Nooit meer slapen voor de televisie; Via Duitsland verovert 'road tv' Groningen

Een auto rijdt over de snelweg. De camera is zo op de voorbank bevestigd dat het kader nog net de handen van de chauffeur laat zien wanneer hij schakelt. Tegelijkertijd wordt ruim uitzicht geboden op de weg en het landschap. Op de Duitse en sinds kort ook op de lokale Groningse televisie is 'road tv' een verslavende trend.

Bijrijder is dagelijks, maar niet in het weekeinde te zien op TV Noord in de provincie Groningen. De ZDF-nachtuitzendingen zijn in het oosten van Nederland en op alle kabelnetten te ontvangen.

Een Duitse hotelkamer, drie uur in de ochtend. Hoewel ik die dag op het Berlijnse filmfestival al genoeg films heb gezien, kan ik het niet laten nog even te zappen. De concurrentie tussen de dertig, meest Duitstalige kabelzenders laat niet meer een simpel testbeeld toe in de nacht. Op een publieke zender staat een medium in dirndljurk in het spotlicht en vertelt een meneer dat er iets ingrijpend veranderd is in zijn verhouding tot een vrouw. Bewegingloos luistert de gastheer op de lokale Turkse zender achter zijn bureau naar inkomende telefoontjes uit een onzichtbare luidspreker. Elders wordt de honger naar bewegende beelden gestild met in een eindeloze lus gemonteerde onderwateropnamen van breed glimlachende zeemeerminnen, topless met staart.

Bij ZDF aanbeland blijf ik hangen. Een auto rijdt over de snelweg; de camera is zo op de voorbank bevestigd dat het kader nog net de handen van de chauffeur laat zien, wanneer hij schakelt. Tegelijkertijd wordt ruim uitzicht geboden op de weg en het landschap. Ik hoor Lena Horne Stormy Weather zingen, maar aan het groen in de berm te oordelen is het april, zonnig en helder. Een tekst onder in het beeld wijst er af en toe op dat ik naar een actueel radioprogramma luister, en dat ik de af te leggen route kan vinden op Teletekst. De weg wordt tweebaans, af en toe schakelt mijn chauffeur terug bij het naderen van een bebouwde kom. We volgen heel lang een rivierdal, van de Rijn of de Moezel. De omroeper vertelt dat ik, als ik naar ZDF kijk, onderweg ben van Mainz via Koblenz naar Trier.

Hoe gefascineerd ik ook ben door dit onverwachte toeristische uitstapje, er moet doorgezapt worden. En ja hoor, twee kanalen verder, op de voormalige Oostduitse zender, rijdt een andere auto door de nazomer. Hij gaat langzamer, de weggetjes zijn smaller en landelijker. Ik kan zelfs de wegwijzers lezen: dit is het merengebied tussen Potsdam en Brandenburg. Hier staat de camera vermoedelijk op het dak en een microfoon registreert het geluid van onderweg; veel wind en flarden van spelende kinderen, boeren op het land. Deze variant van de road tv is humaner, persoonlijker en meer filmisch. De camera zwenkt immers naar links of rechts, als zijn operateur iets interessants waarneemt: een natuurreservaat aan de rechterkant, een groepje op het trottoir pratende dorpelingen, een hangglider hoog in de lucht.

Een regionale zender biedt een derde variant op deze beeldvulling, naar mij later verteld zal worden de moderne oervorm. De camera staat hier in de cabine van de Strassenbahn, de bovengrondse metro van Groot-Berlijn. De statische registratie van een tocht over rails biedt weinig afwisseling, en van het winterse zwerk word ik evenmin vrolijk. Maar het directe geluid van piepende remmen, dienstmededelingen uit de stationsluidsprekers en wederom de wind zorgen voor een relatief geacheveerd geluidsdecor.

Ongemonteerd

Ik kan nu geen nacht meer slapen in Berlijn voordat ik even een televisieritje heb gemaakt. Zappend langs de clips en aquaria (soms nemen dolfijnen de plaats in van de nepsirenen) betrap ik me op de ongeduldige opwinding van de verslaafde die moet scoren. Ook herinner ik me ineens dat de formule van deze pauzefilmpjes nog niet zo lang geleden doorging voor experimentele filmkunst. Op het Filmfestival Rotterdam van 1982 won de Zwitserse produktie Reisender Krieger van Christian Schocher, met camerawerk van Clemens Klopfenstein, de persprijs. Die ruim drie uur durende zwart-witfilm bestaat vooral uit beelden van het Zwitserse wegennet, afgewisseld met bezoekjes van de handelsreiziger in cosmetica Krieger aan kapsalons en drogisten die, omwille van de dramatische structuur, zijn ingebed in referenties aan de Odyssee. De Strassenbahn-variant heb ik al eens eerder gezien, ook in Rotterdam, in een Amerikaanse experimentele film over de forensentrein in Chicago, waarvan ik me titel noch regisseur meer kan herinneren.

Het is onwaarschijnlijk dat de makers van deze nachttelevisie ooit kennis hebben genomen van dergelijke filmexperimenten van rond 1980. De oorsprong van ongemonteerde reisbeelden is trouwens veel ouder. Peter Delpeut, voormalig conservator van het Nederlands Filmmuseum en redacteur van de uit beeldmateriaal van voor 1925 samengestelde VPRO-serie Cinema perdu, wees in een interview met deze krant afgelopen najaar al op het bestaan van de Duitse autotelevisie en de wonderbaarlijke overeenkomst met de zogenaamde phantom rides uit de vroegste filmhistorie. Voor de cinematografisch nog niet 'geletterde' toeschouwers vormden ritjes per trein, tram, automobiel of boot immers een van de meest bevredigende attracties van het witte doek.

Een paar weken later zie ik in het studiocomplex van TV Noord in Groningen een videoband van een archieffilm, die een rit per tram door de binnenstad van Groningen registreert. De maker is onbekend, het jaartal 1924. Programmaleider Henk Binnendijk, verantwoordelijk voor de eerste Nederlandse road tv-serie, duikelt een knipsel van het interview met Delpeut op. Hij wil laten zien dat hij niet alleen de Duitse televisie imiteert. In januari is TV Noord begonnen met de serie Bijrijder, die wordt uitgezonden in de gaten van ongeveer vijftig minuten tussen de reguliere programma's. De ritjes per auto door de provincie Groningen, met kleine uitstapjes over de grens van Drenthe en Duitsland, begeleid door Groningse liedjes, zijn een doorslaand succes, gezien de vele reacties van kijkers. Er zijn er nu 42 gemaakt, min of meer volgens het ZDF-model: een vaste camera op de voorbank, geen direct geluid, een kader dat de chauffeur buiten beeld laat en er wordt niet gezwenkt.

Binnendijk laat wel enig drama toe, maar dat wordt gecreëerd of opgespoord door de chauffeur: “We beginnen meestal bij een markant punt, bijvoorbeeld een busgarage. Er wordt naar gestreefd onderweg iets te laten gebeuren. We zijn een keer door een wastunnel gereden, er mag getankt worden. Ook het einde is altijd een tevoren gekozen vast punt, bijvoorbeeld een hek met paarden erachter. Als er zich onderweg iets spannends voordoet, zoals overstekend wild, dan mag de auto langs de kant gaan staan of een zijweg inslaan. Maar de camera beweegt nooit. En evenmin wordt er gemonteerd”. De Groningse opvattingen van road tv lijken dus op die van Fred Astaire over het filmen van zijn dansnummers: “I move, not the camera!”.

Herkenbaar

Bijrijder vond zijn oorsprong in een periode vorig jaar dat het niet zo goed ging met TV Noord. Binnendijk: “De hele redactie sliep slecht, en hing 's nachts voor de televisie. Op een ochtend bespraken we met elkaar waar we dan naar keken; we bleken allemaal verslingerd aan ZDF. Toen was snel de vraag opgeworpen, of we dat zelf ook zouden kunnen maken”.

Bijrijder blijkt inderdaad zo goedkoop als je zou verwachten. Op een kladje rekent Binnendijk, voor het eerst, uit hoeveel een aflevering precies kost: “We maken er vier op een dag, een cameraman en een redacteur, benzine, afwerking, de auto gaat binnenkort gesponsord worden, laten we zeggen 1250 gulden voor 50 minuten”.

Voor het Groningse publiek is vooral de herkenbaarheid van de wegen een grote attractie. “De mensen hier vinden hun provincie het mooiste landschap dat er is, en ze zijn aangenaam verrast dat ook op televisie te kunnen bekijken.” Na de herhaling van de eerste aflevering, belde een mevrouw uit Bedum op, dat de maat nu vol was. De vorige keer dat de televisie haar dorp bezocht, sloeg de auto net voor haar straat af. En nu deden ze het weer.

Een beetje sneu is het wel, volgens Binnendijk, voor de programmamakers die zo hun best doen op televisiedocumentaires. Daar komen haast nooit reacties op, terwijl over de wegwerptelevisie van Bijrijder de telefoon niet stilstaat. Ook andere media vinden ineens de weg naar Groningen. Binnenkort komt de Overijsselse televisie de kunst afkijken voor een eigen serie autotochtjes door stad en land. Terwijl ik, net als de filmkijkers aan het begin van de eeuw, me verheug op reizen naar de Noordkaap, door het Paul Krugerpark of over de rondweg van Miami, ziet het er naar uit dat het fenomeen zich vooral richt op beelden van om de hoek. Misschien is dat wel een hernieuwd bewijs van de stelling dat het verschil tussen film en televisie is dat de filmkijker het onbekende wil zien en de tv-kijker het bekende, liefst zichzelf.

Denkend aan al die uren zendtijd die nog moeten worden gevuld (we zijn in korte tijd snel gewend geraakt aan de omslag van schaarste naar overvloed), valt er te fantaseren over tochten per fiets, aak, helikopter, te voet of zwemmend, door de Himalaya of in Siberië, maar die behoefte zal niet worden vervuld door de televisie. Videobanden of Internet lijken de meest geschikte media voor het virtuele reizen, de milieuvriendelijke pendant van het autotochtje op zondag. Interactief kunnen we dan wellicht zelf de camera-instelling, de snelheid, het seizoen en de reisrichting bepalen. Als probaat slaapmiddel resteert dan het schaapjes tellen langs de Duitse Autobahn.