Monetaire Unie laat Unilever koud

LONDEN, 15 MAART. De Economische en Monetaire Unie laat Unilever goeddeelds koud. Voor de bedrijfsvoering en winstgevendheid van het Nederlands-Britse concern in Europa wegen de voor- en nadelen ruwweg tegen elkaar op. Dit heeft Unilever-topeconoom en hoofd van de afdeling concernstrategie Anthony Romeo gisteren gezegd op een conferentie van het Royal Institute for International Affairs in Londen. Als de muntunie bijdraagt aan een vervolmaking van de gemeenschappelijke markt en niet leidt tot grotere handelsbelemmeringen zal Unilever de EMU wel steunen.

Romeo zei dat verminderde transactiekosten in verband met het wegvallen van wisselkoersen Unilever 50 miljoen pond per jaar kunnen besparen. Maar door de grotere concurrentie zal dat voordeel niet bij het concern, maar via lagere prijzen bij de consument terecht komen. De lagere rente, die op de euro wordt verwacht, komt volgens Romeo het concern per saldo ook niet ten goede, omdat die rentestand in de regel samenhangt met de kracht van de bijbehorende munt. Als Unilever nu in valuta's van landen met een hoge rentestand leent, kan het er van uit gaan dat de bij die hoge rente horende valuta over de tijd in waarde daalt, waardoor minder hoeft te worden terugbetaald.

Ook de voordelen van een andere allocatie van investeringen in Europa zijn onzeker. De relatieve produktiekosten in verschillende delen van Europa hangen volgens Romeo bij een gemeenschappelijke munt voor een belangrijk deel af van de mobiliteit van de vereiste arbeidskrachten. Juist die mobiliteit, de bereidheid van werknemers zich daar in Europa te vestigen waar de vraag naar arbeid het hoogst is, is in de Europese Unie laag. Bovendien, zo verwacht de Unilever-econoom, houdt de euro het risico in om, net als de Duitse mark, overgewaardeerd te worden. Dat heeft nadelige gevolgen voor de economische groei, en het concurrentievermogen van de in het muntunie-gebied gevestigde bedrijven.

Romeo schetste drie scenario's voor de muntunie. Zijn 'Gouden scenario' omvat een geslaagde EMU, die vanuit een harde kern van eerste deelnemers succesvol over de EU wordt uitgebreid. Anderzijds kan een Europese recessie het project vertragen en uitdoven. De derde mogelijkheid is dat er, met een minder strikte toepassing van de toelatingscriteria van de de muntunie, toch van start wordt gegaan en het project vervolgens mislukt.

Unilever wil volgens Romeo zijn schouders zetten onder het vervolmaken van de EUmarkt en een open externe handelspolitiek.