Literaire woekering als meubilair; Herinneringen van futurist Gino Severini

Toen de schilder Gino Severini in 1946 aan zijn autobiografie begon, wist hij al waar het futurisme op was uitgelopen. Daarom heeft hij zijn rol binnen de stroming afgezwakt. Zodra het futurisme in opspraak kwam, trok hij zich terug als een Parijzenaar die zich de malle fratsen van die Italianen maar een beetje liet aanleunen.

Gino Severini: The life of a painter. Princeton University Press, 310 blz. Prijs ƒ 66,-

Toen de Italiaanse schilder het meisje met de zwarte vlechten in 1911 voor het eerst zag, was zij veertien jaar. Ze had een getinte huid en haar ovale gezicht was zo levendig dat het leek of ze elk ogenblik iets anders van plan was. Twee jaar later droeg ze op vastenavond in Parijs een schitterend Chinees kostuum. De schilder vroeg haar ten dans en toen ze elkaar na een tijdje in de drukke zaal bewegend omhelsden, gingen ze de vader van het meisje rakelings voorbij. Die boog zich langs de wang van een van z'n vele vriendinnen naar het paar toe en vroeg in zo'n draai waarin net iets kan worden gezegd of de schilder soms met z'n dochter wilde trouwen. Vijf minuten later zeiden Jeanne Fort en Gino Severini tegen al hun vrienden en vriendinnen dat ze elkaar nimmer meer zouden verlaten.

In de zomer van 1913 ging de huwelijksreis van Parijs naar Cortona, de kleine geboortestad van de schilder in de heuvels van Toscane. In Italië dacht hij veel na over de invloed van geluid op de beweeglijke voorstellingen die hij probeerde te schilderen. Hij sprak erover met z'n vrienden in het vaderland, dat hij te provinciaal vond. Zelf woonde hij al sinds de herfst van 1906 in Parijs.

Had klank invloed op kleur en - een verwante vraag - konden woorden deel uitmaken van een schilderij? Hij had al enkele taal-tekeningen gemaakt en toen die in een tijdschrift stonden, kreeg hij een briefkaart van een dichter met wie hij in Parijs was bevriend. De Fransman was zo begeesterd door het taalgebruik van de schilder, dat hij nu calligrammen schreef, getekende gedichten die er uitzagen als een paard, een regenbui, een vogel of een bos bloemen.

De Italiaanse reis duurde veel langer dan het paar had gedacht. In Rome kreeg de schilder pleuritis. De dokter schreef hem rust voor en daarom huurden ze een gammel huis in Anzio, een kustplaats ten zuiden van de hoofdstad. Daar herstelde Severini. Hij begon weer te schilderen en kreeg grote bedenkingen tegen de futuristische manifesten waarmee hij had gesympathiseerd of die hij samen met zijn vrienden had ondertekend.

Wat zouden ze niet allemaal verheerlijken: de oorlog, het militarisme, de vaderlandsliefde, het werk van de anarchisten en ideeën die kunnen doden. Ook de minachting voor de vrouw was een belangrijke punt op hun programma. Zelfs de musea moesten worden vernietigd.

Onzin

Het meeste leek Severini nu onzin. De spaarzame goede gedachte in zo'n manifest werd door zijn vroegere medestanders verkeerd begrepen.

Neem: 'we zullen de beschouwer midden in het schilderij plaatsen'. Die slagzin betekende volgens de anderen dat de kijker binnen de voorstelling wordt getrokken en dan werkelijk door de afgebeelde dingen is omgeven.

De herstellende Severini zag het anders. Van het schilderij moest, schreef hij nogal vaag, 'iets innerlijks en geheimzinnigs' uitgaan. Het ging schuil onder de zichtbare vormen en het moest het hart van de beschouwer raken.

In het najaar van 1914, toen de Eerste Wereldoorlog al was uitgebroken, keerden de zwangere Jeanne Fort en Gino Severini terug naar Parijs. Ze waren zo arm dat ze bij de moeder van Jeanne gingen wonen.

Het was een klein appartement in een korte straat van Montparnasse. De symbolistische dichter Paul Fort, de vader van Jeanne, was uit het huis vertrokken en woonde met zijn minnares op het platteland. Zijn moeder verbleef nog wel in het appartement aan de Rue Sophie Germain en zo moesten de jonggehuwden hun eerste huis in Parijs met twee naaste familieleden delen.

Paul Fort, die de schilder tijdens de dans zo aanmoedigend had toegeknikt, was de oprichter van het literaire tijdschrift Vers et Prose. Het blad bestond niet meer en toch was het in de woning nog alom aanwezig. Hele stapels lagen in de drie kamers van het huis. Op sommige plekken reikten de overgebleven nummers van de vloer tot het plafond.

De literaire woekering was zo groot dat de tijdschriften vanzelf als meubels werden gebruikt. Het gebeurde wel eens dat iemand in het huiselijk verkeer een ander vroeg iets van het buffet of uit een stoel te halen. Er werd dan eigenlijk gesproken over een bepaalde stapeling van tijdschriften die met een lap was bedekt.

De deuren van de slaapkamer en het logeerkamertje werden door gedichten en proza gebarricadeerd. Toen Jeanne Fort Severini op de avond van de vijftiende januari 1915 moest bevallen, was er nauwelijks geld voor een vroedvrouw. De aanstaande vader wist er toch nog een te vinden en die liet niet na de familie tijdens haar werk naar hartelust te vernederen.

Begrijpelijk was dat wel. Lakens waren er nauwelijks. Ook de andere noodzakelijke dingen voor een ordelijke bevalling in een burgerlijk gezin ontbraken volledig. Die avond werd het meisje Gina tussen stapels gedichten en proza ten slotte toch nog kerngezond geboren.

Demper

Dit zijn fragmenten uit Het leven van een schilder, de autobiografie van Gino Severini (1883-1966). Hij publiceerde het eerste deel in 1946. De rest van zijn herinneringen kwam pas twee jaar na zijn dood uit. Zijn complete levensverhaal is nu in het Engels bij Princeton University Press verschenen.

Opvallend is de grote afstand die Severini tot het futurisme bewaart. Schoorvoetend geeft hij toe dat hij sommige manifesten samen met de dichter Marinetti en de schilders Balla, Boccioni, Carrà en Russolo heeft ondertekend. Op de eens zo wild schetterende trompet heeft hij een demper geschoven.

Een paar maanden voor de geboorte van Gina ontving Severini een brief van Marinetti. Het was zo ver. Frankrijk was in oorlog met Duitsland en Italië zou nog wel volgen. Sterke jonge mannen vochten voor een ideaal. Severini moest proberen de oorlog beeldend te beleven: 'Bestudeer hem in al zijn schitterende mechanische vormen (militaire treinen, vestingwerken, gewonden, ambulances, hospitalen, parades enz.). Jij hebt nu de kans die in Parijs te vinden. Profiteer daar volledig van. Geef je over aan die geweldige anti-teutoonse militaire emotie die Frankrijk opzweept'.

Severini begon de oorlog inderdaad te schilderen, maar in zijn autobiografie rept hij niet over die brief van Marinetti. De veranderde huiselijke omstandigheden waren de oorzaak van zijn krijgsvoorstellingen.

Omdat zijn dochtertje ziek was, woonde hij begin 1915 met geleend geld op het platteland. Zijn huis lag niet ver van de spoorrails. De treinen met voorraden, soldaten en gewonden denderden voorbij. Zo ontstonden schilderijen met titels als Gepantserde trein en Plastische synthese van het idee oorlog. Opdracht van Marinetti? De schilder koppelt er een heel verhaal over de invloed van niemand minder dan de dichter Mallarmé aan vast.

't Ging Severini niet om schilderijen van slagvelden met bloedende lijken. Enkele aan de werkelijkheid ontleende vormen, als de loop van een kanon of een pantserplaat, drukten 'het idee van oorlog' veel sterker uit. Zo had Mallarmé, volgens Severini, het woord in z'n pure betekenis betrapt, los van de zin waar het in voorkomt. Die gedachte klinkt nog vager dan 'iets innerlijks en geheimzinnigs' en toch bevatte die voor de schilder een hoge waarheid.

Severini kende de Franse literatuur en beeldende kunst beter dan zijn bentgenoten. Het fauvisme en kubisme was op Montmartre onder zijn ogen ontstaan. Hij verweet de futuristen terecht het provinciale karakter van hun werk. Ze wisten niet dat sommige van hun met zoveel 'journalistieke demagogie' gebrachte ontdekkingen als het vertegenwoordigen van verschillende gezichtspunten op een plat vlak in Parijs allang gemeengoed waren.

Waarom ondertekende Severini dan al die brullende manifesten? Alleen uit vriendschap met Boccioni, schrijft hij in z'n herinneringen. Toch kun je die oorlogsschilderijen met hun vuurspuwende lopen en geschouderde geweren, hoe gestileerd ze ook zijn, moeilijk met een zachtmoedig dichter als Mallarmé in verband brengen. De man die deze voorstellingen schilderde had net als Marinetti schik in het oorlogsgeweld.

Schrikachtig

Severini's levensverhaal loopt tot 1924. Toen hij het begon te schrijven wist hij waar het futurisme op uit was gelopen. Het lijkt er sterk op dat hij z'n eigen rol binnen de stroming daarom heeft afgezwakt. Al in 1929 schreef Marinetti een portret van zijn grote leider Mussolini. Hij is zo snel als de wind. Hij heeft machtige ellebogen en armen als hefbomen. Hij buigt zijn despotische kop naar voren alsof er een projectiel wordt afgevuurd.

Met die taal wilde Severini niet vereenzelvigd worden. Daarom is Het leven van een schilder hier en daar een schrikachtige autobiografie. De schilder pikt de krenten uit het futurisme. Zodra het in opspraak komt, trekt hij zich terug als een Parijzenaar die zich de malle fratsen van die Italianen maar een beetje laat aanleunen.

Minzaam kijkt hij toe als z'n vriend Boccioni na het eerste futuristische succes buiten zinnen van vreugde is geraakt. Zijn foto staat in de krant en die laat hij in Parijs op straat aan een groep verbaasde meisjes zien. Ze komen net uit een modeatelier, nu kan het niet lang meer duren of hij krijgt een echte Franse minnares...

Op verscheidene bladzijden zegt Severini hoeveel hij leerde van Georges Seurat. Deze post-impressionist plaatste kleine stippen in onvermengde kleuren naast elkaar. Zij verenigen zich pas op het netvlies van de beschouwer.

Ook met de kubistische vlakjes van Picasso en Braque deed de Italiaan z'n voordeel. Hij geeft toe dat het futurisme zonder die voorgangers niet had bestaan. Zelf wist hij die Franse invloed hoogst oorspronkelijk te verwerken.

Op Pan-Pan à Monaco, een feest dat hij in de jaren 1909-1911 schilderde, is geen plekje van de voorstelling in rust. Op dit doek van drie bij vier meter zijn al die hoofden, armen en benen van de tientallen feestgangers in de aanzet van een beweging betrapt. In die tutti frutti van gebaren aast Severini nauwkeurig op de scheef gedraaide enkel, de vingers die even aan het halsvel plukken, verbergt hij sommige handen en schouders zo achteloos dat ze binnen een seconde weer uit het bewegingsverkeer kunnen opduiken.

Pan-Pan à Monaco is zoek geraakt. Met schetsen, reprodukties en foto's maakte Severini in de jaren 1959-1960 een kopie van het schilderij en die hangt nu in het Centre Pompidou. Terecht is Pan-Pan een van z'n lievelingsdoeken.

Het leven van een schilder bevat maar twintig kleine reprodukties en dan nog niet eens in kleur. De schilder zelf schrijft bovendien nogal deftig over zijn ontwikkeling, net of hij de lichtzinnige kanten van z'n werk niet helemaal vertrouwt. De mooiste stukken in het boek gaan dan ook niet over schilderkunst. Die paar woorden tijdens de dans, het met gedichten en proza volgestapelde appartement en de naar erotiek snakkende Boccioni op straat zeggen meer over Severini's gevoel voor lijn en kleur dan al die gewichtige verklaringen van zijn oeuvre.

Wiskunde

Toen hij pas in Parijs woonde reisde Severini vaak naar het dorp Civray, vlak bij Poitiers, waar z'n vriend Pierre tandarts was. Hij oefende z'n praktijk uit op de begane grond van een paviljoen. Op de eerste verdieping had Pierres vader een kleermakerij. Als de laatste patiënt was vertrokken vochten de twee vrienden erom wie er in die luie tandartsstoel mocht zitten. Dan een pijp opsteken en maar wachten tot de hakken van de meisjes die de kleermaker hielpen de trap af klikten.

Je ziet de twee vrienden zitten en je ziet een zaal vol opgewonden schilders als Severini begint over de lezing die hij op 28 januari 1917 in Parijs over de vierde dimensie hield. De wiskunde, natuurlijk, iedere kunstenaar die een beetje wilde meetellen had in die tijd tenminste de boeken van Poincaré bestudeerd.

Severini had het over 'ruimtelijke duur', 'gelijktijdige ruimtes' en andere zaken waar de schilders de mond van vol hadden. Hij babbelde zo'n beetje na wat hij in de cafés had gehoord en dan geeft hij het eerlijk toe: niemand wist er eigenlijk iets van.