddel, die het mogelijk maakt dat de schaatsers de beste faciliteiten krijgen. Naar zo'n systeem, een meer open structuur, moet je in Nederland ook. Zoals nu Wopke de Vegt op de baan staat als Rintje schaatst, kan ik me voorstellen dat ik wel tien collega's tegenkom die om beurten tevoorschijn komen als hun pupil aan de startstreep verschijnt. Daar is niks mis mee.”

Gemsers contract met de KNSB loopt in mei af. Hij wil graag door met de kernploeg. Toch gaf hij te kennen dat Gerard Kemkers, nu schaatscoach in de VS, een geschikte opvolger zou zijn. “Ik beschouw de kernploeg immers niet als mijn eigendom.” De beslissing, zo zegt hij, is aan de bond. De (nieuwe) bestuurders weten wat er moet veranderen voor ze hem een nieuw contract voorleggen. Gemser heeft niet alleen eisen op het sportieve vlak, hij wil ook zijn rechtspositie aanzienlijk verbeterd zien. Een eventueel vertrek zal hem pijn doen. “Ik zal het emotioneel wel even moeilijk hebben, want ik heb wat met deze kerels. Aan de ene kant is dat heel rijk, aan de andere kant is dat ook een beetje mijn achilleshiel. Ik ben me ook zeer bewust dat ik een aantal jaren ouder ben, van een heel andere generatie zelfs. Maar de waardering en de sympathie die er over en weer is, is van een soort dat je zegt: 'dit zou een vervolg kunnen krijgen'. En als dat niet zo is, zet ik die knop weer op nul.”

Coachen vindt buiten de baan plaats, zegt Gemser. “Op het moment dat we op die baan verschijnen, is de communicatie meer non-verbaal dan verbaal. Ze weten wat het verhaal is. Uit het andere circuit: de tafelgesprekken, het reisgesprek of gesprekken tijdens de trainingsuren, op de fiets of tijdens krachttrainingen. Ik hoef er niet er niet meer bovenop te zitten, ze weten wat er van hen wordt verwacht. Ik hoef mijn dubbelloopsjachtgeweer niet te gebruiken.” Aan de eettafel wil Gemser nog wel eens een spreekverbod opleggen, “als de discussie niet zo is zoals ik vind dat die aan tafel behoort. Dan zeg ik 'stop' en dan leg ik deze of gene een spreekverbod op van anderhalve minuut, waar onmiddellijk gehoor aan wordt gegegeven.”

Het “kwajongensachtige” kan Gemser in zijn pupillen waarderen. “Dat moet je niet bij die kerels weghalen. Wat wil je met vijf van die jonge honden die de hele winter, zes maanden lang, met elkaar op pad gaan. Die kun je niet altijd in de stopfles houden. Maar soms kunnen ze ook ongemanierd zijn. Dan vliegen er bijvoorbeeld hier in het hotel tijdens het avondeten plotseling ijsklontjes over tafel. Het is ook gebeurd dat mijn buurman aan tafel in een driesterrenhotel een volledige karaf water over zijn kop heeft gekregen. Dat past natuurlijk niet. Aan de andere kant, je moet niet alles zien en alles weten.”

Dit seizoen is het nog niet echt uit de hand gelopen. Schadevergoedingen hoefde hij in accommodaties waar hij met zijn ploeg verbleef dit jaar niet te betalen. “En als er iets officieels is, staan ze met de pink op de naad van de broek en spreken ze met twee woorden.” Wat die ijsblokjes betreft, steekt Gemser ook de hand in eigen boezem: “Het gebeurt ook wel eens dat ik de aanstichter ben van onbehoorlijk gedrag. Soms schiet ik dat ijsblokje als eerste weg. Ik moet dat niet te vaak doen.”

Het is geen geheim dat Gemser beter met mannelijke schaatsers overweg kan dan met vrouwen. “Ik ben soms vrij kort in mijn uitspraken wanneer het gaat om het werk en ik doe geen moeite om aardig te zijn. Daarvoor ben ik niet ingehuurd. Maar dat zijn zaken die bij vrouwen... Vrouwen zijn veel sfeer- en stemminggevoeliger dan heren. De mannen zijn veel meer kerngericht en hebben veel sneller oog voor de wezenlijke zaken binnen het werk.”

“Voor schaatsen moet je alles opzij zetten.” Daar ontbrak het in zijn periode als coach van vrouwenkernploegen nogal eens aan. Sommigen zagen het schaatsen meer als een leuk tijdverdrijf dan een beroep. “Eentje zei dat ze het in haar vrije tijd deed en andere dingen belangrijker vond. Dan is het gesprek met mij geëindigd. Voor het schaatsen moet je alles op het tweede plan zetten, ook je privé-leven. Bij mij is daar geen discussie over. Ook thuis niet.”

Desondanks kende Gemser tevens “schitterende ervaringen met een aantal grieten”, vooral in het begin van zijn loopbaan als begeleider van Jong Oranje-vrouwen. Tot en met de begeleiding van zijn provinciegenote Klasina Seinstra, die dit jaar Nederlands marathonkampioene werd.

Vraag Henk Gemser naar het mooiste schaatsmoment van het afgelopen seizoen en hij komt aanzetten met een rit van Europees en wereldkampioen Rintje Ritsma, de privé-rijder uit het Sanex-kamp. Diens rit op de vijf kilometer tegen Gianni Romme, eind februari in Milwaukee, wekte bij de bondscoach een mateloze bewondering. “Niet zozeer vanwege de techniek van Rintje, maar door de wijze waarop hij Gianni, die veel te gretig wegging, genadeloos in de hoek zette. Met veel meer respect dan op het EK en WK heb ik Rintje daarna een hand gegeven en gecomplimenteerd. Dat vond ik competitief gezien van een enorm emotioneel gehalte.”

Tijdens de wereldbekerwedstrijden in Calgary, twee weken geleden, beleefde Gemser het summum van schaatsplezier. Daar lieten de Japanse sprinters het ene na het andere wereldrecord sneuvelen, alsof het kinderspel was: Hiroyasu Shimizu reed op de 500 meter 35,39 sec., Manabu Horii noteerde op de 1.000 meter 1.11,67 en met 1.50,61 veroverde Hiroyuki Noake het wereldrecord op de 1.500 meter. Gemser: “De 13.30,55 die Koss hier in 1994 op de Olympische Spelen op de tien reed was ook heel mooi, maar dat was slechts één rit. In Calgary was het een hele reeks. Dat was uniek. Bovendien reden Postma, Hersman en Straathof een reeks persoonlijke records. Zulke mooie dagen had ik in mijn leven niet meegemaakt.”

Zelf kwam Gemser als schaatser nooit verder dan jongenskampioen van Friesland, als zestienjarige. “Op 19 november 1956”, memoreert hij trots. Ook dat was een mooie dag.