Rechters klagen over te zware werkbelasting

DEN HAAG, 15 MAART. De rechterlijke macht moet dringend worden versterkt. Het kabinet moet meer geld uittrekken om de zware werkbelasting bij de zittende magistratuur te verminderen.

Dit schrijft het hoofdbestuur van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak (NVvR) in een brief aan minister Sorgdrager (Justitie). De rechters vrezen dat de werkdruk alleen maar zal toenemen als kabinet en Tweede Kamer de aanbevelingen van de parlementaire enquêtecommissie opsporingsmethoden overnemen.

De NVvR schrijft dat de uitvoering van de aanbevelingen uit het rapport-Van Traa voor meer wetgeving een nog grotere aanslag op de capaciteit van de rechtbanken zal veroorzaken. “De gehele rechterlijke macht in Nederland gaat gebukt onder een zware werkbelasting”, aldus de NVvR. De vereniging pleit voor meer financiële middelen, meer rechters en meer officieren van justitie. “Een aanzienlijke vergroting van de capaciteit van de gehele rechterlijke macht is onontkoombaar”, aldus de rechters. Ook bij het openbaar ministerie vindt een grote meerderheid van de werknemers dat de werkdruk 'onredelijk hoog' is, zo bleek recentelijk uit een enquête.

De zittende magistratuur heeft ook kritiek op het rapport van de commissie-Van Traa. Als de opsporingsmethoden van de politie te veel in detail worden vastgelegd in de wet blijft van een effectieve opsporing en vervolging niet veel meer over. “Het gaat om verankeren, niet om regelen”, aldus de brief. De rechters wijzen op de snelle technische ontwikkelingen waar de rechtspraktijk altijd achteraan loopt. Overigens leven in het kabinet, dat nog geen officieel standpunt heeft ingenomen over het rapport-Van Traa, dezelfde gedachten.

Verder heeft het hoofdbestuur van de NVvR “grote aarzelingen” bij de aanbeveling van de enquêtecommissie om korpschefs en korpsbeheerders (burgemeesters) meer verantwoordelijkheid te geven voor de te hanteren opsporingsmethoden. Dat is een taak van het openbaar ministerie, vinden de rechters. “De officier van justitie is in de eerste plaats een rechterlijk ambtenaar die deel uitmaakt van de rechterlijke macht”, aldus de rechters. “Dat betekent dat het tot de taak van de verantwoordelijke officier van justitie behoort zelfstandig te oordelen over zowel de doelmatigheid als de rechtmatigheid van bepaalde vormen van politie-optreden.”

Vraagtekens heeft de vereniging ook bij de aanbeveling om de rechter-commissaris nauwer bij het opsporingswerk van de recherche te betrekken. De rechters vragen zich af of de onpartijdigheid en noodzakelijke afstandelijkheid dan nog wel uit de verf komen.