Waar is Edgar Cairo?

Het thema van de boekenweek, Zuid-Amerika, deed Astrid Roemer met een pijnlijk gevoel van nostalgie zoeken naar de romans van Leo Ferrier, Bea Vianen en Edgar Cairo. 'In de wervelwind van onze politieke geschiedenis probeerden zij vast te leggen wat zij opsnoven aan dramatische veranderingen'. Zij zijn, zoals het 'puur goud' vergaat, niet meer binnen handbereik van iedereen. Rubriek over boeken die ten onrechte in de ramsj zijn gekomen.

Bea Vianen: Het paradijs van Oranje. Uitg. In de Knipscheer. 157 blz. Bij de Slegte verkrijgbaar voor ƒ 9,95. Edgar Cairo: Lelu! Lelu! Het lied der vervreemding. Uitg. In de Knipscheer. 875 blz. Voor ƒ 18,90 bij de Slegte.

Voor mij is het heerlijk om een staat te hebben bereikt waarin ik mijn levensgeluk niet laat afhangen van wat anderen van mij vinden. Niet dat ik mijn leven zo heb ingericht dat ik onkwetsbaar ben, want reeds toen mijn eerste boek in Paramaribo werd gepubliceerd, ruim vijfentwintig jaar geleden, begreep ik dat ik mijn naaste familie en mezelf bloot ging stellen aan allerlei onvoorziene kwaadaardigheden. Edgar Cairo had in zijn derde roman nadrukkelijk gewaarschuwd: 'Want je had ze, zogenaamde idealistische jongeren des lands! Des lands, no? Wanneer vuur ze trof zouden ze anders braden! Z'hadden geen kinderen toch! Konden vrijwilliger gaan spelen 'aan de basis!' Leven had ze nog niet getimmerd! Politiek had ze nog niet met kak begooid! Wachte! Die vrijpostige ellendenaren!'

Hoe ik mij ook heb ingedekt: de karaktermoordaanslagen zijn niet uitgebleven. Maar ik leef nog en gelukkig.

Deze gedachten gingen door mij heen bij het herlezen van de romans van Surinaamse auteurs als Leo Ferrier, Bea Vianen, Edgar Cairo. Ze zijn ongeveer van mijn tijd. En we zijn in de jaren zestig begonnen met het publiceren van fictie. Mijn eerste serieuze gedicht ging over de stilte die ik zocht (overigens heb gevonden soms weer kwijtraak maar steeds hervind). Ik woonde in Paramaribo en had absoluut geen Hollandplannen: de anderen woonden in Nederland of waren van plan er zich te vestigen.

Het is het El Dorado-thema van boekenweek '96, dat mij met een pijnlijk gevoel van nostalgie doet zoeken naar Sarnami Hai, Atman, naar Adoebe Lobi en Droomboot Havenloos.

Ferrier, Vianen en Cairo zijn romanschrijvers die in de wervelwind van onze politieke geschiedenis probeerden vast te leggen wat zij opsnoven aan dramatische veranderingen.

1968: de Bezige Bij publiceert Atman van Leo H. Ferrier. De roman opent zich met een: 'Bloed vloeit in de rijst. Het scherpe kartelmes, waarmee ik de kartonnen verpakking heb opengesneden, heeft mijn wijsvinger verwond. Schuin, drie karteltjes in mijn vlees. - Identare -. Bloed in de rijst die uit Suriname komt en daar door vele Hindoestanen wordt verbouwd'.

Ik lees het boek in mijn studentenkamer aan de Van Hallstraat in Amsterdam. De zon valt door een groot raam naar binnen en maakt een vlek van licht. Ik heb de opdracht Nederlands, het bibliotheekwezen of iets anders 'met boeken en taal' te studeren. In het belang van mijn moederland. Maar ik verlang naar huis. Ik wil niet het risico lopen als zoveel anderen te blijven hangen in Nederland: ik wil niet vervreemden van mijn gezin van herkomst, mijn jeugdvrinden, het volk en het land. Bovendien gaat mijn begeerte maar naar een studierichting uit. Ik loop geen colleges meer. Ik wil volledig vatten wat Martin Buber met de Ik-Gij relatie bedoelt.

1969: Querido publiceert achter elkaar de romans van Bea Vianen: Sarnami, hai (Suriname, ben ik), gevolgd door Strafhok (1971), Ik eet, ik eet, tot ik niet meer kan (1972) en Het paradijs van Oranje (1973).

Het is 1978 wanneer Vianen voor het eerst mijn gedachtenwereld instroomt met: 'Het gammele houten bruggetje. Aan weerszijden een paar amandelbomen met breed uitwaaierende takken, de stammen naar het gootwater gebogen. De passaat trekt zachtjes aan de donkergroene ovale bladeren en aan het stukje papier in haar hand. Zij leest het adres, de nummers van de krotjes voor haar en wordt bang.''

Inmiddels reisde ik meer dan eens per jaar tussen Nederland en Suriname. Schiphol en Zanderij worden havens die mij voor minstens een half etmaal van mijn bestaansgrond tillen en in-rustig maken: ik laat mij vliegen om mijn onrust te doven. Als ik aan de grond ben, lijk ik ontheemd: ik houd van Suriname en ik verlang naar Nederland of ik houd van Nederland en ik verlang naar Suriname. Ik ben gewoon 'nergens ergens'. De staatkundige onafhankelijkheid van mijn geboorteland is een politiek feit. Holland stroomt vol met landgenoten. Langzaam maar beslist komt mijn eigen oeuvre ondanks de winters van de grond.

1980: Jos Knipscheer brengt Edgar Cairo authentiek op de markt. Creoolse Surinamers komen in beweging, in verzet, gaan in de verdediging en produceren verbaal geweld. De romans van Cairo komen te dicht bij de realiteit, zijn te onthullend en worden als 'nestbevuilend' buitengesloten.

Mijn vrienden en kennissen weigeren hem te lezen, uit vrees en uit schaamte. Niemand wil geconfronteerd worden met de rotzooi die de slavernij en het kolonialisme in Paramaribo hebben achtergelaten. Iedereen wil de Hollanders doen geloven dat het vooral een karaktertoer is, een kwestie van intelligentie en gezond verstand om uit die modder te raken: schoon, helder en verlicht.

Het wordt mij duidelijk dat ik 'door haat zal moeten leren wandelen' om tot in de lengte van mijn levensdagen te kunnen blijven verhalen van een werkelijkheid die inderdaad te pijnlijk is voor geschreven woorden, maar helemaal onverdraaglijk wordt voor de mensen waar ik onverstoorbaar van blijf houden: Surinamers.

Leo Ferrier, Bea Vianen en Edgar Cairo vormen voor mij 'het goud' van de El Dorado-boekenweek. Ik tref hun boeken niet aan in de speciaal opgemaakte etalages van prestigieuze boekhandelaren. Noch kom ik fragmenten van hun werk tegen in prominente El Dorado-bloemlezingen.

Zij zijn zoals het 'puur goud' vergaat niet zomaar binnen handbereik van iedereen. Naar boeken van Ferrier, Vianen en Cairo moet een gedreven liefhebster speciaal gaan zoeken. Wie geluk heeft ziet er plotseling een liggen bij de Slegte, een antiquariaat, een boekwinkel.

Zelf heb ik niets meer van deze 'gouden drie' in huis: jaren geleden gesigneerde exemplaren uitgeleend aan uiterst betrouwbare personen!

In de stad van de uitgevershuizen en de historische grachtenpanden breekt het boekenbal los: Eldorado, het idee van de legendarische 'vergulde man' dat de wereld op drift heeft gebracht en gehouden. In de zomer van '79 schreef Cairo in Paramaribo zijn Droomboot Havenloos. En hij begon met de zin die geen landgenoot aanspreekt: 'Holland? La' me je zeggen! Holland geeft mensen geen geluk. Ma' zie je, dit land? Chm! 't Maakt mensen dood en doodongelukkig!'