Meer zorg voor Franse gebruiker door nieuwe heroïnevervanger

Franse politici lopen te hoop tegen het Nederlandse drugsbeleid. Toch zijn er ook tekenen die wijzen op een verruiming van de Franse wijze van gedogen. Laatste deel van een korte serie in verband met het Kamerdebat, volgende week, over de drugsnota.

Los van alle emotie: Fransen gebruiken meer drugs dan Nederlanders. Drugsgebruik wordt in Frankrijk ook veel erger gevonden dan in Nederland. Of het één het gevolg is van het ander, weet niemand. Maar de geldigheid van deze feiten worden door serieuze kenners van het terrein niet bestreden, in Nederland noch in Frankrijk.

Het zijn vooral cultureel en politiek bepaalde opvattingen die ervoor zorgen dat de werkelijkheid op drugsgebied in Frankrijk sterk afwijkt van wat in Nederland en een aantal andere omringende landen en Länder te zien is.

Dat is een conclusie die ook valt te trekken uit de studie naar de drugsrealiteit die de Amsterdamse sociaal-geograaf Tim Boekhout van Solinge, in opdracht van het ministerie van VWS in Frankrijk heeft uitgevoerd. Boekhouts - door Sansoy van de DGLDT als volstrekt correct bestempelde - bevindingen, op grond van vele tientallen gesprekken in de werelden van justitie, politie, gezondheidszorg, beleid en gebruikers geven een beeld dat in Frankrijk nauwelijks bekend is.

Ook de Franse media zijn sterk gepolitiseerd. Pas de laatste tijd zijn er kranten en weekbladen iets meer proberen te doen dan hun afschuw uitspreken en die illustreren met wat observaties opgedaan tijdens een snel bezoek aan Amsterdam.

Eén van zijn pertinente conclusies: een piepklein deel van de in Frankrijk beschikbare cannabis komt uit Nederland: 1 à 2 procent. De meeste komt uit Marokko, niet via Nederland zoals het Elysée beweert, maar via Spanje. Wat betreft de invoer in Frankrijk van hard drugs: niet de 70 procent die officieel Parijs beweert komt via Nederland, maar hoogstens de helft. De rest komt via Duitsland, volgens Boekhout 'de heroïne-poort van Europa'. Het zijn Franse feiten.