Amsterdam betaalt niet aan verhuizing Verzetsmuseum

AMSTERDAM, 16 MAART. Het Verzetsmuseum in Amsterdam krijgt van de gemeente geen eenmalige bijdrage van 2,4 miljoen gulden.

Het museum had om een bijdrage gevraagd omdat het wil verhuizen naar het grotere Planciusgebouw. Het college van B en W volgt met dit besluit het advies van de Amsterdamse Kunstraad. Volgens de raad biedt een zelfstandig voortbestaan van het museum weinig perspectief. Samenwerking met andere musea ligt meer in de rede, aldus het advies. Hij vindt bovendien de collectie van het museum beperkt en de professionaliteit te kort schieten.

B en W baseren zich ook op een notitie van het Grondbedrijf waarin de koop van het Planciusgebouw wordt afgeraden omdat “de koopsom te hoog is in samenhang met de bestemming en bouwkundige staat.” Het museum, dat in 1985 werd opgericht, is nu gehuisvest in een voormalige synagoge in de Amsterdamse Rivierenbuurt.

Om een grotere bezoekersstroom mogelijk te maken wil het museum verhuizen naar het Planciusgebouw, vlakbij Artis. Minister Borst (VWS) had voor de verhuizing al 2,4 miljoen in het vooruitzicht gesteld. In het museum, dat jaarlijks twintigduizend bezoekers trekt, is een scala aan voorwerpen uitgestald die betrekking hebben op het verzet in Nederland gedurende de Tweede Wereldoorlog. In 1995 kreeg het museum 168.000 gulden subsidie van de gemeente Amsterdam.

De directeur van het museum, B. Brommer, zei geschokt te zijn over het besluit van B en W. Begin volgende week komt het bestuur bijeen om zich te beraden.