Na maandenlange doodsstrijd is Fokker ter ziele

AMSTERDAM, 15 MAART. Fokker is failliet. Ruim 5.000 Fokker-werknemers verliezen hun baan. De bewindvoerders hebben vandaag besloten dat er voor het bedrijf geen reële overlevingskans bestaat. De laatste potentiële overnamekandidaten, het Koreaanse Samsung en het Chinese AVIC, hebben het laten afweten.

Om Fokker voor de ondergang te behoeden, hebben de bewindvoerders tot vanochtend nog met Samsung onderhandeld. Minister Wijers op zijn beurt heeft afgelopen nacht nog geprobeerd de topman van dat concern aan de lijn te krijgen. De signalen van Samsung boden echter te weinig perspectief, aldus Wijers.

Na een doodsstrijd van maanden is er vandaag, na ruim 76 jaar, een eind gekomen aan het bestaan van de Koninklijke Nederlandse Vliegtuigenfabriek Fokker, een van de oudste nog bestaande vliegtuigbouwers ter wereld. De beslissing luidt het grootste massa-ontslag in de Nederlandse geschiedenis in. “Een dramatisch besluit”, verklaarde een aangeslagen Fokker-topman van Schaik vanmorgen.

Tegenover de schuldeisers van de vliegtuigfabriek, wier belangen bewindvoerders krachtens de faillissementswetgeving in eerste instantie dienen te behartigen, viel een uitstel van Fokkers faillissement niet langer te verdedigen. Als curatoren zullen de huidige bewindvoerders nu gaan proberen de levensvatbare delen van Fokker met in totaal circa 2.000 werknemers aan de meest biedende te verkopen. En ook de activa van het eigenlijke vliegtuigbedrijf - inclusief de kennis van Fokker - zullen worden uitgepond.

Voor de Fokker-dochterondernemingen Elmo (elektronica) en Fokker Aircraft Services (onderhoud) in Woensdrecht en Special Products in Hoogeveen (defensieprodukten) zijn vele tientallen gegadigden, van wie Stork als een van de voornaamste geldt. De levensvatbare delen zullen worden ondergebracht in Fokker Aviation. In die vennootschap komen ook delen van Aerostructures (leverancier van vliegtuigonderdelen) op Schiphol-Oost en Papendrecht.

De lijdensweg van Fokker heeft jaren geduurd. Maar de nood werd ongeveer een jaar geleden heel acuut toen de wegzakkende dollar en de dramatische daling van de vliegtuigprijzen de bodem onder het bedrijf wegtrokken. Het verlies bij Fokker, over 1994 al een half miljard gulden, begon astronomische proporties aan te nemen.

Het maanden durende touwtrekken tussen de Duitse grootaandeelhouder DASA en de Nederlandse overheid liep op vrijdag 19 januari definitief stuk. Drie dagen later trok Daimler-Benz het infuus uit zijn noodlijdende dochter. Vanaf de dinsdag daarop proberen de bewindvoerders A. Deterink, A. Leuftink en R. Schimmelpenninck de in surséance verkerende patiënt te reanimeren. Naar nu blijkt tevergeefs.

Op vrijdag 26 januari, meldden de bewindvoerders zich voor het eerst aan de buitenwereld. Ze hadden goed nieuws meegebracht. De Nederlandse Staat stond garant voor een boedelkrediet van 255 miljoen en plaatste bovendien versneld een defensieorder, goed voor nog eens 110 miljoen. Fokker kreeg voor zeker vijf tot zes weken lucht, hetgeen Van Schaik van zijn tijdelijke depressie verloste. “Het is een zorgelijke situatie, maar er is hoop.”

Wat Van Schaik en de bewindvoerders toen al wisten, maar niet aan de openbaarheid prijsgaven, waren de namen van overnamekandidaten. Ongeveer dertig bedrijven toonden interesse voor (delen van) Fokker. Echt serieus bleek alleen de interesse van Bombardier en Samsung.

De bewindvoerders zelf werkten door aan hun 'DAF-scenario'. In een verklaring stelden zij dat geen enkele gegadigde de aandelen Fokker wilde overnemen. Conclusie: een onvermijdelijk faillissement van de Koninklijke Nederlandse Vliegtuigenfabriek Fokker. Zo'n dreigende ondergang oogde misschien vervelend, maar zou tal van mogelijkheden bieden. Fokker kon schuldenvrij worden opgeleverd en een ingrijpende personeelsreductie kan zonder afvloeiingskosten worden uitgevoerd.

Pag.14: 'Redders' ongeschikt

Diezelfde week onthulde bewindvoerder A. Deterink ook zijn Oranje-scenario. Een tijdelijke oplossing, waarbij een nieuw Fokker voor twee jaar zelfstandig overeind zou blijven. Met Nederlands kapitaal en ondersteuning van de overheid moest de dan winstgevende vliegtuigfabriek binnen enkele jaren een internationale partner kunnen vinden.

Maar vliegtuigen zijn geen vrachtwagens en Fokker is geen DAF. Waar bij DAF de Nederlandse banken financieel belang hadden bij het overeind houden van dit bedrijf, hebben ze bij Fokker helemaal niets te verliezen. Bovendien is de financiering van vliegtuigen een stuk moeilijker. Zonder goed opgetuigde leasemaatschappij kan geen enkele vliegtuigbouwer een plaats op de markt krijgen. De bewindvoerders wilden hiervoor een bedrag van minstens een half miljard, waarvoor de Nederlandse Staat garant moet staan. Dat ligt dus moeilijk, het mooie business-plan, waarin al meteen voor het eerste jaar van de doorstart winst wordt voorspeld, ten spijt.

De 7.600 werknemers bij Fokker bouwden onderwijl hard door en het ene na het andere toestel rolde van de produktielijnen. Maar met het verstrijken van de tijd groeide de onzekerheid. Het omslagpunt was op 27 februari, toen Bombardier afhaakte. “Een maatje te klein”, oordeelde minister Wijers over de Canadezen, die zelf een overname niet in het belang van de aandeelhouders vonden. Achteraf is het afhaken van Bombardier logisch. Het bedrijf staat bekend als een koopjesjager. “Pure asset-traders”, zegt een Canadese analist over Bombardier. Bij alle succesvolle overnames uit het recente verleden waren de Canadezen er steeds op uit zo min mogelijk eigen geld te investeren en zo weinig mogelijk risico te nemen en zoveel mogelijk overheidssteun binnen te halen.

Met alleen Samsung als overnamekandidaat werd de ademnood van Fokker groter en groter. Twee dagen later toverde Fokker een Chinees konijn uit de hoed: AVIC, Aviation Industries of China. De eerste contacten waren serieus genoeg om de klinisch dode patiënt nog even in leven te houden. Minister Wijers verlengde daarom het boedelkrediet.

Op 6 maart wilde Wijers van de Nederlandse financiers en Stork weten waar hij aan toe is. De bijeenkomst was “nuttig”, vond Wijers, maar leverde geen enkel concreet resultaat op. Twee dagen later werd duidelijk waarom de minister het overleg zo nuttig had gevonden. Het was hem definitief duidelijk dat de Nederlandse banken en beleggingsinstellingen geen belangstelling hebben voor het Oranje-scenario. Een bankier merkte na het gesprek op: “Dit is geen Microsoft II hè?” Een uitspraak die de twijfel over het riskante avontuur met een doorstart afdoende verwoordde.

Daardoor vormden Samsung en AVIC de laatste strohalm waaraan Fokker zich kon vastklampen. Maar uiteindelijk werd duidelijk dat ook zij niet de gewenste redders van Fokker zijn. Samsung is een machtig financieel en industrieel conglomeraat. Als het Fokker wél had overgenomen was het trouwens de vraag geweest wat er dan op den duur aan vliegtuigbouw in Nederland zou zijn overgebleven. De Koreanen zijn meesters in het snel absorberen van technologie. Om de vliegtuigbouwkennis was het ze vermoedelijk in hoofdzaak te doen.