Danser Taras (76) houdt het werk van Balanchine intact

Symphony in C bij Het Nationale Ballet, Het Muziektheater Amsterdam. Van 19/3 t/m 7/4.

De 76-jarige balletmeester schuifelt de repetitieruimte behoedzaam binnen. De fysiek van John Taras is bedriegelijk: zelfs de doorgewinterde solisten houden het tempo dat hij tijdens de urenlange repetitie van hen zal eisen, nauwelijks vol. Maar John Taras wil het sneller, sneller. 'You better get used to it', zegt hij laconiek tegen de nahijgende dansers.

Gedurende enkele weken is Balanchine-specialist John Taras in Nederland om bij Het Nationale Ballet diens Symphony in C in te studeren. Ondanks zijn hoge leeftijd reist John Taras nog steeds de wereld over om bij dansgezelschappen het monumentale repertoire van de in 1983 overleden Russisch-Amerikaanse choreograaf George Balanchine in te studeren. Taras werd geboren in New York in een Oekraïns gezin en kreeg zijn dansopleiding van Michel Fokine. Meer dan veertig jaar werkte hij nauw samen met Balanchine als diens assistent en balletmeester. In 1959 trad Taras in dienst van het New York City Ballet en maakte er de bloei van het gezelschap mee.

“Balanchine was fantastisch om mee te werken”, zegt Taras na de repetitie. Alle belangrijke choreografen van Russische origine maakte hij van dichtbij mee. “Nijinsky, Michel Fokine en Leonide Massine, allen staan in zijn schaduw.” Tijdens repetities fungeerde Taras als geheugensteun voor Balanchine. “Mr. B was verbaal niet erg sterk, de dansers begrepen vaak niet precies wat hij bedoelde. Hij wist van sommige passen de Franse benamingen niet of was ze vergeten, dat interesseerde hem niet.

Wat hem werkelijk interesseerde was muziek. “Zijn muzikaliteit was fabelachtig. Zijn bewegingen zijn helemaal op de muziek gemaakt en passen altijd naadloos. Als dansers fouten maken zie je dat onmiddellijk, maar als het goed gaat treedt de magie in werking en ontstaat er een prachtige harmonie.” Gedurende bijna een halve eeuw bestond er een zeer vruchtbare samenwerking tussen de choreograaf en Igor Stravinsky, die de muziek componeerde voor bijna al zijn balletten.

Symphonie in C ging in 1948 in Amerika in première; John Taras was een van de dansers. Is het mogelijk om een ballet gedurende 50 jaar intact te houden, zonder dat er iets veranderd? “Zelf vond Balanchine het niet het belangrijkste dat zijn werk onveranderd bleef. Hij hield van persoonlijkheid. Als het zo uitkwam paste hij zijn werk aan de dansers aan, maar ook aan een pijnlijke rug of een gekneusde voet. Als hij er op werd gewezen dat de benen van het corps de ballet niet allemaal gelijk de lucht ingingen, zei hij 'Nou en? Bloemen groeien ook niet allemaal in dezelfde richting'.”

Voor balletgezelschappen is het van groot belang om te kunnen werken met ervaren balletmeesters. Aantekeningen in dansnotenschrift en video-registraties geven een ballet in grove lijnen weer maar laten de fijne mazen in het net oningevuld. Daarvoor is de balletmeester, die kan putten uit een ruime ervaring, onontbeerlijk. Van ouder werk van Balanchine ontbreekt vaak elke registratie. De choreograaf liet zijn balletten niet graag noteren: iets wat vaststaat, roest snel, was zijn overtuiging.

Het werk van Mr. B., de grootmeester van de klare lijn, is in Nederland altijd goed ontvangen. Zijn heldere, abstracte en sober aangeklede balletten sluiten aan bij een Nederlandse traditie; de vergelijking met Mondriaan en Rietveld is al vaak gemaakt. Het Nationale Ballet geldt als de belangrijkste erfgenaam van Balanchines oeuvre en heeft alle belangrijke werken op het repertoire. De manier waarop zijn erfgoed hier beheerd wordt staat in de danswereld goed aangeschreven. “Ik heb alle vertrouwen in Het Nationale Ballet”, zegt Taras, die al in de jaren vijftig kennismaakte met het gezelschap, “maar de groep die het beter doet dan alle andere bestaat niet, net zoals dé Balanchine-stijl niet bestaat. Er leiden meer wegen naar Rome. De dansers in Sint Petersburg, waar ik net vandaan kom, deden het precies zoals Balanchine het gewild zou hebben,” zegt Taras. “Het New York City Ballet, toch de bakermat van Balanchine's werk, doet het lang niet zo goed.”

Nadat hij zich in Amerika had gevestigd ontwikkelde Balanchine een eigen stijl, gebaseerd op het klassieke ballet, zoals hij dat voor de revolutie als jongen had geleerd. Het abstracte muziekballet, dat de twintigste-eeuwse balletpodia domineerde, is zijn uitvinding. “Hij was een van de zeer weinigen die kon putten uit het rijke bewegingsarsenaal van de elegante Russische school,” vertelt Taras. Invloeden daarvan zijn volgens hem duidelijk aan te wijzen. “Balanchine hield van vrouwen: 'Ballet is woman'. In zijn werk ligt het accent onveranderijk op de rol van de ballerina. In wezen was hij een romanticus, en daarmee toont hij zich een rechtstreekse afstammeling van zijn Petersburgse leermeester, Marius Petipa. Ook aan het belang dat hij hechtte aan contact met de vloer herken je zijn Russische achtergrond. In tegenstelling tot in het klassieke academische ballet is het accent van een beweging bij Balanchine altijd laag, dat is een wezenlijk verschil.” John Taras is het reizende leven nog lang niet moe. “Het is me altijd prima bevallen, ik hou van vliegtuigen en treinen. Dat zal m'n kozakken-afkomst wel zijn. Wat ik hierna ga doen? Naar huis,” zegt hij zuchtend, “m'n belastingformulieren invullen.”