Waar zijn de engelen als je ze nodig hebt; Tori Amos, een venijnige einzelgänger

Iedere goede singer-songwriter voelt zich een tweeëenheid met zijn instrument, maar bij Tori Amos neemt de verknochtheid siamese vormen aan: haar twee vleugels zijn haar hartsvriendinnen. Een van haar mooiste songs illustreert het oude Griekse idee dat de ware schoonheid afschrikwekkend is.

Tori Amos treedt vanavond op in het Congresgebouw in Den Haag en morgenmiddag en -avond in het RAICongrescentrum in Amsterdam. De concerten zijn uitverkocht. Boys For Pele, Under The Pink en Little Earthquakes worden uitgebracht door Warner Music.

Het is makkelijk om lacherig te doen over Tori Amos. Op haar cd's, in videoclips, en vooral in de vele interviews die ze geeft, maakt de roodharige zangeres op zijn zachtst gezegd een vreemde indruk. 'Ik weet dat ik klink als de Kleine Zeemeermin op LSD', zei ze ooit en ze doet geen moeite om van dat imago af te komen. Amos beschrijft componeren als een soort spiritistische séance, waarbij niet tafels of stoelen gaan dansen, maar de pianotoetsen. Ze beschouwt haar liedjes als wezens met een eigen wil, en draagt haar platen steevast op aan 'de elfjes'. Ze laat zich fotograferen in surrealistische poses: met een geweer op een schommelstoel, in avondkleding voor een brandende piano, een biggetje zogend. En ze schrijft songteksten die soms volkomen onbegrijpelijk zijn.

Neem haar laatste cd, Boys For Pele. De teksten bij een aantal van de composities lijken nog het meest op brokken ongestileerde gedachten of, om een term te gebruiken die beter bij Amos past, op écriture automatique. De ik-figuur uit de liedjes ziet een parade van bekende figuren aan zich voorbijtrekken, variërend van Mohammed en de Rode Baron tot Pino uit Sesamstraat en 'de beul die Anna Boleyn onthoofdde'. De ontmoetingen en situaties die ze beschrijft ('Hello Mr Zebra/ ran into some confusion with a Mrs Crocodile') zouden niet misstaan hebben in bekende nonsens-popsongs als 'I Am The Walrus' of 'Desolation Row', terwijl sommige van haar openbaringen klinken als het orakel van Delfi. Zoals Amos zelf al aankondigt in 'Father Lucifer': 'Nothing's gonna stop me from floating.'

Het is makkelijk om lacherig te doen over Tori Amos. Maar talent lijdt gelukkig niet onder eigenaardigheid, en ik ken geen moderne singer-songwriter die zoveel talent heeft. Amos speelt piano als geen ander, ze heeft een stem als een engel, en ze schrijft muziek die de luisteraar weerloos maakt, overstelpt met emoties. Haar composities, organisch van structuur en sterk wisselend in lengte, zijn mysterieus als die van Joni Mitchell en Kate Bush, maar puntiger en minder geëxalteerd. En hoewel niemand zal beweren dat Tori Amos invloedrijk of vernieuwend is, verdient ze een ereplaatsje in ieder overzicht van de moderne popmuziek: als een wonderbaarlijke Einzelgänger met een oeuvre van drie ongeëvenaarde cd's.

Alice

Een muzikaal wonder was Tori Amos (Newton, North-Carolina, 1963) vanaf haar vroegste jeugd. Het verhaal wil dat ze piano speelde voordat ze kon praten, zonder dat ze daartoe gedwongen werd door ambitieuze of muzikaal bezeten ouders. In huize Amos heerste niet de muziek maar de religie: haar vader was een dominee in de methodistenkerk, haar grootouders waren lid van de Pinkstergemeente en spraken in tongen - iets wat ze zelf (voor de grap?) wel eens in verband heeft gebracht met haar associatieve teksten. De sfeer thuis was repressief; Tori vluchtte naar eigen zeggen in haar muziek, 'als Alice in Wonderland: de piano was mijn konijnenhol'.

Op haar vijfde jaar wordt Tori, of Ellen zoals ze dan nog heet, naar het vooraanstaande Peabody Conservatory in Baltimore gestuurd. Ze maakt er niet alleen kennis met de muziek van haar klassieke voorbeelden Bartók en Prokofjev, maar ook - via haar veel oudere medeleerlingen - met de songs van Jimi Hendrix en John Lennon. Rock en pop gaan haar spel en composities zó sterk beïnvloeden dat ze op haar elfde gedwongen wordt het conservatorium te verlaten. 'Klassieke muziek wordt veel te steriel behandeld', zou ze later opmerken. 'De componisten stonden in het volle leven; ze waren revolutionairen, maar hun muziek wordt nu gespeeld op feestjes met stinkkaas en dure wijn - door mensen die zichzelf gecastreerd hebben.'

Na haar jaren aan het conservatorium ontwikkelt Amos tijdens optredens in de bars en clubs van haar woonplaats Washington een eigen stijl: pianospel dat binnen een paar seconden kan verschieten van klassiek naar rock en van pop naar geïmproviseerde jazz; zang waarin lieflijkheid wordt afgewisseld met passie en sensualiteit. Het is een stijl waarvan opvallend genoeg niets terug te vinden was op Y Can't Tori Read? (1988), een artistiek en commercieel ondermaatse plaat waarop ze samenwerkte met een rock 'n' rollband, en die ze zelf het liefst als niet gemaakt beschouwt. De ware Tori Amos zou pas later opstaan, op de spaarzaam geïnstrumenteerde en melodisch superieure cd Little Earthquakes (1992), die waardige opvolgers kreeg in Under The Pink (1994) en Boys For Pele (1996).

Mishandeld

Iedere goede singer-songwriter vormt een tweeëenheid met zijn of haar instrument, maar bij Amos neemt de verknochtheid siamese vormen aan. Zij beschouwt haar twee vleugels - één in Amerika, één in Europa - als persoonlijkheden, hartsvriendinnen. De Amerikaanse beschrijft ze als een mishandelde vrouw: 'ze stond in een katholieke kerk in New York en ze sloegen d'r helemaal in mekaar.' De Europese, die haar vanavond en morgen begeleidt tijdens haar concerten in Den Haag en Amsterdam, was 'een vondelingetje zonder karakter' dat door Amos' fanatieke tourschema (meer dan 150 concerten per jaar) inmiddels 'lekker flirterig en openhartig' is geworden. Maar welke van de twee Bösendorfers ze ook gebruikt, Amos geeft de luisteraar altijd de indruk dat ze ermee in een intieme dialoog is verwikkeld - fluisterend of schreeuwend, vrolijk of boos, verliefd of verwijtend.

Is Amos' pianospel alleen al bijzonder, de combinatie met haar heldere sopraan is overweldigend. Alle registers worden aangeboord, alle emoties worden overgebracht, en iedere nuance is duidelijk te horen. Amos' stem leeft; tussen de hoge uithalen en de slaapkamerfluisteringen hoor je haar duidelijk in- en uitademen, snuiven, zuchten, slikken en grinniken. Zelfs haar betekenisloze teksten krijgen zo zeggingskracht, alsof het er, zoals boze tongen beweren, inderdaad niet toe doet wàt een popmuzikant zingt, maar alleen hóe hij dat doet.

Niet dat Amos geen teksten heeft geschreven die een waardig complement zijn van haar dromerige melodieën en haar mooiste zang. Vooral op Little Earthquakes en Under The Pink is ze erin geslaagd om op een pregnante manier haar radicale kijk op de (Amerikaanse) samenleving te verwoorden. Maar zelfs op Boys For Pele, dat zich grotendeels kenmerkt door Lewis Carroll-achtige woordspelletjes en absurdistische humor ('You never gain weight from a doughnut hole', 'I shaved every place that you've been'), staat een song met een memorabele tekst: 'Hey Jupiter', over een vrouw die verlaten is door haar vriend en hem vergeefs probeert op te bellen. 'If my heart's soaking wet/ Boy, your boots can leave a mess', zegt ze, voor ze, als de 'little masochist' die ze is, zichzelf gaat bevredigen met haar ex voor ogen.

IJsmetaforen

Seksualiteit en religie, dat zijn de belangrijkste thema's van Amos wanneer ze zich niet verliest in nonsensverzen. Soms behandelt ze ze afzonderlijk, zoals in het poëtische 'Winter', dat het seksueel ontwaken van een jong meisje verpakt in sneeuw- en ijsmetaforen, of in het snijdende 'God', dat de Schepper confronteert met de onrechtvaardigheid in de wereld en Hem vraagt waarom Hij altijd maakt dat Hij wegkomt wanneer de wind uit de verkeerde hoek waait: 'Tell me you're crazy, maybe then I'll understand.'

Nog effectvoller is het wanneer Amos seks en religie met elkaar verbindt. Volgens Amos is de kerk verantwoordelijk voor het droogleggen van de passie. Religie scheidt het lichamelijke van het geestelijke, koppelt lust los van liefde, en scheept de gelovigen op met frustraties. Amos kan erover meepraten, zij heeft als domineesdochter naar eigen zeggen een leven lang moeten worstelen om zich van deze geestelijke seksuele onderdrukking los te maken. Uiteindelijk heeft ze op Under The Pink op een originele wraak genomen: in een venijnige tekst over een meisje dat tijdens de jaarlijkse Paasviering in het ouderlijk huis hoofdpijn simuleert en naar haar kamer gaat om te masturberen. 'And when they say 'take of this body'/ I think I'll take of mine instead/ Getting off, getting off, while they're all downstairs singing prayers.'

'Icicle' heet deze dubbelzinnige en koeltjes gearrangeerde hymne. De speelse vermenging van seks met kerkelijke termen en symbolen die er zo sterk in werkt, zou je een van de motieven van Amos' werk kunnen noemen. Ze komt terug in het nummer 'Precious Things' (met de sarcastische regel 'so you can make me cum, that doesn't make you Jesus'), en in het van religie doordrenkte 'Crucify', waarin de ik-figuur op zoek is naar een 'heiland tussen de smerige lakens', en zich afvraagt waarom ze zich iedere dag verloochent en kruisigt om haar geliefde te plezieren.

'Waar zijn alle engelen wanneer je ze nodig hebt', zingt Amos in 'Crucify'. Het is een verzuchting die als motto zou kunnen dienen van haar beroemdste song over seks, onderdrukking en verraderlijke religie: 'Me And A Gun', de innerlijke monoloog van een vrouw die wordt verkracht door de lifter die ze heeft meegenomen. Het nummer, dat te vinden is op Little Earthquakes, is autobiografisch. Amos heeft niet alleen laten doorschemeren dat 'Me And A Gun' de meest directe verwerking was van het feit dat ze zelf in haar auto verkracht werd, maar ook dat die verkrachting aan de basis stond van haar gedaanteverwisseling tussen 1988 en 1992, van rock chick tot introspectieve singer-songwriter.

A capella

'Me And A Gun' wordt a capella gezongen, wat het beklemmende effect van de tekst versterkt. Met een stem die af en toe bijna stokt van het ademgeruis zingt Amos hoe de ik-figuur vroeg in de morgen na een lange autorit tot stoppen gedwongen wordt: 'it was me and a gun/ and a man on my back/ and I sang 'holy holy'/ as he buttoned down his pants'. Meteen daarna horen we wat de vrouw denkt terwijl ze verkracht wordt; de raarste dingen, zegt ze zelf, bijvoorbeeld dat ze nog nooit in Barbados is geweest en dat ze dit dus móet overleven; of dat ze nu misschien nooit meer haar lievelingskoekjes uit Carolina zal proeven.

Er schiet de vrouw van alles door het hoofd. Vlak nadat ze in gedachten haar verkrachter heeft duidelijk gemaakt dat ze best een nauwsluitend rood jurkje kan dragen zonder aangerand te willen worden, denkt ze terug aan een een cryptisch visioen dat ze ooit had. Ze hing naast Jezus aan het kruis en Hij zei tegen haar: 'Het is jouw keuze, meisje, onthoud dat. Ik denk niet dat jij na drie dagen op zult staan, dus je kunt maar beter goed kiezen.' Er zit voor de vrouw niets anders op dan de verkrachting te ondergaan en te hopen dat ze het er levend af brengt. Van Jezus hoeft ze verder geen hulp te verwachten.

De melodie is even simpel als mooi, en voor Amos' zang geldt hetzelfde. En toch, of liever juist daarom behoren de vier minuten van 'Me And A Gun' tot de pijnlijkste en ongemakkelijkste uit de popmuziek. Het nummer is een sublieme illustratie van het oude Griekse idee dat de ware schoonheid afschrikwekkend is. Als Tori Amos het vanavond of morgen tijdens haar concerten zingt, dan zal zelfs de schorste keel in de zaal niet durven te kuchen.

UIT: TORI AMOS, 'ME AND A GUN'

it was me and a gun and a man on my back and I sang 'holy holy' as he buttoned down his pants you can laugh, it's kinda funny the things you think at times like these like I haven't seen Barbados so I must get out of this