Cleanhead Phil zingt de blues over wat hij ziet

Vanmiddag en vanavond speelt zich in de Amsterdamse Meervaart het 14e Amsterdam Blues Festival af. Op het programma: Phil Cleanhead, een Amerikaanse 'bluesshouter' die in Amsterdam woont.

14e Amsterdam Blues Festival in De Meervaart, Osdorpplein, Amsterdam. Aanvang 14 en 20.30u. Inl. en res.: 020-6107393.

AMSTERDAM, 16 MAART. Café Belgique in de hoofdstedelijke Gravenstraat, vlak achter De Nieuwe Kerk, is een van de zeldzame bluescafés van de stad. Het café schenkt alle denkbare Belgische bieren; uit de luidsprekers schalt de blues. Dit is de tweede woning van de zanger Phillip Karl Speat (Los Angeles, 1961) die zich op het podium de naam Cleanhead Phil aanmeet. De Britse pianist James Cornwall Goodwin begeleidt hem; zij maken 'Oldstyle Blues in a Modern World'.

“Blues zingen maakt me gelukkig,' zegt Cleanhead Phil, en zo'n uitspraak wekt verbazing. Ik zag hem eerder zingen, in café Quinto in de Amsterdamse wijk De Pijp. Een grote man met de hartslag van de blues in zijn lijf, hoedje op. Een van zijn grote favorieten is Big Joe Turner. Gaat de blues dan niet altijd over verdriet, afscheid, en is de blues geen klacht? “Nee,” antwoordt Cleanhead ten stelligste, “blues is een pure muziekvorm, de puurste die er is. Ik wil luisteraars bereiken met mijn stem, ik wil ze ontroeren, diep raken in hun hart. Ik doe wat ik wil; mijn pianist speelt zoals hij wil en deze twee emoties tezamen vormen voor ons de essentie van de blues. Toen mijn moeder erg ziek was en op sterven lag, en terwijl ik niet terug kon naar de Verenigde Staten, zong ik de mooiste blues, straight from my heart. Het zijn universele gevoelens, die de blues vertolkt.

“Natuurlijk, iedereen zegt elkaar na dat Billie Holiday een verschrikkelijk leven leidde, ze was verslaafd, ze prostitueerde, maar wie weet van haar werkelijke gevoelens? Niemand toch? Misschien had ze wel pijn omdat ze niet mocht doen wat ze wilde: zingen. Haar eigen stem volgen. Ik kan niet anders dan te zingen zoals ik ben, het blueslied is een deel van mij. Blues staat heel dicht bij mensen. Het enige probleem dat ik tijdens optredens ondervind, is wanneer mensen mij cover-versies vragen. Ik ken geen nummers uit mijn hoofd, wil dat ook niet. Ik kan mezelf niet herhalen. Ik zing over wat ik zie.

“Zo kwam ik eens een keer op en zag tussen het publiek een klein meisje, dat er ziek uitzag. Ik kende haar helemaal niet. Mijn pianist begint te spelen, ik zing voor dat meisje The Hospital Blues. Ik zing al improviserend. Hier in Nederland is er een goed klimaat om op te treden. Ik ga liever niet naar commerciële clubs, geef mij maar een bruin café met een piano in de hoek, mensen die openstaan voor het onverwachte, het verrassende, en ik zing. Nederland is net als Amerika een door de agenda gedicteerde samenleving. Dat moet voor iedereen die maar rent en rent een straf zijn. Misschien dat de blues hier daarom zo aanspreekt, want het is muziek die bevrijdt. Wanneer wij elke vrijdagmiddag in Café Quinto spelen, dan zie je hoe iedereen langzaam maar zeker de week van zich afschudt. Er ontstaat ongebondenheid. Soms ontluikt er zelfs liefde tussen twee mensen, ja, onder mijn ogen - en ik zing voor dat stelletje daar vlak voor me.”

Zowel pianist James Cornwall als zanger Cleanhead luisteren aandachtig naar de muziek in het café. Voor hen is overal muziek. De pianist: “Ik hoor overal ritme.” Zijn vingers trommelen op de tafelrand. De zanger: “Over alles kan ik een lied maken, op straat ligt de muziek, ik schrijf alles zelf. Het is toch ongelooflijk dat Elvis Presley zo beroemd is geworden, en he never wrote a song!” Hij moet er hartelijk om lachen. “Als ik niet zing, ben ik niet sociaal, maar als ik zing, dan gaat mijn hart open. Er kwam eens een hond het podium oplopen en ik dacht: 'Er schuilt een lied in deze hond.' Ik heb toen de Dog Blues gezongen. Vind je het ook niet opmerkelijk dat de enige twee serieuze bijdragen van de Amerikanen de blues en de jazz zijn, kunstvormen voor de zwarten? Een blank iemand kan geen blues zingen, vraag me niet waarom, hij kan het eenvoudigweg niet. De muziek is ogenschijnlijk zo simpel, dat het elke intellectuele analyse tart. Er is niets anders dan die twaalf noten, the twelf blues bars. Daarmee kan ik mijn hele leven toe.”